Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Klimaatnoodtoestand en de fossiele industrie

Hoe is dit besluit genomen? 

In 2023 zijn in meerdere dialoogsessies zoveel mogelijk inzichten vanuit alle hoeken van de UvA opgehaald om te zorgen dat er een besluit ligt dat breed gedragen wordt in de UvA-gemeenschap. De visies tijdens de sessies liepen soms stevig uiteen: van ‘samenwerking is nodig om bedrijven te helpen veranderen’ tot ‘per direct alle banden verbreken’. Uiteindelijk blijkt er op belangrijke punten consensus: er is sprake van een klimaatcrisis die kan beschouwd worden als mondiale noodtoestand die grote urgentie vereist, de energietransitie moet worden versneld en het halen van de klimaatdoelen staat daarbij voorop. 

Deze overeenstemming is leidend geweest bij het voorbereiden van een besluit. Op basis van de UvA-brede dialoogsessies voor alle studenten en medewerkers, is een voorstel voorgelegd aan de Universitaire Commissie Onderwijs, Universitaire Onderzoekscommissie, Universitaire Valorisatiecommissie, Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissie, Senaat, de medezeggenschapsraden COR en CSR en de decanen van de faculteiten. Na deze consultatie is het voorstel aangepast en het besluit genomen. 

Wat houdt het besluit in?

De UvA werkt niet meer samen in projecten waar de fossiele industrie aan deelneemt, tenzij aan drie strenge criteria is voldaan: 

  • Het project heeft als expliciet doel bij te dragen aan het behalen van de doelen uit het Parijs-akkoord.   
  • Het project – en daarmee de positieve doelen die bijdragen aan de Parijs-doelen – kan niet op een andere manier of met andere, niet-fossiele partners worden gerealiseerd, bijvoorbeeld omdat data of meetinstrumenten anders niet beschikbaar zijn. 
  • Een multidisciplinaire en breed samengestelde adviescommissie adviseert of de beoogde bijdrage aan de klimaatdoelstellingen deze samenwerking rechtvaardigt. 

Deze aangescherpte regels voor samenwerking met derden worden vastgelegd in een nieuw Beleidskader Samenwerking met Derden – bekijk de huidige versie hier (UvA-inlog vereist). Elke samenwerking met de fossiele industrie wordt door de decaan van de betreffende faculteit voorgelegd voor toetsing aan dit kader door de Adviescommissie Samenwerking met Derden.

En verder

We zien de klimaatverandering als een mondiale noodtoestand.

We gaan greenwashing zoveel mogelijk tegen.

We intensiveren duurzaamheid in onderzoek, onderwijs en bedrijfsvoering.

We zijn transparant over onze samenwerkingen met de fossiele industrie.

Veel gestelde vragen
  • Hoe toetsen we samenwerkingen op hun bijdrage aan de klimaatdoelen?

    In gevallen waarin samenwerking met de fossiele energiesector de klimaatdoelen substantieel dichterbij kan brengen en daartoe geen andere partijen of middelen beschikbaar zijn, vinden we het verantwoord de samenwerking bij uitzondering en op projectbasis aan te gaan.   

    Nieuwe beoogde onderzoekssamenwerkingen met partijen uit de fossiele energiesector worden altijd door de decaan aan de Adviescommissie Samenwerking met Derden voorgelegd. Dit geschiedt in een vroeg stadium van de verkenning van een beoogde samenwerking. Deze commissie beoordeelt projectvoorstellen en geeft hierover advies aan de betreffende decaan. De decaan besluit vervolgens op welke wijze het best recht gedaan kan worden aan het advies. De adviescommissie rapporteert periodiek over de adviezen die ze heeft uitgebracht. 

  • Hoe zorgen we dat onze samenwerking bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelen van Parijs?

    Als we samenwerken met partners uit de fossiele energiesector doen we dat nooit op het gebied van het winnen van fossiele brandstoffen, en gaan we greenwashing zoveel mogelijk tegen. Transparantie en wetenschappelijke integriteit zijn leidend.

    • We blijven de voorwaarden stellen dat exclusief gelicenseerd (duurzaam) onderzoek niet op de plank van een bedrijf kan blijven liggen (anti-shelving). 
    • De wetenschappelijke onafhankelijkheid is geborgd.
    • Onze onderzoeksresultaten worden altijd gepubliceerd.
    • Er worden non-exclusieve licenties uitgegeven waardoor ook andere geïnteresseerde partijen met de nieuwe kennis aan de slag kunnen. 
  • Hoe gaan we greenwashing tegen?

    We gaan greenwashing zoveel mogelijk tegen door duidelijke waarborgen in te bouwen. We nemen bepalingen over communicatie-uitingen op in samenwerkingscontracten en communiceren expliciet dat incidentele samenwerkingen met bedrijven niet betekent dat we hun koers ondersteunen. Ook distantiëren we ons expliciet van misleiding, disinformatiepraktijken en schending van de mensenrechten door partijen in de fossiele energiesector. 

