Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Kunnen jongvolwassenen in het digitale tijdperk van tegenwoordig nog wel voldoende tijd voor zichzelf nemen? Is dat met alle smartphones en digitale platforms niet lastiger geworden? Niet per se, stelt Liza Keessen in haar proefschrift. Digitale technologie kan de me-time van jongvolwassenen zowel helpen als belemmeren. Het hangt er vooral van af hoe zij technologie inzetten. Keessen promoveert op maandag 21 september aan de Universiteit van Amsterdam.
Foto: Freepik

‘Me-time is voor iedereen belangrijk, maar extra betekenisvol in de levensfase 18 tot 25 jaar’, schetst Keessen. ‘In deze fase worden belangrijke keuzes gemaakt en verandert er vaak veel tegelijk – studie, werk, op jezelf wonen, relaties. Tijd voor jezelf kan helpen om emoties te reguleren, mentaal te herstellen en je eigen identiteit te ontwikkelen.’

In de huidige, digitaal verbonden context krijgt tijd voor jezelf voor jongvolwassenen een andere invulling, beargumenteert Keessen. Het draait niet zozeer om letterlijk alleen zijn, maar om het creëren van tijd voor jezelf, zelfs als anderen fysiek of digitaal aanwezig zijn. Keessen vroeg jongvolwassenen wat me-time voor hen betekent en hoe geschikt zij digitale technologie daarvoor vinden. Daaruit kwamen drie voorwaarden voor me-time naar voren: zo min mogelijk sociale prikkels en verwachtingen, vrijheid om zelf activiteiten te kiezen, en ruimte om met eigen gedachten bezig te zijn – of daar juist even niet mee bezig te hoeven zijn.

Belangrijke dubbelzinnigheid

Digitale technologie kan volgens jongvolwassenen in principe aan al die voorwaarden bijdragen. Een niet-storen-modus kan bijvoorbeeld sociale verwachtingen terugdringen. Een platform met uiteenlopende content kan keuzevrijheid bieden. En digitale media kunnen afleiden van gedachten, of juist inspireren en ruimte geven voor nieuwe ideeën. Maar daarin schuilt volgens Keessen ook een belangrijke dubbelzinnigheid: dezelfde technologie die de voorwaarden voor me-time kan ondersteunen, lijkt die ervaring ook te kunnen ondermijnen. Zo geven jongvolwassenen aan dat het consumeren van content kan helpen om hun gedachten te verzetten, maar ook nieuwe mentale drukte kan creëren.

Hogere lat voor reflectie

In haar onderzoek laat Keessen ook zien dat platformen verschillen in de ondersteuning die zij kunnen bieden. Platformen met veel sociale functies – zoals liken, reageren en berichten sturen – lijken minder goed aan te sluiten bij de behoefte om tijdens me-time mentaal te herstellen. Platformen met beperkte sociale functies, zoals Spotify of YouTube, lijken dat herstel juist beter te kunnen ondersteunen.

Voor reflectie ligt de lat hoger. Waar platformen zoals Spotify of YouTube kunnen helpen om mentaal te herstellen – de mentale batterij weer op te laden – bleek reflectie vooral mogelijk op platformen zonder sociale functies, zoals dagboek- en notitie-apps. De reflectieve functie van tijd voor jezelf, stilstaan bij ervaringen en gedachten, lijkt via digitale technologie dus moeilijker te ondersteunen dan de herstellende functie.

Dat verschil is belangrijk, zegt Keessen: ‘Niet alleen de totale schermtijd telt, maar ook het ontwerp en gebruik van een platform. Sociale functies kunnen verwachtingen van beschikbaarheid oproepen, ook als iemand op dat moment juist rust zoekt.’

Bewuster ontwerpen en gebruiken

De bevindingen van Keessen suggereren dat het voor jongvolwassenen kan helpen om bewuster stil te staan bij wat ze op een bepaald moment uit hun tijd voor zichzelf willen halen, en om hun technologiegebruik en -instellingen daarop af te stemmen. Tegelijkertijd ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij individuen.

Veel digitale diensten zijn standaard sociaal en maken bereikbaarheid en interactie vanzelfsprekend. Keessen: ‘Dat vraagt ook om een bredere verandering in verwachtingen: minder druk om altijd beschikbaar te zijn en meer ruimte om tijdelijk niet te reageren, zonder minder sociaal te zijn. Platformen kunnen dat ondersteunen met instellingen en ontwerpen die sociale prikkels verminderen en gebruikers meer controle geven over hun aandacht en beschikbaarheid.’