‘De grootste verbinding van al mijn rollen is dat ik ben begonnen als dj. Dat perspectief heb ik uiteindelijk ook gebruikt om regisseur te worden van liveshows, waar ik me ben gaan bezighouden met de techniek en de dramaturgie. Het gevoel voor dynamiek en het opbouwen van een spannend verhaal heb ik geleerd uit het dj-vak. Dat leert je een bepaalde manier van kijken, van ritmegevoel en van hoe je een verhaal kunt vertellen. Die ervaring werkt door in alles wat ik doe – of ik nou een dj-set draai of een liveshow ontwikkel voor een artiest.’
‘Als regisseur kom ik heel dicht bij artiesten en het viel me op dat alle artiesten waar ik mee werk een vorm van mentale uitdaging ervaren. Ik vroeg me altijd af: hoe kan het dat mensen die de droom leven eigenlijk elke ochtend mee in een nachtmerrie wakker worden?’
‘Zo ontdekte ik de mentale stress bij de mensen met wie ik werkte. Artiest zijn is een kwetsbaar beroep met een spanningsveld tussen kunst en business. Muziek maken is persoonlijk en grillig, maar een succesvolle artiest is ook een cultureel ondernemer. En eigenlijk staat ondernemen recht tegenover kunstenaar zijn. Daartussen navigeren is lastig en dat leidt vaak tot heel veel teleurstelling, prestatiedruk en andere ellende. Ik probeer ze daarin te begeleiden en de persoon te zijn die ik zelf nodig had toen ik jonger was: each one teach one.’
‘Als kunst je werk is geworden, dan is het steeds moeilijker om je authenticiteit te bewaren. Als dat voortdurend ondermijnd wordt door zakelijke belangen, krijg je mentale gezondheidsklachten. En daarnaast is het leven van een artiest heel hectisch: touren is echt topsport. Het liefst wil je muziek maken in de studio, maar je bent gebonden aan een tijdschema en je moet geld verdienen, want je moet alles dat je hebt opgebouwd ook onderhouden. Dat heeft niks te maken met rustig zitten en nadenken over wat je wil maken.’
‘Kunst maken kan een proces van verwerking zijn. Het is chaotisch, het heeft ruimte en tijd nodig. Soms gaat het heel snel, soms gaat het heel langzaam, maar daar heeft de commerciële kant geen boodschap aan. In mijn werk zie ik het als mijn verantwoordelijkheid om creatievelingen te helpen daarin te navigeren.’
‘Ik ga het meeste aan op projecten die ruimte geven aan cultuur die te vaak in een beperkend hokje wordt geplaatst. Bijvoorbeeld het concert van sor in het Concertgebouw, waarbij dus een rapper met een orkest hiphopmuziek speelde. Het was zo mooi om de gelijkwaardigheid tussen hiphopwereld en de wereld van Mozart en Beethoven neer te zetten. Er kwamen mensen die nog nooit eerder in het Concertgebouw waren geweest. Dat liet voor mij heel erg zien hoe belangrijk het is dat zoiets gebeurt: die werelden zijn formeel gescheiden, maar cultureel gezien niet. Beethoven was ook ooit underground.’
‘Het allerbelangrijkste is dat ik aan mezelf heb laten zien dat ik het kan. Dat ik ergens helemaal in kan duiken, onderzoek kan doen en iets kan doorgronden. Want als je kunstenaar bent, dan heb je echt discipline nodig om iets af te maken. Het ging ook niet zozeer om de specifieke kennis, maar om het vermogen om met kennis om te gaan.’
‘Wat ik studenten vooral zou willen meegeven is: verlies nooit de verbinding met het kind in jou. Gebruik je studie om je wereld te kleuren en te onderbouwen wat je gevoel zegt. Juist met die nieuwsgierigheid, fantasie en vrijheid beginnen goede nieuwe ideeën.’