  • Mogen fossiele partners uitgenodigd worden ten behoeve van het onderwijs, bijvoorbeeld als gastspreker?

    De UvA vertrouwt erop dat medewerkers en studenten -  onder meer in opleidingscommissies – het onderwijs vorm geven op basis van hun academische vrijheid die altijd verbonden blijft met maatschappelijke verantwoordelijkheid en de duurzaamheidsambities van de UvA. Dit impliceert dat er ook in het onderwijs ruimte is voor het uitnodigen van gastsprekers die niet per se onze waarden delen. Buiten het curriculum om blijft het aan studentenorganisaties zelf om de afweging te maken of zij partijen uit de fossiele energiesector uitnodigen.

  • Hoe intensiveren we onze activiteiten in duurzaamheid?

    De UvA intensiveert haar activiteiten op het gebied van duurzaamheid in bedrijfsvoering, onderzoek, onderwijs en valorisatie. Duurzaamheid, dat ook nu al één van de vier maatschappelijke thema’s is die ons onderzoek richting geven, zal in de tweede helft van de looptijd van het huidige Instellingsplan (2024-2026) extra financiële en personele aandacht krijgen.   

    Met haar disciplinaire breedte is de UvA bij uitstek goed gepositioneerd om een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelen van het Parijsakkoord. Veel UvA-medewerkers zetten zich ook nu al sterk in voor duurzaamheid in onderwijs, onderzoek en valorisatie. De wijze waarop we de beoogde intensivering precies vormgeven, wordt nader uitgewerkt in de lopende actualisatie van ons Whitepaper Duurzaamheid. Als onderdeel hiervan zal de UvA, in samenwerking met andere universiteiten, kennisorganisaties en de overheid, de mogelijkheden verkennen tot het opzetten van een gezamenlijk fonds van waaruit projecten die bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen worden ondersteund. Op deze wijze kan de onafhankelijke en kritische rol van kennisinstellingen worden versterkt. 

  • Hoe groot is de financiële bijdrage aan onderzoek vanuit de fossiele industrie?

    De jaarlijkse bijdrage aan onderzoek van de fossiele energiesector bedraagt ongeveer 1,7 miljoen euro, ofwel ongeveer 0,6 procent op jaarbasis van het totale budget voor onderzoek.

    Totale inkomsten onderzoek
    In 2023 heeft de UvA circa 297,8 miljoen euro aan Rijksbijdrage voor al het onderzoek aan de UvA ontvangen.

  • Hoeveel samenwerkingsprojecten met fossiele partners zijn er nu?

    De UvA heeft in totaal duizenden samenwerkingsprojecten met partners uit allerlei industrieën en markten. Er zijn enkele projecten waaraan partners uit de fossiele industrie meedoen. Het gaat om de volgende projecten:

    Het broeikasgas methaan als grondstof voor de chemie (NWO LIFT subsidie)

    Hoofdaanvrager: UvA
    Consortium: Universiteit van Amsterdam, Shell

    Afval is grondstof is tegenwoordig een bekend idee, maar laten we dan ook daadwerkelijk chemie daarvoor ontwikkelen want dat wordt de crux voor het realiseren van een circulaire economie. De onderzoekers in dit project gaan een fundamenteel nieuwe, door licht gedreven, methode ontwikkelen om het broeikasgas methaan in nuttige producten om te kunnen zetten. Hiermee helpt dit project de impact van methaan op het milieu te verminderen en zal het efficiënte gebruik van methaan als grondstof voor de chemische industrie bevorderen alsmede bijdragen aan het veiligstellen van onze duurzame toekomst.

    Paradijselijke metingen

    Hoofdaanvrager: UvA
    Consortium: Genentech, Shell, DSM, Nederlands Forensisch Instituut, Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam

    Wat houdt het project in?
    De wetenschap en de samenleving hebben feitelijke gegevens nodig om verantwoord te kunnen beslissen en handelen. Waaraan lijdt de patiënt? Is het medicijn veilig? Is deze stof een explosief materiaal? Degenen die zulke metingen verrichten en die nieuwe meetmethoden bedenken, zijn analytisch chemici. De vragen die aan analytisch chemici gesteld worden zijn steeds ingewikkelder en vereisen zeer geavanceerde apparatuur en heel slimme software. Deze innovaties worden ontwikkeld in het PARADISE-project, waarin de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit samenwerken met Genentech (a Roche company), Shell, DSM en het Nederlands Forensisch Instituut. 

