Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Waarom hebben we muziek? Hoe komt het dat we muziek kunnen waarnemen, waarderen en maken? De zoektocht naar het antwoord op deze vragen staat centraal in een themanummer over muzikaliteit van 'Philosophical Transactions', het oudste wetenschappelijke tijdschrift ter wereld. Prof. dr. Henkjan Honing, hoogleraar Muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), en zijn internationale collega’s presenteren de belangrijkste empirische resultaten tot dusver en schetsen een gezamenlijke onderzoeksagenda om de biologische en cognitieve basis van muzikaliteit te identificeren.

Carrouselbeeld gitaar met vinkjes voor artikel Henkjan Honing
Foto: Flickr, Stéfan

Wetenschappers zijn lange tijd wars geweest van de idee dat muziek een biologische basis zou hebben. Muziek werd beschouwd als cultureel fenomeen en als iets dat evolutionair gezien te kort bestaat om de menselijke cognitie gevormd te kunnen hebben. De vraag is of het überhaupt mogelijk is om inzicht te krijgen in de evolutie van cognitie, inclusief muziekcognitie. Sceptici stellen dat het benodigde bewijs nooit gevonden kan worden, aangezien cognitie niet fossiliseert (er zijn geen sporen van terug te vinden). 

Muziek of muzikaliteit 

Honing, initiatiefnemer van het themanummer, betoogt dat de oorsprong van muzikaliteit wel degelijk gevonden kan worden door het niet als een monolitisch geheel te zien maar als een uit verschillende deelcomponenten bestaand verschijnsel. Hij legt uit: ‘Veel studies naar de biologische oorsprong van muziek richten zich op de vraag wat muziek definieert. Dat leidt bijvoorbeeld tot de vraag of vogel- of walvisgezang beschouwd kan worden als muziek. Het is echter belangrijk om muziek en muzikaliteit van elkaar te onderscheiden. Muzikaliteit - in al zijn complexiteit - definiëren we als een natuurlijke, zich spontaan ontwikkelende set van eigenschappen gebaseerd op en beperkt door ons cognitieve en biologische systeem, en muziek - in al zijn variaties - als een sociale en culturele constructie gebaseerd op die muzikaliteit. Vervolgens kunnen we op zoek gaan naar de verschillende deelaspecten die gezamenlijk de basis vormen voor het fenotype muzikaliteit.’ 

Deze bottom-up benadering is het uitgangspunt van de nieuwe onderzoeksagenda die Honing met een consortium van experts uit zeer diverse vakgebieden, waaronder de muziekwetenschap, neurologie, genetica, informatica, antropologie en psychologie, heeft opgesteld. ‘Door de mechanismes, functies en hun ontwikkeling te identificeren van de deelaspecten die bijdragen aan muzikaliteit, bij zowel mensen als andere dieren, hopen we uiteindelijk de oorsprong en evolutie van muzikaliteit als autonome eigenschap te kunnen verhelderen’, aldus Honing.

Wereldwijde expertise bijeen 

Het themanummer vloeit voort uit de resultaten van Honings Distinguished Lorentz Fellowship dat hij vorig jaar ontving van het Lorentz Center en het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS). Met dit fellowship kon Honing meer dan twintig internationale experts op het terrein van cognitie, biologie en muzikaliteit bijeen brengen. Het nummer bevat in totaal 11 artikelen, onder andere over de biologische basis van individuele verschillen in muzikaliteit, een neurale benadering van maatgevoel bij mensen en andere primaten, en de structurele verschillen en overeenkomsten tussen muziek, taal en dierengezang. 

Darwin en Hawking 

Philosophical Transactions of the Royal Society viert dit jaar haar 350-jarig bestaan. Wetenschappelijke grootheden als Charles Darwin en Isaac Newton, en meer recent Stephen Hawking publiceerden in het tijdschrift. Door de eeuwen heen verschenen er verschillende studies over muziek in het tijdschrift, waarvan de oudste - daterend uit 1770 - handelde over Mozart als muzikaal kind-genie. 

Publicatiegegevens

Honing, H., ten Cate, C., Peretz, I., & Trehub, S. (2015): ‘Introduction: Without it no music. Biology, cognition and evolution of musicality’, in: Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, 370 (1664). Doi 10.1098/rstb.2014.0088.