Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Dhr. dr. P.P.G. Boersma is benoemd tot hoogleraar Fonetische wetenschappen aan de Faculteit der Geesteswetenschappen.

Dhr. dr. P.P.G. Boersma (1959) is benoemd tot hoogleraar Fonetische wetenschappen aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Hij volgt prof. dr. Louis Pols op, die onlangs met emeritaat is gegaan.

Paul Boersma doet onderzoek naar de relatie tussen fonologie (de organisatie van klankstructuren en -processen in het grammaticale systeem van de taalgebruiker) en fonetiek (de menselijke vaardigheden in het uitspreken en waarnemen van spraakklanken). In 1998 presenteerde hij een ambitieus proefschrift dat tot doel had de fonologie en de fonetiek en hun wisselwerkingen in één model te combineren. Dit model moest bovendien evenveel recht doen aan de luisteraar als aan de spreker, en onder andere ook voorspellen hoe talen door de eeuwen heen veranderen. Boersma is er recentelijk in geslaagd het model aanzienlijk te vereenvoudigen tot een ‘theorie van alles’ waarin de spreker bij het spreken en de luisteraar bij het verstaan gebruik maken van dezelfde ‘houtjes-touwtjes’-structuur, maar die van een tegenovergestelde richting uit vervormen. Als hoogleraar Fonetische Wetenschappen zal Boersma zijn theorie verder toetsen aan gegevens over talen en hun verwerving en evolutie, en aan gegevens over de werking van de hersenen. Hij wordt daarbij ondersteund door het onderzoek van de overige leden van zijn leerstoelgroep, die zich traditioneel richten op spraakperceptie, spreker-luisteraarinteractie, spraakverwerving en modellering van hersenstructuren.

Boersma is sinds 1996 verbonden aan de leerstoelgroep Fonetische wetenschappen van de UvA. Samen met David Weenink ontwikkelde hij het programma PRAAT, dat nu wereldwijd gebruikt wordt voor spraaksignaalverwerking. Sinds 2002 leidt Boersma het onderzoek Adequacy and aqcuisition of functional constraint grammars, een onderzoek in het kader van de NWO-Vernieuwingsimpuls. Sinds 2005 leidt hij ook samen met de fonologen Ben Hermans en Marc van Oostendorp een onderzoek naar de fonologie, fonetiek, verwerving en evolutie van sleeptonen en stoottonen in het Limburgs en Centraal-Frankisch.