Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Politicologen van de UvA onderzoeken al sinds de jaren 90 het stemgedrag in Amsterdam. Zo verschilt de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen sterk per stadsdeel. Hoe dat komt? Politicoloog Floris Vermeulen en junior onderzoeker Charissa Leiwakabessy vertellen er meer over.

‘Uit ons onderzoek van de afgelopen jaren naar de gemeenteraadsverkiezingen is te zien dat de kloof in de stad alleen maar groeit’, legt Vermeulen uit. ‘In bepaalde delen van de stad zijn de opkomstpercentages heel hoog, terwijl in andere delen van de stad bewoners lijken af te haken.’  

Verschillen per stadsdeel 

In het centrum zijn hele hoge opkomstpercentages te zien, bij sommige gemeenteraadsverkiezingen liggen die zelfs boven de 80%. De bewoners uit deze buurt zijn over het algemeen welvarend, hoogopgeleid, wat ouder en dat zijn ook juist de groepen die politiek actief zijn en interesse tonen in de lokale politiek. Terwijl de opkomstpercentages in de Bijlmer heel laag zijn. Bij sommige stembureaus bij de laatste verkiezingen was het slechts 15%. Vermeulen: ‘Bewoners herkennen zich niet in de politiek, hebben weinig vertrouwen in de politiek en hebben ook niet het gevoel dat het goed komt.’   

Vergeten groep kiezers 

In Amsterdam-West zie je de opkomst van nieuwe politieke partijen die zich specifiek richten op de vergeten groep kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Een partij als DENK krijgt 30 tot 40% van de stemmen in deze buurt. En het lukt de partij om mensen naar de stembus te trekken die niet eerder gestemd hebben. 

Er is ook een kloof tussen jongeren en de lokale overheid aldus Leiwakabessy. ‘Er zijn veel vormen van participatie, ook onder jongeren. Maar de leefwerelden van jongeren liggen zo ver uiteen met die van de lokale overheid, dat de kloof lastig te dichten is’.