26 februari 2026
Volgens Barn beïnvloedt de maatschappelijke gerichtheid op het individu ook hoe we naar zeggenschap over de eigen kinderwens en voortplanting kijken. ‘Medische ingrepen zoals IVF worden al snel gezien als het antwoord op ongewilde kinderloosheid, terwijl ze zich vooral op het individu richten en relatief lage slagingskansen hebben.’ In haar nieuwe filosofische onderzoek pleit Barn voor meer aandacht voor de maatschappelijke omstandigheden die bepalen of en wanneer mensen kinderen kunnen krijgen.
Die focus op medische oplossingen heeft volgens Barn directe gevolgen voor vrouwen. ‘IVF is nu eigenlijk de primaire oplossing voor “het behandelen” van onvruchtbaarheid, terwijl het in de meerderheid van de gevallen niet tot een geboorte leidt en vaak extra leed geeft zowel tijdens een behandeling als wanneer een behandeling niet slaagt.’
Dat zegt volgens haar veel over de druk die op vrouwen wordt gelegd. ‘Vrouwen voelen vaak een enorme verantwoordelijkheid om het traject te laten slagen. Die druk is niet alleen medisch, maar ook sociaal. Het idee dat falen persoonlijk falen is, ligt voortdurend op de loer.’
Vroege feministische reacties op IVF wezen er volgens Barn al op dat veel van het lijden rond kinderloosheid voortkomt uit normen over vrouw-zijn en moederschap. ‘Kinderloosheid kan ook pijnlijk zijn omdat het kan voelen alsof je niet voldoet aan wat maatschappelijk van je verwacht wordt. Historisch en cultureel wordt moederschap nog steeds gezien als een vanzelfsprekend onderdeel van een “geslaagd” vrouwenleven.’
‘Die analyse zijn we een beetje uit het oog verloren nu de focus vooral ligt op individuele keuzes, terwijl die keuzes altijd worden gemaakt binnen een bredere sociale context,’ stelt Barn. Als we voornamelijk inzetten op medische oplossingen, bestaat volgens haar het risico dat deze normen verder worden bevestigd, en onderliggende sociale oorzaken buiten beeld blijven.
Barn benadrukt dat ongewilde kinderloosheid daarom niet los kan worden gezien van maatschappelijke omstandigheden. Denk aan het later krijgen van kinderen vanwege werk, financiële onzekerheid en loopbanen die moeilijk te combineren zijn met zorg voor jonge kinderen.
Daarnaast wijst ze erop dat omgevingsfactoren als vervuiling, giftige stoffen en slechte voeding een negatieve invloed hebben op de reproductieve gezondheid. En dat het aantal miskramen hoger ligt onder sociaal kwetsbare groepen in de samenleving.
‘Het doel van IVF is het welzijn te vergroten en het lijden als gevolg van ongewenste kinderloosheid te verminderen’, zegt ze. ‘Maar IVF kan geen oplossing bieden voor het feit dat onvruchtbaarheid ook sociaal bepaald kan zijn.’
Met haar filosofische benadering van reproductieve rechtvaardigheid pleit Barn voor het centraal stellen van maatschappelijke ondersteuning naast medische behandelingen. Denk aan betere kinderopvang, een eerlijkere verdeling van zorgtaken waarbij het grootbrengen van kinderen ook als maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt gezien, en loopbanen die niet vastlopen na ouderschap.
‘Als samenleving zouden we ons zorgen moeten maken over het verdriet en het lijden dat gepaard gaat met de kinderwens. En als we welzijn echt serieus nemen, ons ook richten op structurele oplossingen.’
Barn G. Do Assisted Reproductive Technologies Promote Well-Being? Hypatia. Published online 2026:1-25. doi:10.1017/hyp.2025.10054