Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

'De rapporten bevatten bevindingen waarvan we in de universitaire gemeenschap kunnen leren over de vormgeving van betrekkingen met externe partijen. Met het oog hierop heb ik alle drie de rapporten openbaar gemaakt', schrijft André Nollkaemper, decaan van de rechtenfaculteit, die opdracht gaf tot de drie onderzoeken. De rapporten zijn onderaan deze pagina te downloaden, evenals de volledige reactie hierop.

Drie commissies

Begin vorig jaar verschenen publicaties, onder meer in Follow the Money, Folia en Nieuwsuur, die suggereerden dat de verbinding van medewerkers van de sectie Belastingrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam met de belastingrechtelijke praktijk integriteitsproblemen met zich mee zou brengen.

Hierop is door de decaan opdracht gegeven aan drie gescheiden commissies. De commissie Erkens/Jansen heeft onderzoek verricht naar de nevenwerkzaamheden van medewerkers van de sectie Belastingrecht en de vraag of er vanuit de praktijk ongewenste invloed is uitgeoefend op onderwijs of onderzoek. Berenschot heeft de gang van zaken onderzocht rond de instelling en financiering van de bijzondere leerstoel Internationale aspecten van (Collectieve) vastgoedbeleggingsinstellingen in 2012. De commissie Van Arendonk/Stevens heeft de publicaties van de hoogleraar op deze bijzondere leerstoel onderzocht.

Geen directe invloed, wel gebrek aan transparantie in procedures

De commissie Erkens/Jansen concludeert dat uit het onderzoek niet is gebleken dat sprake is geweest van directe beïnvloeding door externe partijen. Zij merkt wel op dat de sectie Belastingrecht zich weinig rekenschap heeft gegeven van de bijzondere positie van medewerkers die hun hoofdaanstelling elders hebben, onder meer wat betreft toestemming van nevenwerkzaamheden en het grote aantal kleine aanstellingen en onderwijs- en onderzoekswerkzaamheden door personen zonder aanstelling bij de UvA.

Berenschot concludeert dat bij de instelling van de bijzondere leerstoel in 2012 de destijds voorgeschreven procedure voor instelling van een bijzondere leerstoel op hoofdlijnen is gevolgd, maar dat hiervan op enkele punten is afgeweken om de benoeming van de leerstoelhouder mogelijk te maken. Ook waren de gemaakte financiële afspraken niet transparant en hebben er betalingen plaatsgevonden aan de leerstoelhouder die niet zijn gemeld.

De commissie Van Arendonk/Stevens concludeert dat zij geen spoor van vermoeden aantrof dat de publicaties van de leerstoelhouder op gespannen voet stonden met de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit of dat de financieringswijze van het onderzoek van invloed is geweest op zijn wetenschappelijke bevindingen.

Vervolgstappen

Het grote aantal medewerkers met kleine aanstellingen bij de sectie Belastingrecht is onwenselijk, schrijft André Nollkaemper in zijn reactie. Door de afdeling wordt actief gezocht naar meer evenwicht, zowel in omvang van aanstellingen als in verschillende fiscale aandachtsgebieden. In 2022 is werving in gang gezet voor een fulltime hoogleraar die ook sectievoorzitter zal worden en dit voorjaar wordt ook de werving van een fulltime universitair hoofddocent gestart.

De conclusies met betrekking tot melding van en toezicht op nevenwerkzaamheden stemmen overeen met de brief van Minister Dijkgraaf in oktober aan de UNL en de Audit Registratie Nevenwerkzaamheden Hoogleraren van de UvA. De UvA zal het toezicht op melding van nevenwerkzaamheden verder aanscherpen. Zo wordt het administratiesysteem aangepast, moeten jaarlijks nevenwerkzaamheden verplicht worden geactualiseerd en wordt hierop strenger toegezien. Ook financiers van bijzondere leerstoelen moeten helder vermeld worden. Deze aanscherpingen worden in een eerder bericht verder toegelicht.

De conclusies van Berenschot noemt André Nollkaemper 'ernstig'. Er is onvoldoende transparantie verschaft en de voormalig sectievoorzitter is in de uitoefening van zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid onvoldoende kritisch geweest. 'Het proces rond de instelling en het toezicht op deze leerstoel in de periode 2011-2016 was onder de maat. In de afgelopen jaren zijn deze procedures aangescherpt en het rommelige proces van toen zou zich in de huidige situatie niet meer kunnen voordoen', aldus Nollkaemper.

De rapporten zullen allereerst besproken worden met de medewerkers van de sectie Belastingrecht. Om verder bij te dragen aan de discussie zal in februari, als vervolg op een bijeenkomst in 2022, een faculteitsbrede discussie over de borging van wetenschappelijke integriteit plaatsvinden.