Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Het ontbreken van sociaal verkeer leidt bij kwetsbare groepen tot een verminderde kwaliteit van leven en tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Zo toont onderzoek van Nederlandse kennisinstellingen en maatschappelijke partners, gecoördineerd door de Universiteit van Amsterdam. Ruimere beleidsdoelen en een lokale aanpak bieden oplossingen.

Oma en kleindochter ontmoeten elkaar via het raam

In het project Coronatijden brengt een consortium van kennisinstellingen en maatschappelijke partners de impact van de coronacrisis op kwetsbare groepen in Nederland in kaart. Uit de eerste resultaten blijkt dat gezondheids- en welzijnsproblemen bij alle kwetsbare groepen zijn versterkt. Op basis van de bevindingen en in lijn met de recente richtlijnen adviseert het consortium essentieel en veilig face-to-face contact mogelijk te maken in de zorg voor kwetsbare groepen. Het risico op besmetting moet steeds afgewogen worden tegen het garanderen van een minimale kwaliteit van leven, welzijn en gezondheid.

Welke groepen staan centraal in het onderzoek?

Het project Coronatijden richt zich op ouderen, thuis en in het verpleeghuis; mensen met psychiatrische problemen; mensen met licht verstandelijke beperkingen; dak- en thuislozen; gezinnen met jonge kinderen; gezinnen waar huiselijk geweld aan de orde is, en begeleiders en mantelzorgers.

De eerste resultaten zijn gebaseerd op interviews met hulpverleners, cliënten en familieleden, een peiling en gesprekken via het panel ‘psychisch gezien’ en digitale observaties van casusbesprekingen door professionals. Voor de tussentijdse resultaten zijn er 111 mensen geïnterviewd en is er een vragenlijst afgenomen onder 921 familieleden en 533 zorgmedewerkers in verpleeghuizen.

De eerste resultaten van het onderzoek

Kwaliteit van leven loopt terug en gezondheid en veiligheid worden bedreigd
Door het wegvallen van dagbesteding en structuur is eenzaamheid een nijpend probleem, vooral voor degenen die thuis wonen. Ook zijn er in alle kwetsbare groepen mensen die buiten proportioneel bang zijn voor de coronadreiging en worden er gezondheidsproblemen, somberheid, en zelfdestructief gedrag gemeld, zoals meer drinken, gokken, en compulsief kopen op internet.

Zowel mantelzorgers als professionals in verpleeghuizen zitten klem tussen de wens om kwaliteit van leven te realiseren en besmetting te voorkomen. Maar liefst een derde geeft aan niet te weten hoe deze doelen te coördineren.

Door de thuisisolatie kunnen spanningen in gezinnen hoog oplopen, en tot onveilige situaties leiden, in het bijzonder voor vrouwen en kinderen. Bij acute onveiligheid wordt face-to-face contact gezocht. Tegelijkertijd is onderzoek naar vermoedens van huiselijk - of seksueel geweld bemoeilijkt door beperking van huisbezoek.

Voor alle groepen speelt de duur van de maatregelen een rol. Een paar weken is nog te overzien, en in sommige gevallen werd de relatieve rust zelfs gewaardeerd, maar een gebrek aan toekomstperspectief breekt mensen na verloop van tijd op.

De digitale zorg kent grenzen
Al zijn hulpverleners, familieleden en cliënten blij met de mogelijkheden van (beeld)bellen, ze signaleren ook de grenzen ervan. Huisbezoek of face-to-face contact blijft noodzakelijk om bijvoorbeeld nieuwe cliënten te leren kennen, wanneer de veiligheid van een cliënt in het geding is of voor monitoring van de situatie. Sommige cliënten verdwijnen zelfs van de radar en zijn digitaal niet te traceren.

Netwerken zijn verbroken en infrastructuren defect
Relevante ketenpartners kunnen problemen niet oppakken omdat huisbezoek niet is toegestaan. Hierdoor ontstaat onbegrip omdat ‘er maar niets gebeurt’, terwijl problemen wel zijn gemeld. Bij vermoedens van seksueel misbruik kunnen gesprekken met kinderen die nog niet bekend zijn bij de hulpverlening vaak niet plaats vinden. En tot slot vergt de inzet van digitale middelen uitleg en extra inzet om mensen vaardig te maken en toegang te geven, en lukt het niet iedereen die vaardigheden te leren.

Wat kan beleid doen?

Verruim het doel
Door de lange duur van de crisis is essentieel sociaal verkeer noodzakelijk om ernstige gezondheidsschade te voorkomen en een minimale kwaliteit van leven te garanderen. Dit vraagt om landelijk beleid dat het veilig herintroduceren van face-to-face contact in begeleidings- en dagbestedingsprogramma’s stimuleert.

Weeg risico’s in de context door lokale oplossingen binnen heldere nationale kaders
Hoe sociaal verkeer weer kan worden opgebouwd, zal per organisatie en gemeente verschillen. De ene plek of regio is harder getroffen door coronabesmettingen dan de ander. Ook varieert de ernst van problematieken tussen cliënten. Dit vraagt om lokale oplossingen binnen heldere nationale kaders. ‘Dit doet een beroep op de overheid om professionals, mantelzorgers en naasten het vertrouwen te geven dat zij verstandig met regels omgaan bij de moeilijke afweging tussen besmettingsrisico en kwaliteit van leven.’

Danny de Vries, universitair docent Antropologie aan de UvA en een van de projectleiders, ziet dat de balans recentelijk iets verschoven is richting minimale kwaliteit van leven. ‘Tijdens de laatste persconferentie op 19 mei zijn de eerste stappen gezet om sociaal verkeer voor kwetsbare groepen weer op gang te brengen. Ons onderzoek kan ondersteuning geven hoe dit verder vorm te geven, doordat we documenteren hoe de impact van COVID-19 specifiek uitwerkt bij de diverse kwetsbare groepen in verschillende regio’s. Eigenlijk zou ‘kwaliteit-van-leven’ ook een metertje moeten worden op het gewenste ‘dashboard’ waarmee nationale en lokale beleidsmakers de samenleving uit de crisis willen sturen.’

Projectfinancier en partners

Het project is gefinancierd door ZonMW en is een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam (coördinator van het project), MEE NL, Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Trimbos Instituut, Ben Sajetcentrum, Pharos Expertisecentrum Gezondheidsverschillen en de Hogeschool van Amsterdam. Elke partner is verantwoordelijk voor een van de deelprojecten in het onderzoek met focus op een specifieke doelgroep. Het onderzoek loopt nog door en wordt waarschijnlijk in juli afgerond.

Perscontact 

Voor meer informatie kan pers contact opnemen met UvA perswoordvoerder Annelies van Dijk, via 0615357307, of A.vanDijk@uva.nl.

Rapportages deelonderzoeken

De rapportages van de deelonderzoeken zijn in te zien via de website van Coronatijden. 

Ga naar de samenvattingen van de tussenrapportages

Projectleiders