Sociale media en depressie: een ingewikkelde relatie

5 december 2018

In de afgelopen tien jaar zijn sociale media als Facebook en Twitter uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Ondanks de enorme populariteit van deze platforms is er veel discussie over hun invloed op de geestelijke gezondheid en het welzijn. Nieuw onderzoek uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) laat een verband zien tussen passief gebruik van sociale media en symptomen van depressie zoals eenzaamheid en vermoeidheid. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in 'Journal of Experimental Psychology: General'.

Voor velen van ons is het een dagelijkse gewoonte. Zodra we even niets te doen hebben, grijpen we naar onze smartphone en beginnen we doelloos door de overzichten op sociale media te scrollen en updates te lezen of foto's te bekijken. Dit gedrag wordt passief gebruik van sociale media (passive social media use, PSMU) genoemd. Het lijkt misschien onschuldig, maar PSMU is niet onomstreden: uit eerder experimenteel onderzoek bleek al dat het kan leiden tot een afname in het affectief welzijn, het gevoel ergens bij te horen en de tevredenheid over het leven.

Rapporteren via app

In de nieuwe studie keek het onderzoeksteam naar het welzijn en het passieve gebruik van sociale media van 125 mensen (studenten). Zij moesten veertien dagen lang zeven keer per dag aan de hand van een vragenlijst rapporteren over hun PSMU, symptomen van depressie, eenzaamheid en stress. Via een speciale app op hun telefoon kregen de deelnemers hiertoe op vaste tijden een melding. De data werden vervolgens geanalyseerd met behulp van een nieuwe statistische techniek ontwikkeld door Laura Bringmann en Sacha Epskamp van de Psychosystems Group van de UvA.

Negatieve gevoelens en sociale media

Hoewel uit de resultaten bleek dat PSMU niet voorspellend was voor symptomen van depressie, kwam er wel een zichtbaar verband naar voren tussen negatieve gevoelens en verhoogd gebruik van sociale media. ‘Gevoelens van vermoeidheid en eenzaamheid bleken voorspellend voor PSMU. Dit wijst erop dat bepaalde symptomen van depressie er mogelijk voor zorgen dat mensen door overzichten op sociale media gaan scrollen’, aldus George Aalbers, hoofdauteur van het onderzoek. ‘Ook hebben we ontdekt dat passief gebruik van sociale media samenvalt met interesseverlies, concentratieproblemen, vermoeidheid en eenzaamheid. We weten echter niet of die symptomen door PSMU worden veroorzaakt of andersom. Dat moet toekomstig onderzoek uitwijzen.’

Uit het onderzoek blijkt volgens Aalbers vooral dat het verband tussen sociale media en psychologisch welzijn ingewikkelder is dan simpelweg stellen dat mensen depressief worden van sociale media. ‘Het lijkt er meer op dat specifiek gedrag met betrekking tot sociale media verband houdt met specifieke symptomen.’ De onderzoekers zien als volgende belangrijke stap replicatie van hun resultaten in een klinische setting. ‘In ons onderzoek hebben we gebruikgemaakt van een steekproef van studenten die gemiddeld vrij weinig depressieve klachten hadden. Aangezien eerder onderzoek erop wijst dat de negatieve gevolgen van sociale media sterker kunnen zijn bij depressieve dan bij niet-depressieve personen, kan met een klinische steekproef misschien een duidelijker verband worden aangetoond tussen PSMU en symptomen van depressie.’

Publicatiegegevens

G. Aalbers, R.J. McNally, A. Heeren, S. de Wit & E.I. Fried: ‘Social Media and Depression Symptoms: A Network Perspective’, in: Journal of Experimental Psychology: General (2018). DOI: 10.1037/xge0000528

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting