Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), TNO en de Universiteit van Amsterdam (UvA) gaan onderzoeken of chemische profilering van explosieven de politie kan helpen bij het opsporen van verdachten. Onder de projectnaam FEXIN – Forensic Explosives Intelligence – werken zij hiertoe de komende jaren samen aan nieuwe forensische, chemische methodes.

Fexin logo
Foto: HIMS

Het Amsterdamse deel van het onderzoek wordt geleid door UvA-hoogleraren Arian van Asten en prof. dr. Peter Schoenmakers van het Van 't Hoff Institute for Molecular Sciences (HIMS).

Het NFI, TNO en de UvA werkten in een eerder project al aan de chemische profilering van explosieven. Deze profielen kunnen mogelijk iets zeggen over het verband tussen een explosief op een plaats delict en grondstoffen of explosieven die bij een verdachte zijn gevonden. Hierbij kijken onderzoekers naar chemische onzuiverheden en afbraakproducten van explosieven.

Modus operandi van een onbekende dader

De partijen gaan in het nieuwe project nog een stap verder: kan de chemische samenstelling van explosief materiaal op een plaats delict iets zeggen over de modus operandi van de dader? ‘Zijn geavanceerde methodes gebruikt en met welke grondstoffen is het explosief gemaakt? Dat is forensische informatie waarvan we hopen dat het de politie kan helpen om een verdachte in beeld te krijgen’, legt Arian van Asten uit. Hij is NFI-wetenschapper en bijzonder hoogleraar Forensische Analytische Chemie aan de UvA.

In het kader van het project worden verder ook nieuwe methodes ontwikkeld voor de chemische analyse en forensische karakterisering van illegaal vuurwerk. ‘We willen belangrijke stappen zetten om zowel intact vuurwerk als overgebleven materiaal na het afsteken te karakteriseren, classificeren en de herkomst ervan te herleiden’ aldus Van Asten.

Promotieonderzoek

FEXIN is mogelijk vanwege financiering vanuit het Internal Security Fund (ISF) van de Europese Unie. Het gaat om promotieonderzoek, dat naar verwachting in 2019 wordt afgerond. De promovendus zal bij alle drie de partners gaan werken om de beschikbare kennis, apparatuur en infrastructuur te benutten. Daarnaast kan de promovendus voor het project gebruik maken van de gebundelde kennis en infrastructuur van het Centre for Analytical Sciences Amsterdam (CASA), het nieuwe centrum voor analytische chemie in Amsterdam waarin de UvA en de Vrije Universiteit samenwerken.

Internationale samenwerking

De Nederlandse partners werken voor dit project ook samen met het National Institute of Standards and Technology (NIST), onderdeel van het Amerikaanse Department of Commerce. De promovendus brengt binnen het FEXIN-project een researchbezoek aan de NIST-laboratoria in Gaithersburg bij Washington DC.