Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

In Nederland werken actoren intensief met elkaar samen ter bestrijding van terrorismefinanciering. Maar deze intensieve samenwerking kent ook een risico, door het vervagen van rollen en verantwoordelijkheden, zo concluderen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in het rapport dat ze in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) opstelden.

Netwerk, pionnen
Foto: Pixabay

Sinds de aanslagen van 9/11 is er een omvangrijk internationaal beleidskader ontworpen om de financiering van terrorisme te bestrijden. De Financial Action Task Force (FATF) is belast met de evaluatie van maatregelen in dit kader. Sinds de FATF evaluatie van 2011, heeft Nederland veel initiatieven genomen op het gebied van de bestrijding van terrorismefinanciering. Nederland kent nieuwe wetgeving, meer actoren spelen een rol in dit veld, en er zijn innovatieve platformen ingericht om informatie te delen tussen publieke en private partijen.

‘Er gebeurt veel, maar effectiviteit is moeilijk te meten’

Hoogleraar Marieke de Goede en onderzoeker Mara Wesseling analyseerden de rollen en samenwerking van de kernactoren bij de bestrijding van terrorismefinanciering, en de effectiviteit van het Nederlandse beleid tussen 2013 en 2016. In het rapport laten zij zien dat er heel veel gebeurt, maar dat het uitermate moeilijk is om effectiviteit te meten. Verschillende definities van effectiviteit leveren een spanningsveld op in het Nederlandse beleid. De Goede: ‘We concluderen dat er veel initiatieven zijn, dat een breder veld van publieke en private actoren zich inzet binnen de strijd tegen terrorismefinanciering, en dat er creatieve samenwerking plaatsvindt. Tegelijkertijd roept deze intensieve samenwerking ook vragen op, onder andere door het vervagen van rollen en verantwoordelijkheden. We pleiten dan ook voor een verbreding van de discussie door niet alleen naar de effectiviteit van de bestrijding van terrorismefinanciering te kijken maar ook naar de bredere maatschappelijke (neven)effecten zoals financiële uitsluiting en privacy risico’s’.

Rollen en verantwoordelijkheden vervagen

In Nederland zijn veel actoren betrokken bij de bestrijding van terrorismefinanciering; van toezichthouders (o.a. De Nederlandsche Bank, Bureau Financieel Toezicht en de Kansspelautoriteit), ministeries tot aan operationele actoren als de AIVD, Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, De Nationale Politie en het OM. De intensieve onderlinge samenwerking kent echter ook een risico, door het vervagen van rollen en verantwoordelijkheden, zo stellen de onderzoekers. Zij observeren dat de actoren in het veld hun rol soms breder oppakken dan hun taak formeel omschrijft. Zo blijken de grenzen tussen opsporing, vervolging en de uitvoering van toezicht niet altijd helder te zijn.

 ‘Voor beleidseffectiviteit en legitimiteit is het van belang dat de verschillende actoren niet op elkaars ‘stoel’ gaan zitten, want zo verschuiven verantwoordelijkheden en worden taken mogelijk dubbel uitgevoerd’

Door het verschuiven van rollen ontstaat mogelijke onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, vooral op momenten dat het mis kan gaan, bijvoorbeeld wanneer een organisatie of burger ten onrechte verdacht raakt. Dit vormt een potentiele bedreiging voor burgers, waarschuwen Wesseling en de Goede. Bovendien wordt de cirkel van samenwerking gekenmerkt door een relatief kleine groep individuen en korte lijnen. Dit is van groot belang voor het onderlinge vertrouwen, maar werpt ook vragen op rond kritisch toezicht, objectieve verantwoording en aansprakelijkheid. Wie is de kritische stem en is er genoeg ruimte voor verschil van inzicht?

Delen van persoonsgegevens

Ook zien de onderzoekers dat nieuwe platformen het mogelijk maken om gericht persoonsgegevens te delen tussen publieke en private actoren, op de grenzen van de wet. Nederland speelt hierin een internationaal vooraanstaande rol, maar publieke verslaglegging over deze platformen ontbreekt nog.

Transparantie en effectiviteitsmeting

Het onderzoek kreeg onvermijdelijk met geheimhouding te maken, doordat bepaalde documenten vertrouwelijk zijn, maar ook doordat veel organisaties terughoudend waren in het praten over de bestrijding van terrorismefinanciering. De onderzoekers pleiten voor meer transparantie over de manier waarop de strijd tegen terrorismefinanciering wordt uitgevoerd in Nederland en de manier waarop gegevens tussen publieke en private actoren worden uitgewisseld. Ook is het van belang om gegevens beschikbaar te stellen voor wetenschappelijk onderzoek, zodat effectiviteit van het beleid verder kan worden getoetst. Deze transparantie is ook belangrijk met betrekking tot een brede maatschappelijke legitimiteit van het beleid.

Meer over de onderzoekers en onderzoeksmethodiek

Het onderzoek ‘Beleid bestrijding terrorismefinanciering. Effectiviteit en Effecten. (2013-2016)’ werd in de periode december 2016- tot december 2018 uitgevoerd door Mara Wesseling, onafhankelijk consultant en docent op het gebied van de bestrijding van terrorismefinanciering, en Marieke de Goede, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en coördinator van het project FOLLOW: Following the Money from Transaction to Trial.

Voor het onderzoek hebben Wesseling en De Goede diepte-interviews afgenomen, wetenschappelijke literatuur bestudeerd, documenten (jaarverslagen, wetteksten etc.) geanalyseerd, zaakinformatie verzameld, cijfers geanalyseerd, en bijeenkomsten van actoren bijgewoond.

Lees de samenvatting van het rapport (PDF)

Lees het hele rapport