Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Wat blijft er achter wanneer de winning stopt? Die vraag staat centraal in Aftershocks of Extraction, waarin geesteswetenschappers de geschiedenis van de Groningse gaswinning onderzoeken. Niet vanuit schadebedragen of compensatieregelingen, maar vanuit vragen over rechtvaardigheid, beeldvorming en de maatschappelijke gevolgen van extractie.

Het project ontstond binnen de onderzoeksnetwerk Environment & Society. Toen de parlementaire enquête naar de aardgaswinning in Groningen in 2021 begon, besloten onderzoekers uit verschillende delen van de faculteit die gezamenlijk te volgen. ‘Ons onderzoek en onderwijs ging al over omstreden relaties tot het milieu en over onrechtvaardigheid in de omgang met risico’s en negatieve consequenties’, vertelt historicus en samensteller Peter van Dam. ‘We vroegen elkaar hoe we vanuit die vragen naar de parlementaire enquête en de geschiedenis van de gaswinning keken. Wat viel op vanuit verschillende achtergronden nu het over een onderwerp ging dat ons vaak ook persoonlijk raakte? Welke vragen kwamen niet aan bod? Tijdens de enquête draaide het vooral om verantwoordelijkheid, schade en compensatie. Belangrijke vragen, maar niet voldoende om het volledige verhaal te begrijpen.’

De gesprekken kregen eerst vorm in de nieuwsbrief Tot op de bodem en in bijeenkomsten met betrokkenen, journalisten en andere experts. Daaruit groeide uiteindelijk een bundel met dertien hoofdstukken waarin onderzoekers vanuit verschillende disciplines de geschiedenis én doorwerking van de gaswinning onderzoeken

Verwachtingen en teleurstellingen

Een van de bijdragen in de bundel komt van historicus Jeroen van Zanten, die onderzocht hoe de gaswinning doorwerkt in ideeën over burgerschap en regionale identiteit in Noordoost-Groningen. Volgens Van Zanten is de onvrede in de regio niet alleen terug te voeren op de gaswinning zelf, maar ook op een langere geschiedenis van niet nagekomen beloftes en sociaaleconomische keuzes die buiten de regio werden gemaakt.

Daarbij wijst hij op een verschil met Noorwegen. Waar dat land opbrengsten uit olie- en gaswinning onderbracht in een staatsfonds om toekomstige generaties te laten meeprofiteren en regionale ongelijkheid te beperken, koos Nederland ervoor om de gasbaten direct in de staatskas te laten vloeien.

‘De opbrengsten werden gebruikt voor lopend beleid en voor projecten die economische ontwikkeling moesten stimuleren, ook in regio’s met werkloosheid of achterstand zoals het Noorden’, zegt Van Zanten. ‘Maar veel van die verwachtingen zijn uiteindelijk niet waargemaakt.’

Dat leidt volgens hem tot een ervaring van periferie: het idee dat belangrijke beslissingen elders worden genomen en dat regio’s vooral in beeld komen wanneer ze iets moeten leveren. Van Zanten herkent dat ook in wat hij de verwachtingshorizon van bewoners noemt: de mate waarin mensen ervaren invloed te hebben op hun eigen toekomst. ‘In de Randstad hebben mensen vaker het idee dat ze regie hebben over hun leven, dat ze keuzes kunnen maken en kansen kunnen creëren. In Groningen zie je vaker het gevoel dat grote ontwikkelingen elders worden bepaald en dat je daar zelf maar beperkt invloed op hebt.’

 Volgens Van Zanten werkt dat door in actuele discussies over energie en infrastructuur. ‘Voor veel Groningers bevestigen nieuwe energieprojecten opnieuw het idee dat hun regio vooral belangrijk wordt gevonden wanneer er iets gewonnen, gebouwd of opgelost moet worden.’

Geschiedenis van extractie

Ook cultuurwetenschapper Esther Peeren plaatst Groningen in een bredere historische context. In haar hoofdstuk onderzoekt ze hoe verhalen over het platteland worden verteld in films, documentaires en literatuur en welke beelden daardoor dominant worden.

‘Het viel me op dat het Nederlandse platteland vaak wordt geïdealiseerd als een plek waar alles beter, gezonder en hechter is’ vertelt Peeren. ‘De gevolgen van de gaswinning laten zien dat dat beeld niet vanzelfsprekend is, en eigenlijk ook nooit is geweest. Want als je verder terugkijkt, zie je dat Groningen en Drenthe vaker als ontginningsgebied zijn gebruikt ten dienste van economische ontwikkeling elders in Nederland.’

In de beeldvorming over de gaswinning valt haar daarnaast op dat er vooral aandacht is voor het individu. ‘In de media ligt de nadruk vaak op schade aan privébezit. Daardoor blijft er relatief weinig aandacht over voor bredere gevolgen voor scholen, publieke voorzieningen, de leefomgeving of de regio als geheel.’

Volgens Peeren beïnvloeden die beelden ook welke vormen van schade zichtbaar worden, en welke juist buiten beeld blijven. ‘Dat is problematisch, omdat je dan blijft hangen in het idee dat het acceptabel is om een gebied te beschadigen en uit te putten, zolang er maar compensatie tegenover staat. Met geld valt niet alles op te lossen – er moest juist ook worden nagedacht over schade die niet materieel is.’

Perspectief

De bundeling van onderzoeken laat volgens Van Dam zien dat de toekomst van gaswinning in Groningen over veel meer gaat dan de vraag hoe Groningers recht kan worden gedaan. ‘Het boek laat zien hoe we de situatie van de mensen in Groningen kunnen begrijpen als onderdeel van een bredere discussie over wie de kosten van de winning van fossiele brandstoffen betalen en wie ervan profiteren. Daarmee wordt ook het belang van een geesteswetenschappelijk perspectief duidelijk. Belangrijke vragen die anders in de marge blijven, komen door dit onderzoek in beeld. Aftershocks of Extraction laat zien hoeveel geesteswetenschappers toe te voegen hebben aan de discussie over verleden én toekomst van de fossiele economie.