18 juni 2026
Veel van het plastic afval, waarvan er jaarlijks miljoenen tonnen bijkomen, valt uiteen in steeds kleinere deeltjes: microplastics en uiteindelijk nanoplastics. Microplastics zijn deeltjes tussen 1 micrometer en 5 millimeter; nanoplastics zijn nog kleiner, van 1 nanometer tot 1 micrometer.
Juist deze minuscule deeltjes baren zorgen, omdat ze in water en voedsel terechtkomen en zo uiteindelijk ook in ons lichaam.
Het is vooral lastig om de hoeveelheid nanoplastics in het milieu precies te bepalen, omdat het om zulke kleine deeltjes gaat die zich ook anders gedragen dan microplastics. ‘Voor microplastics zijn er al veel gebruikte technieken, maar die werken voor nanoplastics meestal niet’, stelt Hayder.
Om tot een meer betrouwbare meting te komen, combineerde Hayder twee technieken die elkaar aanvullen: één voor het scheiden van de plasticdeeltjes op grootte en één voor het chemisch herkennen en meten van de verschillende plasticsoorten.
Deze nieuwe meetmethode bleek in staat bepaalde nanoplastics in afvalwater te identificeren en kwantificeren.
De nieuwe methode werd gelijk ingezet om te ontdekken hoe alledaagse kunststoffen, die de onderzoekers jarenlang hadden blootgesteld aan zoet- en zeewater, uiteenvallen in steeds kleinere deeltjes.
‘We vonden de nanoplastics in zowel zoet- als zeewater’, vertelt Hayder. Opvallend was dat de plasticsdeeltjes niet volgens een simpel ‘steeds kleiner’ patroon afbraken, maar in allerlei verschillende groottes aanwezig waren, en ook op alle dieptes opdoken ongeacht hun dichtheid.
Ook bekeek Hayder wat er tot nu toe bekend is over plasticsdeeltjes in onze voedings- en drinkwaren. ‘Er is relatief veel onderzoek gedaan naar zeevruchten, terwijl andere belangrijke onderdelen van ons dieet – zoals fruit, groenten en granen – minder aandacht krijgen.’ Maar voor juist die voedselsoorten schatten de onderzoekers de hoogste dagelijkse inname in.
‘We zien met name de veelgebruikte plastics terug, zoals verpakkingsplastic’, zegt Hayder. ‘Maar hoe je meet, bepaalt voor een groot deel wat je vindt – en dat maakt studies lastig vergelijkbaar.’
En wat gebeurt er als we de plasticdeeltjes via water en voedsel inslikken en deze in ons maagdarmkanaal komen? Om dat te achterhalen bouwden de onderzoekers in het lab het spijsverteringsproces na en lieten plasticdeeltjes van verschillende groottes en met diverse eigenschappen dit ondergaan.
‘In het maagdarmkanaal klonteren kleine deeltjes samen tot grotere klontjes, vooral door de werking van spijsverteringsenzymen. Daardoor worden ze groter en is de kans kleiner dat ze door de darmwand en in het lichaam terechtkomen, al laat dit onderzoek zien dat we daar nog veel over moeten leren’, aldus Hayder.
Betere metingen hebben we nodig om de gezondheidsrisico’s van plasticvervuiling goed te kunnen beoordelen. ‘Nu verschillen meetmethoden sterk tussen laboratoria, waardoor resultaten lastig vergelijkbaar zijn. Dat belemmert niet alleen wetenschappelijk onderzoek, maar ook beleid rond plasticgebruik en vervuiling’, zegt Hayder.
‘Onze aanpak is nog niet perfect, maar is een goede stap in veel preciezere metingen van nanoplastics in de toekomst. Dat is cruciaal om hun verspreiding en mogelijke gezondheidsrisico’s beter in te kunnen schatten.’
Maria Hayder, 2026, 'Analytical approaches for studying occurrence and fate of environmental micro- and nanoplastics'. Promotoren: prof. dr. G.J.M. Gruter en prof. dr. A.P. van Wezel. Copromotoren: dr. A. Astefanei en dr. C. Angelici.
Woensdag 24 juni, 11.00-12.30, Aula, Amsterdam