Een belangrijke nuancering die uit het onderzoek naar voren kwam was dat oxytocine, in de volksmond het ‘knuffelhormoon' genoemd, verdedigende agressie oproept. De agressie was gericht op het neutraliseren van een bedreigende groep; wanneer de concurrerende groep geen bedreiging vormde, leidde oxytocine alleen tot altruïsme naar de eigen groep toe. Deze bevinding geeft een neurobiologische verklaring voor het feit dat conflicten tussen groepen escaleren wanneer mensen andere groepen als bedreiging zien. Zolang dat niet het geval is, bijvoorbeeld omdat er een fysieke barrière is gemaakt tussen het territorium van de twee groepen, is de kans op gewelddadige conflicten kleiner.
De evolutie van altruïsme in conflicten tussen groepen
De onderzoekers, onder leiding van prof. dr. Carsten de Dreu van de UvA en prof. dr. Eric van Dijk van de Universiteit Leiden, stelden zich de vraag waarom oxytocine altruïstisch gedrag bevordert. Vanuit de klassieke economische theorie is altruïsme moeilijk te begrijpen. Echter, een evolutionair perspectief suggereert dat mensen altruïstisch gedrag vertonen om de eigen groep sterker en effectiever te maken, iets waarvan op termijn ook het individu zelf profiteert. Zo bezien is agressief gedrag naar concurrerende groepen een indirecte vorm van loyaal, altruïstisch gedrag naar de eigen groep toe; die wordt immers relatief sterker als concurrerende groepen zwakker worden.Charles Darwin merkte al op dat groepen waarvan de leden altruïstisch zijn naar de eigen groep, en agressief naar andere groepen, een grotere kans hebben te overleven dan groepen waarin zulk altruïsme ontbreekt. De onderzoekers beredeneerden dat als dit evolutionair perspectief klopt, er neurobiologische mechanismen zouden moeten zijn die altruïsme en agressie tegelijkertijd aansturen. De ontdekking dat oxytocine zowel altruïsme naar de eigen groep als agressie naar concurrerende groepen toe bevordert, ondersteunt die theorie.