Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Volgens Maarten Reesink zou het elke dag van het jaar Dierendag moeten zijn. Hij is mediawetenschapper en heeft zich gespecialiseerd in Mens-Dier Studies. Reesink legt uit wat het vakgebied inhoudt en hoe we als maatschappij tegen dieren aankijken.

Maarten Reesink en zijn kat Ritsel

Wat is Mens-Dier Studies?

‘Een kwart eeuw geleden in Amerika ontdekten alpha- en gammawetenschappers het dier. Tot dan toe ging het vooral om dieren in de biologie, maar niet in de psychologie, het recht, de filosofie. ‘Gekkies’ binnen hun traditionele wetenschappen begonnen zich af te vragen waarom we het daar niet over hebben. Er kwam een nieuw soort wetenschap: Animal Studies (door Reesink zelf vertaald als Mens-Dier Studies, red.). Het is een interdisciplinair vakgebied, waar ik les in geef bij het IIS. Filosofen die denken: wat maakt ons tot dier? Sociologen, juristen, noem het maar op. Het bepaalt mede hoe mensen met elkaar omgaan.’

Hoe ben je in dit vakgebied terecht gekomen?

‘Van oorsprong ben ik communicatiewetenschapper. Ik begon mijn studie aan de UvA en werd uiteindelijk docent Mediastudies, wat bij een andere faculteit hoort. Daar begeleid ik ook scripties voor studenten en een jaar over vijftien geleden kwam een student met een onderzoek over natuurdocumentaires uit Amerika. Zelf moest ik natuurlijk ook wat vooronderzoek doen; wat was daar eerder over geschreven? Binnen een uur had ik ontdekt dat er tientallen boeken over dier-mensrelaties geschreven waren en dat ik me de rest van mijn leven wilde verdiepen in het vakgebied.

Op dit moment ben ik bezig met een boek over mens-dierstudies, een Nederlandse inleiding. Er zijn wel boeken geschreven in andere talen, maar niet in het Nederlands. Het boek is populair wetenschappelijk en komt uit rond februari.’

Hoe zien we dieren terug in de media?

‘We hebben een soort Disneybewustzijn als het om dieren gaat. We zien ze vooral op een oppervlakkige manier, als leuk, grappig en schattig, maar niet meer dan dat. Het zijn een soort wezentjes die leuk zijn voor animatiefilms en als huisdieren, maar die je niet al te serieus moet nemen. Dat zie je overal in terug: in de media, in de politiek, maar ook bij een ramp bijvoorbeeld. Mensen komen dan op de eerste plek.

Hoe we over dieren denken, is wel aan het veranderen. Dat er zoiets bestaat als Mens-Dier Studies is daar een voorbeeld van; collega’s waren in eerste instantie sceptisch over het vakgebied, maar studenten vinden het heel interessant en volkomen logisch. Zij zijn bijvoorbeeld vegetarisch en vinden en vinden mij weer weinig radicaal. Bij het IIS zijn er wachtlijsten voor het vak, wat aangeeft dat het bewustzijn bij jongeren veel verder is.’

Kijk je uit naar Dierendag?

‘Ik zou willen dat elke dag Dierendag was. We zouden beter moeten nadenken over hoe we met dieren omgaan. Veel wetenschappers die in het vakgebied werken zien dat zo, omdat we in het algemeen roekeloos en wreed met dieren omgaan. We moeten ons altijd bewuster daarvan zijn, maar los daarvan is het vanuit een wetenschappelijk oogpunt interessant dat we ons tot voor kort weinig bezig hebben gehouden met de niet-biologische aspecten van dieren. We zijn nu bezig met een inhaalslag.’