Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Het College van Bestuur heeft op woensdag 10 juli de plannen voor de inzet van de studievoorschotmiddelen officieel vastgesteld. Het geld, dat wordt toegekend door het ministerie van OCW, komt uit de opbrengsten van het leenstelsel en moet worden besteed aan nieuwe, innoverende activiteiten ten behoeve van het onderwijs. De universiteiten maken hierover afspraken met de medezeggenschap: de zogenoemde kwaliteitsafspraken. De UvA gaat met de studievoorschotmiddelen onder meer inzetten op intensivering van het contact tussen student en docent, de verdere professionalisering van docenten en het inrichten van Teaching and Learning Centres (TLC’s).

Met de studievoorschotmiddelen geven de universiteiten vorm aan de Kwaliteitsafspraken hoger onderwijs 2019-2024, zoals is vastgelegd in het Sectorakkoord wetenschappelijk onderwijs. Hierin zijn zes thema’s opgenomen. De UvA heeft drie van deze thema’s gekozen: intensiever en kleinschalig onderwijs, docentprofessionalisering en goede en passende onderwijsfaciliteiten. Het College van Bestuur heeft ingestemd met de UvA-brede en facultaire uitwerking van de plannen op die drie thema’s en heeft het verantwoordingskader voor de inzet van de middelen vastgesteld.

Facultaire en UvA-brede plannen

Tussen en binnen de faculteiten bestaan verschillen in studentenaantallen, onderwijstypen en de noodzakelijke onderwijsfaciliteiten. De UvA heeft er daarom voor gekozen om de inhoudelijke uitwerking van de plannen voor een belangrijk deel bij de faculteiten te beleggen, om recht te kunnen doen aan de onderlinge verschillen. Daarnaast worden UvA-breed plannen uitgewerkt en uitgevoerd met betrekking tot docentprofessionalisering en passende en goede onderwijsfaciliteiten. Ook worden aan iedere faculteit en op centraal niveau Teaching and Learning Centres (TLC’s) ingericht.

Positief advies

Het bepalen van de thema’s en het uitwerken van de plannen verloopt in fases, waarbij de medezeggenschap steeds nauw betrokken is. Ook over de inrichting van het proces zelf is intensief overleg geweest met de Centrale Studentenraad (CSR) en de Centrale Ondernemingsraad (COR). De facultaire afspraken hebben allemaal een positief advies van zowel de studentenraden als de ondernemingsraden van de faculteiten. De gezamenlijke vergadering van CSR en CSR gaf aan tevreden te zijn over hoe het proces op centraal niveau is verlopen, maar wel de indruk te hebben dat er op facultair niveau iets te veel tijdsdruk op het proces kan hebben gestaan. Naar aanleiding hiervan zijn er voor het vervolgproces goede afspraken gemaakt tussen het bestuur en de medezeggenschap.

De kwaliteitsmiddelen worden van 2019 tot 2022 jaarlijks toegekend; het bedrag loopt jaarlijks op. In 2019 is 7,7 miljoen euro beschikbaar en voor 2020 is het beschikbare bedrag 9,2 miljoen. Om het geld binnen de UvA te verdelen wordt de systematiek van het allocatiemodel aangehouden.

De uitvoering van de plannen vindt de komende jaren gefaseerd plaats. Met een aantal onderdelen is al gestart. Dit is omdat de universiteiten het geld met ingang van 2019 al moeten besteden. Komend najaar gaat de NVAO de plannen van de UvA nog toetsen.