13 mei 2026
1. Je was eerder rector magnificus van de VU, vervolgens voorzitter van de Universiteit Twente en komt nu terug naar Amsterdam als bestuursvoorzitter van de UvA. Voelt het als verhuizen of als thuiskomen?
‘Eigenlijk is het allebei. Professioneel gezien voelt het als verhuizen: ik stap een nieuwe organisatie binnen, met een eigen geschiedenis, cultuur en dynamiek. Dat vraagt om goed kijken, luisteren en begrijpen hoe hier dingen werken, voordat je echt kunt meebewegen en meebouwen.
Tegelijkertijd voelt Amsterdam voor mij als thuiskomen. Ik ken de stad goed, ik heb hier lang gewoond en gewerkt, en voel me thuis in het Amsterdamse ecosysteem van universiteiten, hogescholen, mbo’s, culturele instellingen en maatschappelijke partners. Dat netwerk is vertrouwd. Die combinatie – een nieuwe professionele omgeving in een stad die vertrouwd voelt – maakt deze stap bijzonder aantrekkelijk voor mij.’
2. Je bent, ook toen je in Twente werkte, in Amsterdam blijven wonen. Waar kunnen we je in de stad tegenkomen?
‘De kans is groot dat je me gewoon lopend of op de fiets tegenkomt, ergens in de Plantagebuurt, waar ik woon, of onderweg naar een afspraak. Ik houd ervan om me te voet of met de fiets door de stad te bewegen; dat is misschien wel de beste manier om Amsterdam echt te blijven zien en voelen.
Daarnaast ben ik regelmatig te vinden in het Concertgebouw – muziek is voor mij een belangrijke uitlaatklep, of het nou Bach is, of blues. En je kunt me zomaar tegenkomen in boekhandels als Athenaeum of het American Book Center. Op de stapel op dit moment: Scarcity van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir, en The Loneliness of Sonia and Sunny van Kiran Desai. Boekenwinkels zijn plekken waar ik graag rondkijk en nieuwe ideeën opdoe. Die mix van alledaagse en culturele plekken maakt Amsterdam voor mij zo’n fijne stad om in te leven.’
3. De stad ken je al, maar de UvA van binnen nog niet zo goed. Wat is de eerste plek of groep aan de UvA waar je bewust zónder draaiboek naartoe wilt om gewoon te luisteren?
‘Mijn eerste gedachte is: naar de plekken waar kennis, cultuur en maatschappij dicht op elkaar zitten, zoals Geesteswetenschappen en Maatschappij & Gedrag. Daar komen grote vragen over onder meer taal, cultuur, macht, identiteit en samenleving bij elkaar – onderwerpen die in Amsterdam sterk leven.
Ik vind het belangrijk om daar niet met een draaiboek of een lange powerpoint te komen en vooral te luisteren. In kleine groepen, met studenten, docenten, onderzoekers en ondersteunende collega’s. Wat gaat er goed, waar lopen mensen tegenaan, wat wordt er al opgelost? Dat soort gesprekken, bij verschillende onderdelen van de universiteit, zie ik als een essentieel begin van mijn werk hier.’
4. De VU en de UvA liggen op fietsafstand van elkaar, maar hebben een eigen geschiedenis en cultuur. Waar zie je mooie of spannende kansen om nader met elkaar op te trekken in Amsterdam?
‘Als je als universiteiten echt betekenisvolle impact wilt hebben op de maatschappij, kun je dat nooit in je eentje. Je moet samenwerken. Natuurlijk denk ik dan aan de UvA en de VU, maar laten we vooral de hele breedte van het Amsterdamse onderwijslandschap niet vergeten: de Hogeschool van Amsterdam en andere hogescholen, maar ook mbo-instellingen zoals het ROC van Amsterdam.
Amsterdam staat voor stevige grootstedelijke uitdagingen – denk aan woningbouw, gezondheid, digitalisering, duurzaamheid en sociale ongelijkheid. Universiteiten, hogescholen en het mbo brengen elk hun eigen perspectieven, talent en expertise mee. Volgens mij kunnen we samen heel veel betekenen voor zowel brede maatschappelijke vraagstukken als specifiek Amsterdamse onderwerpen. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid én kans om bij te dragen aan de stad, daar kijk ik erg naar uit.'
5. Wat denk (of hoop) je dat (oud-)collega’s zouden zeggen als we hen vragen: ‘Wat krijgt de UvA nu eigenlijk voor voorzitter?’
‘Ik hoop dat ze zouden zeggen: iemand die goed kan luisteren en verrassende contacten en verbindingen weet te leggen. Ik vind het belangrijk om mensen de ruimte te geven om hun verhaal te doen, ook als dat verhaal kritisch is of schuurt. Vanuit echt luisteren kun je pas zien waar verbinding mogelijk is tussen mensen of groepen die elkaar niet vanzelfsprekend opzoeken.
Daarnaast hoop ik dat ze me zouden omschrijven als benaderbaar en nieuwsgierig. Ik vind het leuk om met heel verschillende mensen in gesprek te gaan – van eerstejaarsstudenten tot hoogleraren, van collega’s in de catering tot bestuurders in de stad. Als we de veelzijdigheid binnen en rondom de UvA beter weten te verbinden, dan krijgt de universiteit een nog sterkere stem in Amsterdam en daarbuiten.’