    AquaConnect

    Hoofdaanvrager: WUR, UvA is mede-aanvrager

    Consortium: Amsterdam Institute of Advanced Metropolitan Solutions-AMS, Brabant Water, Deltares, Dow Benelux, Dunea, Evides, Gemeente Amsterdam, Gemeente Terneuzen, GlastuinbouwNL, Haven van Rotterdam, HZ University of Applied Sciences, ICT Netherlands B.V., KnowH2O, KWR Water, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Netherlands Water Partnership-NWP, North Sea Port, Nijhuis Industrial Technologies, NXFiltration, Oasen, Provincie Noord-Brabant, Provincie Zeeland, Provincie Zuid-Holland, RoyalHaskoningDHV, Shell, Stibbe, STOWA, Swinkels, Technische Universiteit Delft, Technische Universiteit Eindhoven, Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Twente, Vitens, Vrije Universiteit, Wageningen Environmental Research, Wageningen Food & Biobased Research, Wageningen University & Research, Water Alliance, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier, Waterschap Rijn & IJssel, Waterschap Scheldestromen, Waterschap Vallei & Veluwe, Waterschap Vechtstromen, Witteveen+Bos.

    Wat houdt het project in?
    Steeds vaker hebben we in Nederland te maken met zoetwatertekorten als gevolg van ernstige droogte. Het omvangrijke AquaConnect-consortium biedt hiervoor een oplossing: de onderzoekers willen het gebruik van afvalwater en brak grondwater mogelijk maken met nieuwe waterzuiveringstechnologieën. Deze technologieën ondersteunen ze met een systematiek om vast te stellen welke waterkwaliteit bij welk gebruik hoort. Deze methode kan de overheid vervolgens gebruiken in regelgeving. Daarnaast werken de onderzoekers aan geavanceerde computermodellen om wateraanbieders en -gebruikers met elkaar te verbinden via zogeheten ‘smart water grids’, waarvan wateropslag in de ondergrond ook onderdeel is. Het programma zal voor vier regio’s tonen hoe die zelfvoorzienend kunnen worden in zoetwatervoorziening als voorbeeld voor andere plaatsen in de wereld.

    Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium

    Founding partners: TU/e, RUG, UU. Consortium oa VU, UU, TUD, UT, RU en LEI, UVA; AkzoNobel, BASF, Nouryon en Shell.

    Wat houdt het project in?
    Het doel van ARC-CBBC is om de duurzame moleculen van de toekomst te ontwikkelen. Binnen de UvA zijn negen projecten in uitvoering of net afgerond in het kader van ARC-CBBC. Zie ook Advanced Research Center Chemical Building Blocks Consortium - ARC CBBC (arc-cbbc.nl).

    SHV Energy

    Hoofdaanvrager: SHV Energy.

    Wat houdt het project in?
    Sustainable production of LPG from CO2.

    HE CL4 Plastice: EU project

    Hoofdaanvrager: CIRCE - Centro Tecnológico in Zaragoza.
    Consortium met o.a. Total Energies

    Wat houdt het project in?
    PLASTICE: Closing the plastics loop with novel conversion routes - HIMS - University of Amsterdam (uva.nl)

    NWO-LIFT-RainCarbon (Former Ruetgers resins)

    Hoofdaanvrager: FNWI
    Consortium met o.a. RainCarbon

    Wat houdt het project in?
    Making renewable polymers/oligomers from waste biomass for resin applications.

    CO2 hydrogenering naar methanol

    Hoofdaanvrager: UvA

    Wat houdt het project in?
    De fundamentele en toegepaste aspecten van elektrochemische energieconversie, en op de productie van chemicaliën en brandstoffen met behulp van hernieuwbare elektriciteit.

    Tenure track beurs voor één onderzoeker (NWO-ECCM tenure track grant met bijdrage vanuit kennis en innovatie convenant waaraan ook fossiele bedrijven deelnemen)

    Hoofdaanvrager: UvA

    Wat houdt het project in?
    De fundamentele en toegepaste aspecten van elektrochemische energieconversie, en op de productie van chemicaliën en brandstoffen met behulp van hernieuwbare elektriciteit

    BatteryNL – Next Generation Batteries based on Understanding Materials Interfaces | NWO (NWO-ORC-ORG project)

    Hoofdaanvrager: TU Delft

    Wat houdt het project in?
    Dit project richt zich op het realiseren van de volgende generatie batterijen die veiliger zijn, met hogere energiedichtheden en langere levensduur, noodzakelijk voor een samenleving gebaseerd op duurzame energiebronnen. Gebruikmakend van unieke Nederlandse expertise wordt het hart van deze begeerde batterijen – het electrode-elektrolyt grensvlak – onderzocht en verbeterd met schaalbare technologieën. Om de maatschappelijke integratie van deze technologische doorbraken te verwezenlijken, wordt de sociale en economische impact geëvalueerd in directe samenwerking met verschillende belanghebbenden. De UvA is de trekker van WP6 “social economic analysis.

    Zie ook: BatteryNL | Next Generation Batteries based on Understanding of Materials Interfaces