Sociale geografie
Segregatieniveaus zijn relatief bescheiden, schetst Musterd. Sterk negatieve framing stimuleert juist segregatie, uitsluiting, tweedeling, discriminatie, marginalisering, stigmatisering, angst, vervreemding, en de ontwikkeling van eerste- en tweederangs burgers. Wij moeten daar volgens Musterd niet voor willen kiezen; er is geen reden voor.
Geven segregatieniveaus naar land van herkomst (vooral niet-westers) en naar sociaaleconomische positie (vooral achterstand) aanleiding om anti-segregatiebeleid te ontwikkelen? Wanneer is segregatie een probleem? Als segregatie problematisch is, wat is dan de beste aanpak? Ruimtelijke interventie? Of een brede maatschappelijke aanpak? Musterd gaat in op al deze vragen, in steden in Nederland en een aantal vergelijkbare landen. Hij behandelt mechanismen die tot segregatie leiden, en schetst ook visies op segregatie en de wijze waarop segregatie geframed wordt. Hier blijkt vaak discriminatie en stigmatisering in het spel. Dat bevordert juist segregatie, aldus Musterd. Een confrontatie van kennis, inzicht, visies en framing geeft aanleiding te pleiten voor een meer ontspannen omgang met segregatie. Matching van huishoudens aan bij hen passende woonmilieus leidt tot segregatie. Maar alleen als deze problemen oproept die qua intensiteit en schaal grenzen overschrijden, is ingrijpen gewenst - ruimtelijk of niet-ruimtelijk.
Dhr. prof. dr. S. Musterd, hoogleraar Toegepaste sociale geografie en planologie: Nieuwe Perspectieven op Woonsegregatie.
Toegang vrij