Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Dhr. dr. A.A.B. Bergen is per 1 juni 2004 benoemd tot bijzonder hoogleraar Moleculaire Genetica van Multifactoriële Oogaandoeningen aan de Faculteit der Geneeskunde.

Dhr. dr. A.A.B. Bergen (1961) is per 1 juni 2004 benoemd tot bijzonder hoogleraar Moleculaire Genetica van Multifactoriële Oogaandoeningen aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De leerstoel is ingesteld vanwege de Algemene Nederlandse Vereniging ter Voorkoming van Blindheid (ANVVB).

Arthur Bergen doet genetisch onderzoek naar multi-factoriële oogaandoeningen. Deze vaak voorkomende aandoeningen worden veroorzaakt door een combinatie van omgevingsfactoren en moleculair genetische afwijkingen. Wereldwijd is cataract of (grauwe) staar de meest voorkomende oorzaak van blindheid en slechtziendheid, maar deze ziekte is met de huidige operatieve technieken goed te behandelen. In de westerse wereld vormen ouderdoms macula degeneratie (OMD) en primair open kamerhoek (angle) glaucoom (POAG) de belangrijkste oorzaken van niet-behandelbare blindheid en slechtziendheid. OMD en POAG zijn als ziektebeeld al ruim 120 jaar bekend, maar er is nauwelijks inzicht in de manier waarop deze aandoeningen ontstaan. Voor OMD bestaat dan ook geen afdoende behandeling. Bij POAG is pas in de laatste jaren aangetoond dat drukverlaging de achteruitgang van gezichtsveldverlies en uiteindelijk gezichtsverlies kan vertragen. Volgens populatie-genetisch onderzoek worden OMD en POAG voor ongeveer 30% door genetische en voor het overige deel door omgevingsfactoren veroorzaakt. De zoektocht naar genen en hun functies kan leiden tot een beter inzicht in het ontstaan en de behandeling van deze aandoeningen. Het onderzoek naar de moleculaire genetica van multifactoriële oogaandoeningen is van groot belang, omdat deze aandoeningen zeer frequent voorkomen en een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven in de verouderende bevolking.

Bergen promoveerde in 1993 in de medische genetica aan de Universiteit Leiden (bij prof. dr. G.B.J. van Ommen). Van 1996 tot 2000 was hij hoofd van de afdeling Ophthalmogenetica van het Interuniversitair Oogheelkundig Instituut (IOI). Sinds 2000 is hij hoofd van de Divisie Development, Aging and Genetic Diseases of the Eye en van de research unit Moleculaire Ophthalmogenetica van het IOI. Daarnaast is hij sinds 2001 als senior staflid verbonden aan het centrale DNA-diagnostiek laboratorium van het AMC.