Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Bijna de helft van de ruim honderdduizend Nederlandse Joden die zijn vermoord in de vernietigingskampen in Oost-Europa heeft zijn deportatie afgewacht in de Hollandse Schouwburg in Amsterdam. Filosoof en literatuurwetenschapper David Duindam onderzocht hoe die schouwburg na de oorlog vorm kreeg als herdenkingsmuseum en ontdekte dat interactie tussen de historische plek en de belevingswereld van de bezoeker daarbij cruciaal is. Dinsdag 28 juni promoveert Duindam aan de Universiteit van Amsterdam.

Flickr CC, lilas59
Bron: Flickr CC, lilas59

Nog tijdens de bezetting, nadat de deportaties waren afgerond, kochten twee zakenmannen het pand aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam waar de Hollandse Schouwburg was gevestigd. Ze wilden het gebouw in ere herstellen, het moest herrijzen als theater, als plek voor vermaak. Dit werd na de bevrijding door bezorgde burgers tegengehouden en sinds de jaren zestig doet de schouwburg dienst als herdenkingsmonument. Onlangs opende het Nationaal Holocaust Museum aan de overkant van de straat.

Duindam onderzocht wat zich sinds de bevrijding heeft afgespeeld rondom het gebouw waar minstens zesenveertigduizend Joden enkele uren tot een week hebben doorgebracht, alvorens op transport te gaan naar Westerbork of Vught. 'Ik vind de dynamiek van het herdenken interessant, hoe er over het verleden wordt gedacht verandert continu. En de verhalen die een stad meedraagt, geven de stad kleur en identiteit. Ook als het om treurige verhalen gaat. Die weerklank van de geschiedenis maakt Amsterdam gelaagder dan bijvoorbeeld Almere.'

Sporen van tragiek

Een van Duindams bevindingen is dat een herdenkingsplaats op een betekenisvolle locatie een sterke ervaring teweeg kan brengen bij bezoekers. Hij illustreert dat mechanisme aan de hand van de voormalige theaterzaal. Toen na jaren delibereren begin jaren zestig werd besloten de Hollandse Schouwburg tot herdenkplaats van de Jodenvervolging te maken, was de oude theaterzaal in verval geraakt. Hij moest worden afgebroken. De architect besloot dat op zo'n manier te doen, dat delen van de muren overeind bleven staan, als afbrokkelende ruïnemuren. Dat prikkelt zelfs vandaag de dag nog de verbeeldingskracht van bezoekers. Wetende dat ze rondlopen op een plek waar zich decennia geleden wrede taferelen hebben afgespeeld, speuren zij naar sporen van die tragiek, ontdekte Duindam. 'Bezoekers vragen zich in de voormalige theaterzaal hardop af of deze vernield is door bombardementen van de geallieerden, of door Nazi's die de fik in het gebouw hebben gezet in een poging hun gruweldaden te maskeren.'

Het voorbeeld toont de potentie van herdenking op een betekenisvolle locatie, stelt Duindam. 'Die interactie tussen de extra alerte bezoeker en de fysieke plek van herinnering, geeft gewicht aan herdenkingen op een plaats die zijn geschiedenis op het eerste gezicht op natuurlijke wijze belichaamt.' In het geval van de theaterzaal zijn de sporen echter gekunsteld, de ruïnemuren dienen als symbool voor vernieling, maar worden door de bezoeker - op zoek naar materiële authenticiteit - letterlijk opgevat. Duindam ziet dat niet als bedrog. 'Ik vind dat het Joods Historisch Museum, verantwoordelijk voor de Hollandse Schouwburg, op een integere manier de verbeelding van de bezoeker prikkelt en hem of haar de ruimte laat een eigen betekenis aan deze plek van herinnering te geven.'

Promotiegegevens

Dhr. D.A. Duindam: Tekenen van de Sjoa: De Hollandse Schouwburg als een plek van herinnering. Promotor is prof. dr. F.P.I.M. van Vree. Copromotor is prof. dr. R. van der Laarse.

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op dinsdag 28 juni, 10.00 uur
Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, Amsterdam.