12 maart 2026
Om te achterhalen hoe een nieuwbouwmoskee precies tot stand komt dook Rijbroek in de bouw van de El Oumma-moskee in Amsterdam Slotervaart en de El-Fath moskee in Woerden. ‘Vaak wordt gedacht dat moskeeën een afspiegeling zijn van het land van herkomst van de gemeenschap, maar nieuwbouwmoskeeën zijn sterk het resultaat van Nederlandse bestuursprocessen’, concludeert Rijbroek.
Het publieke beeld is dat moskeebouw in Nederland gepaard gaat met spanningen in de buurt waar deze wordt gebouwd. Dat beeld nuanceert Rijbroek sterk. ‘Die spanningen zien we vaak wel aan het begin, als het nieuws bekend wordt. Maar op de lange duur is het vooral een weinig nieuwswaardig traject van langdurige onderhandelingen tussen moskeebesturen, architecten en lokale bestuurders over de locatie, het ontwerp en de functie van de moskee.’
Rijbroek ontdekte dat een beperkt aantal sleutelfiguren hierbij een beslissende rol speelt. ‘Gemeentelijke ambtenaren, stedenbouwkundigen en architecten hebben vaak een grotere invloed op de moskee-architectuur dan de gemeenschap die het initiatief nam en het geld voor de bouw inzamelde.’
Wat Rijbroek opviel is de dubbele eis waar nieuwbouwmoskeeën aan moeten voldoen: herkenbaar als moskee, met koepel en minaret, en tegelijkertijd zo goed mogelijk opgaan in het Nederlandse straatbeeld. Volgens Rijbroek weerspiegelt dat een typisch Nederlandse bestuurscultuur van ‘inclusieve neutraliteit’: religieuze diversiteit is toegestaan, maar moet niet te zichtbaar zijn.
Een van de bekendste voorbeelden is misschien wel de Westermoskee in Amsterdam: opgaan in de bebouwde omgeving met Amsterdamse schoolelementen en tegelijkertijd herkenbaar als moskee. ‘Dit lijkt een groot succes, maar roept ook gemengde reacties bij de moslimgemeenschap zelf op. Het laat aan de ene kant zien dat moslims een blijvende plaats hebben in Amsterdam, maar ook wordt gesteld dat het gebouw vooral sterk gevormd is door Nederlandse politieke wensen.’
Nieuwbouwmoskeeën weerspiegelen Nederlandse bestuurlijke idealen van inclusieve neutraliteit, maar vinden vaak weinig weerklank bij de moskeegemeenschap en buurtbewonersJoris Rijbroek
Volgens Rijbroek zien we dan ook terugkerende spanningen tussen de representatieve buitenkant van een nieuwbouwmoskee en het dagelijkse gebruik aan de binnenkant. ‘De buitenzijde moet passen in het Nederlandse beeld van religieuze architectuur; de binnenkant moet functioneren voor de gemeenschap.’
In Woerden besloot de gemeenschap zelfs tot de sloop van hun moskee die na een jarenlang proces tot stand was gekomen. ‘Ruimte voor de eigen activiteiten was belangrijker dan het voldoen aan een bepaald beeld van religieuze architectuur.’ De gemeenschap verkocht de grond aan de naburige Lidl en verhuisde naar een groter schoolgebouw dat al een tijdje leegstond.
Het verhaal van de El Oumma-moskee in Amsterdam Slotervaart liep heel anders af. Deze werd in 1992 gebouwd als eerste speciaal ontworpen moskee van Amsterdam en bleef daarna een belangrijk religieus en sociaal centrum in Slotervaart. Door de groei van de gemeenschap werd het gebouw later uitgebreid, terwijl er in de wijk ook nieuwe moskee-initiatieven ontstonden.
Rijbroek concludeert dat de overheid nooit volledig neutraal is bij de bouw van een nieuwe moskee. ‘Gemeenten presenteren zich vaak als scheidsrechter, maar zij zijn zelf belanghebbend in ruimtelijke ordening en beeldvorming.’
Daarmee vertellen nieuwbouwmoskeeën volgens hem meer over Nederland en zijn bestuurlijke cultuur dan over de gemeenschappen die ze bouwen. ‘Nieuwbouwmoskeeën weerspiegelen Nederlandse bestuurlijke idealen van inclusieve neutraliteit, maar vinden vaak weinig weerklank bij de moskeegemeenschap en buurtbewoners.’ Volgens Rijbroek zou meer participatie van deze groepen kunnen bijdragen aan wederzijds begrip en eigenaarschap.
Joris Rijbroek, 2026, 'Development of purpose-built mosques in the Netherlands 1960 - 2016'. Promotor: prof. dr. J.N. Tillie, copromotor: prof. dr. F. Colombijn.
18 maart, 16.00-17.30, Agnietenkapel, Amsterdam