Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Onrechtmatige content, zoals zonder toestemming gepubliceerde naaktfoto’s, discriminatie of bedreigingen verschijnt steeds vaker op het internet. Voor slachtoffers blijkt het soms moeilijk om deze informatie weer offline te krijgen. Ze moeten bijvoorbeeld complexe juridische procedures doorlopen of weten niet waar ze terecht kunnen. Een simpele oplossing bestaat niet, maar er zijn wel een aantal verbeteringen mogelijk, zo blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het WODC.

‘Het probleem van online onrechtmatige content speelt als sinds het internet bestaat,’ vertelt Joris van Hoboken, een van de onderzoekers. ‘Maar je ziet dat de problematiek zich steeds verder ontwikkelt. Zo wordt er bijvoorbeeld steeds vaker gefilmd bij een auto-ongeluk of zijn mensen slachtoffer van wraakporno, waarbij de beelden op grote schaal worden verspreid. Dit leidt in de ergste gevallen zelfs tot bedreiging, internetpesten of chantage. Nu laten we vrij veel over aan zelfregulering, maar de vraag die wij in ons onderzoek allereerst stellen, is: Moet het niet makkelijker worden om onrechtmatige content van het internet te verwijderen? Daarin hebben we eerst de huidige juridische routes geanalyseerd, en zijn we vervolgens op zoek gegaan naar verbeterpunten.’

Laagdrempelige procedures

Uit het onderzoek blijkt dat het geen eenduidig probleem is en er dus ook niet één simpele oplossing bestaat. Van Hoboken: ‘Je kunt er niet zomaar één procedure voor inrichten. Welke route de beste oplossing is, hangt allereerst af van hoe de persoonlijke gegevens juridisch kwalificeren. Verder spelen onder andere de snelheid, laagdrempeligheid en kosten van de oplossing een rol. Slachtoffers kunnen bijvoorbeeld in eerste instantie terecht bij het platform waar de content verschenen is. In het geval van Facebook is dat makkelijk te rapporteren, maar bij een blog of videosite wordt dat een stuk lastiger. Als dit niet succesvol is, kunnen ze in het geval van persoonsgegevens terecht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een rechterlijke procedure is een laatste stap, waar je vooral op terug kunt vallen in gevallen waar het echt misgaat. Maar dat kan lang duren en hoge kosten met zich meebrengen.’ 

De onderzoekers zien als verbeterpunt bijvoorbeeld het experimenten met een toegankelijke civiele procedure waarin de rechter snel uitspraak kan doen. Verder stellen ze in hun rapport dat het inrichten van een centraal meldpunt of kenniscentrum kan helpen om slachtoffers advies te geven over wat voor hen de beste route is. Het rapport wordt voorgelegd aan de Tweede Kamer.

Publicatiegegevens

Joris van Hoboken, Naomi Appelman, Anna van Duin, Tom Blom, Brahim Zarouali, Ronan Ó Fathaigh, Michelle Seel, Elisabetta Stringhi & Natali Helberger: WODC-onderzoek: Voorziening voor verzoeken tot snelle verwijdering van onrechtmatige online content. (2020).

Het volledige onderzoeksrapport is beschikbaar op de website van het WODC