Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Dhr. dr. Jan J. Latten is per 1 augustus 2004 benoemd tot bijzonder hoogleraar Demografie, in het bijzonder de demografische en ruimtelijke aspecten van relatie- en gezinsvorming, aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen.

Dhr. dr. Jan J. Latten (1952) is per 1 augustus 2004 benoemd tot bijzonder hoogleraar Demografie, in het bijzonder de demografische en ruimtelijke aspecten van relatie- en gezinsvorming, aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De leerstoel is ingesteld vanwege de mr. dr. J.H. van Zanten Stichting. De bijzondere leerstoel wordt gevestigd met medewerking van het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) en de Nederlandse Gezinsraad (NGR).

Latten studeerde Urbane en Rurale Sociologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en demografie aan de Universiteit van Tilburg. Hij promoveerde in 1986 op het proefschrift Gemeentelijke bevolkingsontwikkeling in fasen. Sinds 1981 is Latten werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als sociaaldemografisch onderzoeker is hij betrokken geweest bij tal van onderzoeken van het CBS, zoals het Woningbehoeftenonderzoek en onderzoeken naar de leefsituatie van diverse bevolkingsgroepen. De laatste jaren is hij behalve senioronderzoeker op sociaaldemografisch terrein ook projectleider van het Onderzoek Gezinsvorming van het CBS. Hij publiceert onder andere over veranderingen op het gebied van samenwonen, trouwen, scheiden en ouderschap in samenhang met maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast publiceert hij over migratiegedrag en consequenties daarvan voor bevolkingsontwikkeling. Latten was lid van diverse commissies op het terrein van demografisch en sociaaldemografisch onderzoek. In 1996 was hij onder andere lid van de SWR-commissie voor de ontwikkeling van de gezinssociologie.

Latten zal zich als hoogleraar in het bijzonder richten op onderzoek naar trends in relatie- en gezinsvorming en de sociale en ruimtelijke differentiatie daarvan. Daarbij zal hij zich ook richten op fenomenen van segregatie.