Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Amsterdamse jongeren voelen zich sterk verbonden met Amsterdam en Nederland, ongeacht hun afkomst. Dit blijkt uit onderzoek van sociaal-geografen Inge van der Welle en Virginie Mamadouh van het AMIDSt aan de UvA.

Verbondenheid en identiteit vallen niet altijd samen. Amsterdamse jongeren voelen zich sterk verbonden met Amsterdam en Nederland, ongeacht hun afkomst. Zij voelen zich Amsterdammer, maar identificeren zich minder met Nederland. Dit blijkt uit het rapport ‘Links & Labels: Identiteiten en identificatiestrategieën van Amsterdamse jongvolwassenen' van sociaal-geografen Inge van der Welle en Virginie Mamadouh van het Amsterdam Institute for Metropolitan and International Development Studies (AMIDSt) van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij deden onderzoek onder meer dan duizend Amsterdammers van 18 tot 30 jaar van Nederlandse, Marokkaanse, Turkse en Surinaamse afkomst.

Al jaren zijn het multiculturele karakter van de Nederlandse samenleving en de invloed daarvan op de Nederlandse identiteit een dominant thema in het maatschappelijk debat. Met de aandacht voor radicalisme onder fundamentalistische moslims en extreemrechtse jongeren dreigt een beeld te ontstaan van jongeren die zich niet identificeren met Nederland. De ene groep vindt Nederland te seculier, de andere te multicultureel. Daarnaast werd in het debat de dubbele nationaliteit geproblematiseerd. Een extra nationaliteit naast de Nederlandse zou ten koste gaan van identificatie met Nederland. De verschillende identiteiten lijken niet met elkaar te combineren. Van der Welle en Mamadouh onderzoeken of deze opvattingen overeenkomen met de ervaringen van Amsterdamse jongeren. Hoe gaan Amsterdamse jongeren van verschillende afkomst met hun identiteit? Voelen ze zich Amsterdammer of vooral Nederlander? En welke rol speelt religie hierbij?

Nederlander of Amsterdammer?

Bij jongeren van Nederlandse afkomst onderscheiden de onderzoekers drie groepen als het gaat om het combineren van de Amsterdamse en de Nederlandse identiteit. De jongeren die zich ‘vooral Nederlander' voelen en de jongeren die ‘boven alles Amsterdammer' zijn, komen het meest voor. Een derde kleine groep bestaat uit ‘de nostalgische Amsterdammers‘. Zij staan negatief tegenover de multiculturele samenleving, maar identificeren zich wel sterk met de stad. De jongeren van buitenlandse afkomst voelen zich ook verbonden met Amsterdam. De meesten voelen zich naast Amsterdammer ook Nederlander, maar een deel van deze jongeren ervaart dat zij in het dagelijkse leven toch niet als Nederlander wordt gezien, op grond van hun kleur, afkomst of religieuze overtuiging. Voor hen is ‘Nederlander' een exclusief 'label' (de naam die de jongere of een ander geeft aan de relatie met een plaats) dat niet op hen van toepassing is.

Bij de jongeren van buitenlandse afkomst maken de onderzoekers een onderverdeling in vier groepen: ‘de evenwichtskunstenaar' die verschillende plaatsgebonden identiteiten samen laat gaan, de ‘kleurbekenner' die zich gedwongen voelt de ene identiteit boven de andere te kiezen, de jongere die zich ‘boven alles Amsterdammer' voelt, en een zeer kleine groep die de positie inneemt van ‘bewuste buitenstaander' en zich terugtrekt in de ‘eigen groep'.

Verbondenheid met Amsterdam

Over het algemeen is ‘Amsterdammer' een sterk label voor de jonge Amsterdammers juist omdat het ruimte biedt aan diversiteit. Zij blijken zich, ongeacht hun afkomst, bijna allemaal sterk verbonden te voelen met hun stad. Ze voelen zich er thuis en zijn trotse Amsterdammers. Trots op de culturele diversiteit, de tolerantie en het kosmopolitische karakter van Amsterdam. De jongeren voelen zich over het algemeen meer verbonden met de gehele stad dan met de buurt of het stadsdeel waar zij wonen. Voor hun sociale contacten zijn ze niet afhankelijk van hun directe woonomgeving. Het wonen in een zogeheten concentratiebuurt van de ‘eigen groep' zorgt niet voor een sterkere identificatie met deze groep. De samenstelling van de vriendengroep is daarop wel van invloed.

De meeste jongeren hebben - naast ‘links' (plaatsgebonden relaties) met Amsterdam en Nederland - ook links met het geboorteland van de ouders. Niet bij alle jongeren zijn de links aanwezig of even sterk. Ze zijn het sterkst bij de jongeren van Turkse afkomst zijn: zij spreken vaker de taal, en volgen de media en de politieke situatie in Turkije. Het hebben van sterke links met het geboorteland van de ouders betekent echter niet dat de links met Nederland of Amsterdam minder sterk zijn. Het wel of niet hebben van sterke links met het geboorteland van de ouders heeft namelijk geen invloed op de links met Nederland of Amsterdam.

Ondanks de sterke links met Amsterdam en de over het algemeen positieve waardering van de multiculturele samenleving delen de jongeren ongeacht hun afkomst een ongerustheid over de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de stad. Een meerderheid, vooral de jongeren van Nederlandse afkomst, ervaart spanningen. Er is een groot draagvlak voor burgemeester Cohen en vertrouwen in de gemeente. Dit vertaalt zich echter niet tot grote (lokale) politieke betrokkenheid en participatie onder Amsterdamse jongvolwassenen.

Religie en identiteit

De religiositeit verschilt sterk onder de Amsterdamse jongeren. Die van Nederlandse afkomst zijn sterk geseculariseerd. De overgrote meerderheid van de jongvolwassenen van Marokkaanse of Turkse afkomst beschouwt zichzelf als moslim, terwijl de helft van de jongvolwassenen van Surinaamse afkomst zichzelf ziet als christen, hindoe of moslim. Zichzelf rekenen tot een religie betekent niet automatisch dat de jongvolwassenen ook daadwerkelijk praktiserend zijn of dat religie een belangrijke plaats inneemt. Hierin zijn grote verschillen. Het belang dat wordt gehecht aan het behoren tot een religieuze groep en de mate van orthodoxie hebben geen invloed op de relatie met Nederland of Amsterdam. Ook strenggelovige jongeren voelen zich thuis in Nederland. Jongeren met een orthodoxe geloofsopvatting en die het belangrijk vinden om tot een religieuze groep te horen voelen zich wel vaker meer Marokkaan of Turk dan Nederlander.

Met de labels die de jongvolwassenen zelf gebruiken benadrukken ze de diversiteit, zij zien zichzelf bijvoorbeeld als Marokkaanse Amsterdammer of als Turkse Nederlander. Deze diversiteit is voor hen belangrijk. Grote containerbegrippen zoals ‘allochtoon' en ‘autochtoon' moeten worden vermeden, concluderen Van der Welle en Mamadouh. Het label allochtoon scheert teveel over één kam en doet zo te kort aan de diversiteit. Bovendien zorgt het label ‘allochtoon' voor associaties met achterstand en problemen.

Het rapport ‘Links & Labels: Identiteiten en identificatiestrategieën van Amsterdamse jongvolwassenen' verschijnt 28 augustus 2008. Het onderzoeksrapport is beschikbaar via onderstaande verwijzing. De enquête werd mede mogelijk gemaakt door AMIDSt en Platform Amsterdam Samen van de gemeente Amsterdam. Het onderzoek is een onderdeel van het promotieproject van Inge van der Welle bij de Universiteit van Amsterdam.