Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Op 3 april 2016 overleed na een lang, bewogen, werkzaam en dienstbaar leven Jules Schelvis (geb. 7 januari 1921). Hij was typograaf van opleiding en beroep, maar werd vooral na zijn pensionering bekend en in brede kring gewaardeerd en geliefd door zijn activiteiten inzake de herinnering aan en studie van de Jodenvervolging. Als één van de weinige overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor schreef hij een op zeer degelijk bronnenonderzoek gebaseerd boek over dat kamp. Op 8 januari 2008 verleende de Universiteit van Amsterdam hem daarvoor een eredoctoraat.

Jens Herrmann
Fotograaf: Jens Herrmann

Jules Schelvis groeide op in een geseculariseerd joods en sociaaldemocratisch milieu in Amsterdam. Hij trouwde jong met een meisje uit een Pools-joodse familie, die na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland was gekomen. In mei 1943 werd hij met zijn schoonfamilie in één van de beruchte treinen naar Sobibor gedeporteerd. Daar werden zijn jonge echtgenote en schoonfamilie kort na aankomst vermoord. Zelf slaagde hij er met een flinke dosis geluk in om ingedeeld te worden bij een groep jonge mannen, die weer werd afgevoerd om elders te worden tewerkgesteld. Na een tocht langs vele (werk)kampen kon hij als miraculeus overlevende in 1945 in Nederland terugkeren.

In het naoorlogse Nederland bouwde Schelvis een nieuw bestaan op, een prestatie op zich. Lang zweeg hij over zijn ervaringen, maar rond zijn vervroegde pensionering omstreeks 1980 begon hij te schrijven over wat hij had meegemaakt en nader onderzoek te doen naar wat er gebeurd was. Hij trad er ook nadrukkelijk mee naar buiten. Alles in dienst van het zoeken naar recht en gerechtigheid, steun aan lotgenoten en een betere wereld. In processen in Duitsland tegen nazi’s trad hij op als Nebenkläger.

In zijn vele activiteiten nam het onderzoek naar kamp Sobibor om begrijpelijke redenen een centrale plaats in. Hij was gedreven door een sterke wil om precies en tot in de kleinste details te weten wat er gebeurd was in dat kamp, dat na een in bloed gesmoorde opstand in datzelfde jaar 1943 was vernietigd, waarmee ook veel informatie verdween. Zijn intensieve en inventieve speurtocht naar gegevens leverde veel op. Hij was geen geschoold historicus en zijn ambitie was niet wetenschappelijk van aard. Maar in de nuchter geordende boekstaving van zijn bevindingen en in zijn hang naar precisie bleek Schelvis een natuurtalent als geschiedschrijver. Zijn boek, in eerste druk verschenen in 1993, was direct in brede kring erkend als een standaardwerk en werd zowel in het Duits als in het Engels vertaald. Nog steeds geldt het als onmisbaar voor wie iets wil weten over Sobibor.

Maar de betekenis van Jules Schelvis gaat veel verder dan zijn boek. Voor het levend houden van de kennis van wat er gebeurd is in deze schokkende periode uit de Europese geschiedenis, waarschijnlijk zijn diepste drijfveer, was zijn bijdrage onschatbaar groot. Velen koesteren bovendien de herinnering aan een, ondanks zijn eigen ervaringen en de gruwelijkheid van zijn onderwerp, uitermate zachtmoedig, van alle vormen van bitterheid verstoken, zeer aangenaam mens.

Auteur: Hans Blom (Emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis sedert de Middeleeuwen & oud-directeur Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD))