Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
De schadelijke legerrups, de larve van de legerwormmot, kan alleen duurzaam worden bestreden met oplossingen die zijn afgestemd op regionale verschillen. Dat concludeert bioloog Renée van Schaijk in haar promotieonderzoek. Zij onderzocht in Oost- en West-Afrika hoe seksferomonen van de legerwormmot kunnen worden ingezet om biologische bestrijding goed te timen. De resultaten laten zien dat lokale variaties in seksferomonen invloed kunnen hebben op hoe effectief feromoonvallen en biologische bestrijding in de praktijk werken. Van Schaijk promoveert op vrijdag 5 juni aan de UvA.
De legerrups
De legerrups

‘De legerrups rukt wereldwijd op en veroorzaakt grote schade aan gewassen zoals maïs, rijst en sorghum’ schetst Van Schaijk. ‘Vooral in Afrika vormt de rups een groeiende bedreiging voor de voedselzekerheid. Boeren gebruiken vaak goedkope chemische pesticiden om de rups te bestrijden, maar die middelen zijn schadelijk voor mens, dier en milieu.’

Van Schaijk onderzocht daarom een duurzamer alternatief: bestrijding met baculovirussen, natuurlijke virussen die heel specifiek legerrupsen infecteren en andere soorten grotendeels ongemoeid laten. Boeren kunnen het virus over hun gewassen sproeien, maar die aanpak werkt alleen goed als de rupsen nog heel klein zijn.

De legerwormmot (mannetje)
De legerwormmot (mannetje)

Om te bepalen wanneer het beste moment is aangebroken, richtte Van Schaijk zich op seksferomonen: geurstoffen die vrouwtjesmotten uitscheiden om mannetjes aan te trekken. Door vallen met die lokstoffen tussen de gewassen te plaatsen kunnen boeren volgen wanneer mottenpopulaties toenemen en wanneer nieuwe eitjes en rupsen worden verwacht.

Geen standaardoplossingen

Van Schaijk richtte zich op populaties van de legerwormmot in Benin en Kenia, en ontdekte geografische verschillen in de samenstelling van de seksferomonen van vrouwelijke motten. Vervolgens testte zij verschillende feromoonmengsels in het veld en vergeleek zij die met commercieel verkrijgbare lokstoffen.

Renée van Schaijk tijdens het veldwerk
Renée van Schaijk tijdens het veldwerk
Renée van Schaijk tijdens het veldwerk

In Benin bleek de meest effectieve lokstof een zelf samengestelde variant op basis van de lokale populatie. Die lokstof zorgde voor stabiele vangsten van de doelsoort en had een hoge soortspecificiteit (minder bijvangst van andere, niet-schadelijke motten). Bovendien bleek dat feromoonvallen beter werkten voor het bepalen van het sproeimoment dan methoden gebaseerd op de groeifase van maïsplanten of het tellen van eitjes op bladeren.

‘De onderzoeksresultaten maken duidelijk dat er geen standaardoplossingen zijn voor duurzame bestrijding van de legerrups’, aldus Van Schaijk. ‘Lokale verschillen in seksferomonen kunnen bepalen hoe goed lokstoffen in de praktijk werken.’

Samenwerken en investeren

Volgens Van Schaijk vraagt duurzame bestrijding van de legerrups om internationale samenwerking en investeringen. ‘Veel boeren in getroffen regio’s beschikken niet over de middelen om geavanceerde monitoring of biologische bestrijding zelfstandig toe te passen. Als we wereldwijde voedselzekerheid serieus nemen, moeten overheden, kennisinstellingen en internationale organisaties samenwerken om dit soort methoden toegankelijk te maken. Dat betekent ook investeren in subsidies, infrastructuur en lokale ondersteuning.’

Wat is de legerrups?

De legerrups (Spodoptera frugiperda) is de larve van de legerwormmot, een nachtvlinder die oorspronkelijk uit Noord- en Zuid-Amerika komt. De soort heeft inmiddels ook Afrika, Azië, Australië en Zuid-Europa bereikt. De volwassen motten kunnen grote afstanden afleggen en leggen honderden eitjes op landbouwgewassen. De rupsen richten grote schade aan. Ze eten bladeren, stengels en kolven van gewassen als maïs, rijst en sorghum. Eén vrouwtje kan tijdens haar leven tot ongeveer 2000 eitjes leggen. In Afrika zijn honderden miljoenen mensen afhankelijk van maïs, een van de belangrijkste gewassen die door de legerrups worden aangetast.