Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Mauro van de Looij is sport- en prestatiepsycholoog en voormalig jeugdtrainer bij PSV en Willem II. Ook is hij docent in de psychologie aan de Fontys Hogeschool Eindhoven. Daarnaast schrijft hij boeken waarin hij tips geeft aan trainers en ouders hoe zij kunnen bijdragen aan een leuke en leerzame tijd voor kinderen op het voetbalveld.
Foto door Erik Borst

Wat doet een sport- en prestatiepsycholoog?

'Mensen helpen ontwikkelen; hun prestatie verbeteren. Of dat nou op het voetbalveld is of in de klas, als docent aan de Fontys, waar ik onder meer de mental coaches van de toekomst opleid. Ontwikkelen op een fijne manier, omgaan met mentale druk, het beste wat in mensen zit eruit laten komen - daar krijg ik heel veel energie van.'

'Het liefst doe ik dat in de dynamische omgeving van de sport. Maar dat kan ook heel goed aan Psychologie-studenten zijn.'

Als jeugdtrainer van PSV en Willem II, hoe zorgde je voor het plezier?

'Dat kinderen willen winnen is mooi. Ze leren: er staat iets op het spel, je moet het samen doen, hoe ga je dat regelen met elkaar? Vrijwel alle kinderen houden van spel en willen meedoen. Een deel van hen wil ook presteren. Door samen te voetballen leer je als kind veel over de maatschappij.'

'Samenwerken, plezier maken, succes creëren, omgaan met teleurstellingen. Dat zijn fantastische ervaringen voor kinderen, ook omdat er geen consequenties aan zitten. Want wat maakt het uit als je met je team - 'onder 9', of 'onder 12' bijvoorbeeld - wint of verliest. Of promoveert of degradeert. Het zijn enkel heel goede levenslessen.' 

Wat leer je de ouders?

‘Ik heb wel eens een oefening gedaan, waarbij ik de spelers vroeg op te schrijven wat ze wél en niet leuk vonden van hun vaders en moeders langs het veld. De uitkomsten deelde ik met de ouders. Dat was heel confronterend voor ze. Maar het werkte wel. Wat ouders vooral wél moeten doen, is er zíjn en aanmoedigen.’

Waar gaat het soms mis?

‘Zolang we dat bij de kinderen laten, gaat het goed. Maar volwassenen langs de lijn zijn vaak het probleem. Die gaan consequenties verbinden aan een wedstrijd. Als er niet wordt gewonnen, of het team staat achter, dan worden veel ouders vanuit emotie heel verbaal.'

'Kinderen krijgen daardoor verkeerd voorbeeldgedrag. Ook horen ze verschillende opdrachten, van ouders en van de coach. En daar help je kinderen niet mee.’

Welke trend zie je?

'Wat mij opvalt langs de lijn als ik bij mijn kinderen kijk, en dat hoor ik ook van bijvoorbeeld Pabo-studenten: ouders geven hun kinderen steeds vaker het signaal dat het aan de ander ligt. Niet aan het eigen kind. Dus ze komen naar de trainer toe of de docent in de klas om verhaal te halen.'

'Terwijl: ze kunnen ook tegen hun kind zeggen: misschien zit er wel iets in wat die docent of trainer zegt. Want die heeft in principe het beste met je voor. Heb je daar al eens over nagedacht? En hoe kunnen we jou daarbij helpen?'

Meedoen is belangrijker dan winnen?

'Ik ken trainers op het hoogste niveau die het niet hebben over winnen. Maar zeggen: we gaan het spel zo goed mogelijk spelen. En de uitslag is dan een logisch gevolg van het gespeelde spel. Ze leggen daarmee de nadruk op de ontwikkeling van het spel en het presteren in plaats van alleen naar de resultaten te kijken. Daardoor kan mentale druk worden weggenomen en halen spelers hun niveau.' 

'Oud-Liverpoolcoach Jürgen Klopp zei ooit: ik zie mezelf niet als een winnaar, maar als iemand die continu probeert. Want ik heb meer kampioenschappen en Champions League-finales verloren dan gewonnen. Maar ik probeer daar elke keer weer iets beters uit te halen.'

Je hebt aan de UvA de master Sport- en Prestatiepsychologie gedaan, hoe was dat?

'Ik heb daar enorm veel geleerd van docenten als Edwin van Hooft. En ik ben Gerald Weltevreden enorm dankbaar dat hij die track is begonnen. Met al hun kennis leveren ze een enorme bijdrage aan deze groeiende tak van de psychologie en aan mentale weerbaarheid.'

Wat is je droom?

'Uiteindelijk zou ik als een prestatiepsycholoog een voetbalelftal willen begeleiden, bijvoorbeeld het Nederlands Elftal op een EK of een WK. Dat zou fantastisch zijn.'

'Maar mijn werk is ook geslaagd als zoveel mogelijk kinderen een leuke en leerzame tijd op het voetbalveld hebben. Dat ze zonder te grote consequenties het voetbalspel leren spelen en leren om te gaan met spanning en druk, passend bij de leeftijd. Zodat ze later in de maatschappij - met zelfvertrouwen - ook kunnen presteren.'