Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Waarom zijn adolescenten zo gevoelig voor het gedrag van hun leeftijdsgenoten? En is deze gevoeligheid per se negatief, zoals de term ‘peer pressure’ vaak doet vermoeden? In zijn proefschrift laat UvA-gedragswetenschapper Andrea Gradassi zien dat adolescenten vooral worden beïnvloed door klasgenoten met wie zij sociaal nauw verbonden zijn, zoals vrienden, en door leeftijdsgenoten die een hoge status innemen binnen het sociale klasnetwerk.

‘Het doel van dit proefschrift was om peer-invloed te onderzoeken, met name tijdens de adolescentie,’ legt Gradassi uit. ‘Traditioneel heeft de psychologie peer-invloed in deze levensfase vaak neergezet als passief en schadelijk.’

Gradassi stelt deze beperkte kijk ter discussie door een fundamentelere vraag te stellen: waarom zijn adolescenten eigenlijk zo gevoelig voor hun leeftijdsgenoten? Vanuit een evolutionair perspectief is leren van anderen juist zeer adaptief. Door naar peers te kijken kunnen mensen kostbaar leren via trial-and-error vermijden. Zoals Gradassi het verwoordt: ‘Als je kijkt naar wat je leeftijdsgenoten doen en zij daarin succesvol zijn, kan dat gedrag ook voor jou nuttig zijn.’

Echte experimenten in de klas

Een opvallend kenmerk van Gradassi’s onderzoek is dat het plaatsvond in realistische sociale omgevingen. In plaats van uitsluitend laboratoriumonderzoek uit te voeren, deed hij experimenten op Nederlandse middelbare scholen.

‘We gingen scholen in en brachten de relaties tussen leerlingen in kaart,’ vertelt hij. Met behulp van sociale netwerkanalyse identificeerde Gradassi vriendschappen, populaire leerlingen en sociaal centrale figuren binnen elke klas. Deze gegevens werden vervolgens gebruikt om experimenten te ontwerpen waarmee peer-invloed systematisch kon worden gemeten.

In een van de studies maakten leerlingen opdrachten, zoals het schatten van het aantal dieren in een afbeelding. Nadat zij hun eerste antwoord hadden gegeven, kregen ze het antwoord van een geselecteerde klasgenoot te zien en de mogelijkheid om hun eigen antwoord aan te passen.

De resultaten waren duidelijk: adolescenten werden sterker beïnvloed door vrienden dan door klasgenoten met wie zij minder nauw verbonden waren. ‘Wanneer de andere persoon een vriend was, pasten leerlingen hun antwoord vaker aan,’ aldus Gradassi. Dit suggereert dat leren in de klas niet alleen wordt bepaald door nauwkeurigheid, maar ook door sociale nabijheid en vertrouwen.

Ook sociale status speelde een belangrijke rol. Adolescenten namen eerder informatie over van leeftijdsgenoten die een centrale positie in het sociale netwerk innamen — leerlingen die goed verbonden en sociaal prominent waren.

Belangrijk is dat invloed niet alleen samenhing met populariteit. Leeftijdsgenoten die als academisch competent werden gezien, hadden eveneens meer invloed op de leerbeslissingen van anderen. Samen laten deze bevindingen zien dat onderwijsuitkomsten niet alleen worden bepaald door individuele vaardigheden, maar ook door de structuur van sociale relaties binnen de klas.

Oudere adolescenten reageren sterker op positieve invloed

Een van de opvallendste bevindingen in Gradassi’s proefschrift betreft prosociaal gedrag. In een grootschalige studie onder 456 Nederlandse adolescenten kregen deelnemers de keuze om geld aan een goed doel te doneren of het voor zichzelf te houden. Op basis van gangbare theorieën verwachtte Gradassi dat egoïstisch gedrag met de leeftijd zou toenemen.

In plaats daarvan lieten de data het tegenovergestelde patroon zien: oudere adolescenten bleken juist gevoeliger voor positieve peer-invloed. ‘Wanneer oudere adolescenten zagen dat iemand geld doneerde, waren zij eerder geneigd dat voorbeeld te volgen dan jongere adolescenten,’ legt Gradassi uit.

Deze bevindingen suggereren dat peer-invloed ook een positieve kracht kan zijn. Positieve rolmodellen kunnen juist in de latere adolescentie steeds invloedrijker worden, wat mogelijkheden biedt om peer-dynamieken op constructieve manieren te benutten.

Sociale netwerken en sociale media

De bevindingen van Gradassi zijn bijzonder relevant in een tijd waarin sociale invloed online wordt versterkt. Sociale mediaplatforms brengen sociale verbindingen voortdurend in kaart en kunnen peer-dynamieken verder intensiveren.

Daarom is het belangrijk te begrijpen wie wie beïnvloedt en onder welke omstandigheden. Dit is relevant voor docenten, beleidsmakers en voor adolescenten zelf. ‘Het is belangrijk om het publiek te informeren over hoe deze sociale dynamieken werken,’ concludeert Gradassi.