4 juni 2026
Europese groeirapporten en nationale innovatieagenda’s roepen organisaties steeds harder op om sneller te innoveren en zo hun concurrentiepositie te behouden. Maar veel grote, volwassen organisaties hebben volgens Pijl last van zogenaamde organisatie-inertie: ze zijn zó goed geworden in wat ze al doen, dat routines verstarren en innovatie vastloopt.
‘Terwijl startups vaak flexibel kunnen schakelen, moeten grote organisaties tegelijkertijd hun bestaande activiteiten draaiende houden én vernieuwen’, stelt Pijl. ‘Het is veelzeggend dat de gemiddelde levensduur van grote beursgenoteerde organisaties tussen 1958 en 2011 van 61 naar slechts 18 jaar daalde.’
Om te achterhalen hoe je wel succesvol vernieuwend blijft, analyseerde Pijl zeven grote internationale organisaties uit uiteenlopende sectoren, waaronder telecom, life sciences, technologie, farmacie en een academische uitgeverij. Dankzij zijn jarenlange ervaring als strategieadviseur kreeg Pijl makkelijk toegang tot deze organisaties waardoor hij een aantal patronen kon blootleggen.
Een belangrijke conclusie is dat succesvolle organisaties innovatie niet aan het toeval overlaten en dat zij allemaal over de volgende acht belangrijke capaciteiten (capabilities) beschikken:
‘De eerste vijf capabilities vormen de basis van succesvolle innovatie,’ zegt Pijl. 'Daarnaast moeten organisaties voortdurend balanceren tussen diverse doelen, zoals korte- en langetermijn. De andere drie werken er constant over- en doorheen. Juist die combinatie maakt dat organisaties innovatie niet incidenteel, maar samenhangend structureel succesvol kunnen uitvoeren.’
Alleen als alle acht capaciteiten voldoende zijn ontwikkeld ontstaat volgens Pijl een betrouwbaar innovatie-executie vermogen: ‘selectief winkelen blijkt fnuikend te zijn.’
Pijl stelt dat er echter niet één ideale organisatievorm is om innovatie te organiseren. ‘Sommige organisaties integreren innovatie volledig in hun bestaande organisatie, terwijl andere juist aparte innovatieafdelingen of innovatiecentra opzetten. Beide modellen kunnen succesvol zijn, mits de acht capaciteiten maar geborgd zijn en goed aansluiten bij de strategie van de organisatie.’
Pijl noemt leiderschap doorslaggevend bij innovatie. ‘Succesvolle leiders bedenken niet alleen innovatiestrategieën, maar blijven betrokken totdat nieuwe initiatieven daadwerkelijk resultaat opleveren. Ze geven actief en strategisch leiding aan innovatie-executie, iets totaal anders dan delegeren. Sommigen noemden dit zelfs “positief micromanagement”.’
Volgens Pijl is AI het evidente onderwerp waar we ook niet omheen kunnen als we het over innovatie hebben. ‘AI hangt boven vrijwel iedere innovatie-discussie. Het kan organisaties helpen sneller kansen te herkennen, prototypes te ontwikkelen en innovaties op te schalen. Maar zonder een organisatie die daar goed op is ingericht, levert dat weinig op.’ Alleen AI toevoegen aan een logge organisatie vergelijkt hij daarom met ‘een straalmotor op een paardenkoets zetten’.
Met zijn onderzoek wil Pijl de wetenschap verder brengen en ook organisaties helpen. Aan de hand van zijn inzichten ontwikkelde hij een praktisch raamwerk waarmee bedrijven hun innovatiekracht kunnen organiseren, meten en verbeteren.
‘Succesvolle innovatie draait niet om losse ideeën of hypes, maar om samenhangende capaciteiten,’ zegt Pijl. ‘Alleen zo kunnen grote organisaties concurrerend blijven, juist in markten die steeds sneller veranderen.’
Jacques Pijl, 2026, 'Dynamic Innovation Execution Capabilities. How Mature Firms Successfully Execute Innovation Strategies'. Promotor: prof. dr. H.W. Volberda, copromotor: dr. M.A. Hollen.
Op maandag 1 juni verdedigde Pijl zijn proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam