30 januari 2026
De Raad van Toezicht is verheugd over Subramaniams komst. ‘Ik ben enorm blij met de komst van Vinod naar de UvA’, aldus RvT-voorzitter Jolande Sap. ‘Hij brengt een schat aan ervaring en perspectieven mee. De universitaire wereld kent hij uitstekend, als bestuurder én als wetenschapper. Met Vinod krijgt de UvA een voorzitter met stevige bestuurlijke ervaring en een sterk vermogen om te verbinden.’
De Centrale Ondernemingsraad (COR) heeft positief geadviseerd over de benoeming. De Centrale Studentenraad (CSR) onthoudt zich van advies vanwege zorgen over de selectieprocedure. Het gaat de CSR uitsluitend om de procedure, niet om de persoon of kwaliteiten van de kandidaat.
Subramaniam is momenteel voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Twente en was eerder rector magnificus van de Vrije Universiteit Amsterdam. Naast zijn bestuurlijke ervaring heeft Subramaniam een brede internationale wetenschappelijke staat van dienst. Hij is hoogleraar Biofysica en promoveerde in de Verenigde Staten in de technische natuurkunde op laserspectroscopisch eiwitonderzoek. Zijn loopbaan bracht hem langs toonaangevende onderzoeksinstellingen in Europa, voordat hij in 2004 aan de Universiteit Twente begon. Daar leidde hij de vakgroep Nanobiophysics en was hij wetenschappelijk directeur van onderzoeksinstituut MIRA. Later werd hij directeur van het FOM-instituut AMOLF. Zijn werk kenmerkt zich door interdisciplinariteit en de verbinding tussen fundamenteel onderzoek en maatschappelijke toepassingen - kernwaarden die ook centraal staan in het profiel van de UvA.
Subramaniam kijkt uit naar zijn nieuwe rol. ‘De UvA is een brede, open en internationale universiteit met een grote rijkdom aan disciplines en een sterke maatschappelijke betrokkenheid. Ik bewonder de combinatie van excellent onderwijs en onderzoek, dat academisch betekenisvol en maatschappelijk impactvol is. Dat ik in deze rol mag terugkeren naar Amsterdam maakt deze benoeming extra bijzonder. Ik kijk er enorm naar uit om samen aan de toekomst van de UvA te werken.’