Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Begin 2023 mondde demonstraties tegen onderzoekssamenwerkingen met partners uit de fossiele industrie aan de UvA uit tot een bezetting van de oude Amsterdamse Academische Club. De UvA besloot tijdelijk geen nieuwe samenwerkingen met bedrijven uit de fossiele sector aan te gaan, in afwachting van een bredere dialoog over hoe die samenwerkingen er in de toekomst uit zouden moeten zien. UvA-promovendus Kayleigh Bruijn nam deel aan die gesprekken, onderzocht de dynamiek ervan en herkende een opvallende parallel met een heel andere context: het debat over de toekomst van de Amsterdamse Wallen.

Meer dan samenwerking of conflict

In haar proefschrift onderzoekt Bruijn hoe discussies over duurzaamheid, tussen instellingen of bedrijven en activisten of andere belanghebbenden kunnen verharden, maar soms ook onverwacht van richting veranderen. Centraal staat het begrip contestatie: het voortdurend ter discussie stellen van elkaars ideeën over de rol en verantwoordelijkheid van een organisatie. ‘Interacties worden vaak ingedeeld in twee opties: partijen werken samen, of ze zijn in conflict,’ zegt Bruijn. ‘Maar die tweedeling doet geen recht aan de complexiteit van die gesprekken. Er zijn veel meer mogelijke dynamieken, en dus ook momenten waarop een debat kan kantelen. Partijen dagen elkaars uitgangspunten voortdurend uit en onderhandelen over wat verantwoordelijkheid precies betekent.’

Niet twee kampen, maar gedeelde belangen

Volgens Bruijn ontstaat polarisatie vooral wanneer een debat wordt gereduceerd tot tegengestelde belangen. ‘Terwijl er vaak juist gedeelde belangen onder liggen. Die verdwijnen naar de achtergrond als de discussie verhit raakt, maar blijven wel degelijk een drijvende kracht.’

Dat zag ze ook terug in de UvA-dialoog over fossiele samenwerkingen. Wat begon als een scherp debat tussen voor- en tegenstanders, verschoof geleidelijk naar een fundamentele vraag: wat betekent universitaire verantwoordelijkheid? ‘De discussie ging steeds minder over “wel of niet samenwerken” en steeds meer over de rol die een universiteit in de samenleving wil innemen.’

Drie vormen van verantwoordelijkheid

In haar analyse onderscheidt Bruijn drie vormen van universitaire verantwoordelijkheid: moreel, academisch en impactgericht. Spanningen ontstaan vooral wanneer deze waarden met elkaar botsen. ‘De academische vrijheid om onderzoek te doen kan bijvoorbeeld ruimer zijn dan wat moreel wenselijk is. Die twee zijn voor de deelnemers aan zo’n debat dan moeilijk verenigbaar, dus daar moet een universiteit dan expliciet keuzes in maken.’

De Wallen

Een vergelijkbare dynamiek zag Bruijn in gesprekken tussen buurtbewoners, ondernemers en de gemeente Amsterdam over de toekomst van de Wallen. Lange tijd werd dat debat neergezet als een strijd tussen economische belangen en leefbaarheid. ‘Als je die tegenstelling blijft benadrukken, wordt het debat vanzelf steeds meer gepolariseerd.’

Wie verder doorpraat, ontdekt ook hier gezamenlijke drijfveren. ‘Zowel bewoners als ondernemers voelen een sterke emotionele band met de Wallen en haar geschiedenis. Ook hier is dat gezamenlijke belang de ingang voor een dialoog georganiseerd voor de gemeente.'

Een raamwerk voor constructiever debat

Die gedeelde belangen vormen volgens Bruijn het startpunt voor een uitweg uit verhitte debatten die gemeenschappen kunnen splijten. In haar proefschrift ontwikkelt ze een raamwerk dat universiteiten helpt die gezamenlijke grond zichtbaar te maken. 'Het helpt te begrijpen wat er onder een conflict ligt. En dat maakt de discussie constructiever dan een gesprek tussen twee steeds verder verharde polen.'