Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Zorgorganisaties richten zich vooral op het verbeteren van bestaande zorg. Fundamentele vernieuwing die met minder mensen meer zorg mogelijk maakt, komt minder goed van de grond. De zorg is sterk in zelforganisatie, leiderschap en samenwerking, maar digitale transformatie blijft achter. Ook ervaren zorgprofessionals innovatie minder positief dan het management, en missen zij vaak de kennis en vaardigheden om actief bij te dragen aan zorgvernieuwing. Dat blijkt uit de eerste editie van de Innovatiemonitor voor de Zorg, uitgevoerd door Amsterdam UMC, de Universiteit van Amsterdam en SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van het Amsterdam Research Center for Health Economics and Management (ARCHEM). Het rapport wordt donderdag 3 september gepresenteerd.

De Innovatiemonitor voor de Zorg is gebaseerd op de Nederlandse Innovatie Monitor en brengt het innovatievermogen van Nederlandse zorgorganisaties in kaart aan de hand van vijf 'hefbomen': zelforganisatie, transformationeel leiderschap, menselijk kapitaal, sociaal kapitaal en digitale transformatie.

De figuur toont de gemiddelde hefbomen op instellingsniveau, gemeten op een schaal van 1 tot 7. De eerste vier constructen betreffen sociale hefbomen van innovatie; digitale transformatie betreft de technologische hefboom. Bron: Innovatiemonitor voor de Zorg 2026
De figuur toont de gemiddelde hefbomen op instellingsniveau, gemeten op een schaal van 1 tot 7. De eerste vier constructen betreffen sociale hefbomen van innovatie; digitale transformatie betreft de technologische hefboom. Bron: Innovatiemonitor voor de Zorg 2026

De belangrijkste bevindingen

  1. Sociale hefbomen van innovatie (zelforganisatie, leiderschap, menselijk en sociaal kapitaal) zijn sterker ontwikkeld dan de technologische hefboom digitale transformatie.
  2. Verbetering van bestaande zorg komt beter van de grond dan fundamentele vernieuwing.
  3. Zorgprofessionals ervaren zowel de randvoorwaarden voor innovatie als de innovatie-uitkomsten minder positief dan management en staf.
  4. Zorgorganisaties scoren vergelijkbaar met het bedrijfsleven op innovatie-uitkomsten, maar lopen achter op AI-volwassenheid, met name op data en technologie.
  5. Samenwerking rond zorginnovatie vindt vooral plaats met partners binnen het eigen domein, minder met zorgverzekeraars, zorgkantoren en overheid.
  6. Zorgprofessionals zien innovatie als onderdeel van hun rol, maar missen vaak de aanvullende kennis en vaardigheden die nodig zijn om actief bij te dragen aan zorgvernieuwing.
  7. Versnellen van zorgvernieuwing vraagt om een coherente innovatie-infrastructuur en het leren managen van spagaten, zoals de spanning tussen zorg verlenen en zorg vernieuwen.
  8. AI wordt in de zorg vaker ingezet ter ondersteuning van werkzaamheden dan ter vervanging van menselijke taken.

Meer nodig dan ICT

Henk Volberda, hoogleraar Strategic Management & Innovation, is verrast door de bevindingen: ‘Het beeld dat naar voren komt is dat zorgorganisaties wel investeren in ICT, maar dat de organisatiebrede inzet van digitale technologieën nog onvoldoende is ontwikkeld. Technologie leidt echter pas tot vernieuwing als organisaties ook werkprocessen aanpassen, professionals betrekken en duidelijk maken hoe die technologie de zorg verbetert of beter uitvoerbaar maakt.’

Duidelijke oproep

De zorg focust op incrementele innovatie, met veel nadruk op doelmatigheid, planbaarheid en veiligheid. Daarnaast is echter ook ruimte nodig voor radicale innovatie met de bijbehorende ruimte voor experimenteren en onzekerheid. Aanpakken gebaseerd op 'fail-and-learn' om een nieuw normaal te verkennen, worden nog maar beperkt toegepast.

‘Er is veel energie en bereidheid om te vernieuwen, maar de randvoorwaarden tijd, ruimte, zeggenschap en gerichte training blijken nog onvoldoende op orde te zijn’, schetst Annamarike Seller-Boersma, co-directeur van ARCHEM. ‘Zorgprofessionals zien innovatie als onderdeel van hun rol, maar missen de vaardigheden om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Dat is een duidelijke oproep aan bestuurders en aan de overheid en zorgverzekeraars om die ruimte te creëren.’

Kansen voor vernieuwing

Zorgorganisaties werken bij innovatie vooral samen met andere zorgaanbieders binnen het eigen domein. Ook patiënten, cliënten en leveranciers worden relatief vaak betrokken. Samenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantoren en overheden staat het meest op afstand. Dit terwijl juist over domein- en organisatiegrenzen heen verdere kansen voor gezamenlijke vernieuwing liggen.

‘Innovatie in de zorg is niet iets wat een organisatie erbij kan doen’, stelt Jeroen de Mast, de andere co-directeur van ARCHEM. ‘Het vraagt om een coherente innovatie-infrastructuur waarin alle puzzelstukjes van continu verbeteren tot digitalisering en AI op elkaar aansluiten. En het vraagt om samenwerking over de grenzen van het eigen domein. Zorgverzekeraars, zorgkantoren en overheden zijn onmisbaar om de randvoorwaarden voor vernieuwing te scheppen. Zij mogen niet aan de zijlijn staan.’

De spagaat erkennen

Innovatie binnen zorgorganisaties blijkt bemoeilijkt te worden door inherente spanningsvelden, vooral door die tussen dagelijkse zorgverlening en tijd en capaciteit voor vernieuwing. Daardoor komen zowel managers als zorgprofessionals in een spagaat terecht. De onderzoekers stellen dat deze spagaat expliciet erkend moet worden om de zorg toekomstbestendig te kunnen maken. Alleen dan kunnen losse initiatieven uitgroeien tot een samenhangende innovatiepraktijk. Seller-Boersma: ‘De uitdaging is helder: vergrijzing, personeelstekorten en oplopende kosten vragen niet om meer van hetzelfde, maar om een andere manier van werken.’