Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
UvA-alumna Marietje Schaake werd bekend als Europarlementariër voor D66, waar ze zich tussen 2009 en 2019 krachtig inzette voor digitale vrijheden, mensenrechten en internationale handel. Sinds 2019 is ze International Policy Director bij het Stanford Cyber Policy Center én International Policy Fellow bij het Stanford Institute for Human-Centered AI. Daarnaast schrijft ze columns voor de Financial Times en adviseert ze de VN over AI-beleid. In dit gesprek duiken we in haar loopbaan, haar band met de UvA en haar toekomstvisie. Kunnen onze democratie en de macht van techbedrijven wel naast elkaar bestaan?

Wat studeerde u aan de UvA en hoe heeft u dat ervaren?

'In 1997 begon ik aan Sociologie, nadat ik een jaar aan een Amerikaans college had gestudeerd. Daarmee vergeleken was het onderwijs in Nederland heel afstandelijk, met weinig discussie of contact. Dat vond ik jammer. Na mijn propedeuse ben ik Amerikanistiek en Nieuwe Media gaan studeren. Gelukkig vond ik daar de bevlogenheid terug in docenten als Jill Adler, James Kennedy en Rob Kranenburg. Nieuwe Media was destijds een nieuwe studierichting, waarin we nadachten over het internet als fenomeen.'

Hoe heeft deze studierichting u gevormd?

'Ik ben tot vandaag de dag veel bezig met de vraag welke rol technologie in onze democratie zou moeten spelen, en hoe we een machtsgreep door techbedrijven tegengaan. Daarvoor kijk ik veel naar de VS. De afgelopen vijf jaar woonde ik in Californië terwijl ik op Stanford werkte. Ik ben dus best dichtbij mijn interessegebieden uit mijn studie gebleven.'

U was jarenlang actief in het Europees Parlement. Wat heeft u daar geleerd over hoe technologie politieke machtsverhoudingen beïnvloedt?

'Tussen 2009 en 2019 werden techbedrijven steeds machtiger. Ze gaven veel geld uit aan lobbyen en konden eindeloos groeien in een tijd waarin vooral de kansen van tech werden omarmd. Helaas is er te weinig gezien hoe de macht van techbedrijven groeide en de democratie zelf is gaan bedreigen. Die geest is moeilijk terug in de fles te stoppen.'

Denkt u dat overheden – en met name de Nederlandse overheid – voldoende begrijpen hoe diep techbedrijven in machtsstructuren verweven zijn?

'Over het algemeen niet, maar er is dan ook een negatieve spiraal tussen het gebrek aan openheid en transparantie bij bedrijven, het uitbesteden van steeds meer taken door overheden aan die bedrijven, en het gebrek aan expertise bij overheden. Die trend moet dringend doorbroken worden.'

We zien dat grote techplatforms invloed uitoefenen op verkiezingen, publieke opinie en zelfs wetgeving. Hoe kunnen democratieën zich daartegen wapenen zonder zelf repressief te worden?

'Er moet meer transparantie en toegang tot informatie afgedwongen worden. Socialemediabedrijven hebben enorme macht met hun platforms en algoritmes. Die macht kan bedoeld of onbedoeld impact hebben op vertrouwen, polarisatie en democratie. Mensen als Elon Musk verbergen de steun voor extreemrechtse of nationalistische partijen niet. In plaats van angstig te zijn om door te slaan, moeten we meer rechten dan alleen vrije meningsuiting willen beschermen. Vrije verkiezingen horen daarbij. Met dank aan Trump en zijn group hug met tech-CEO’s moeten we ons afvragen of we de macht ooit weer terugwinnen. Democratie holt achteruit in de wereld, terwijl de macht van techmiljardairs groeit.'

Welke rol spelen deze techplatforms naar verwachting bij de Nederlandse verkiezingen in oktober 2025?

'We moeten verwachten dat nationalisten opnieuw op steun vanuit Silicon Valley kunnen rekenen. Hoe die steun precies geleverd zal worden, is moeilijk te voorspellen en ook moeilijk precies te onderzoeken. Techbedrijven zijn niet open over wat er onder de motorkap gebeurt.'

U werkt nu in de VS, aan Stanford. Hoe verschilt de houding ten opzichte van tech en digitale rechten daar met die in Europa?

'Over het algemeen is er minder ruimte voor wetgeving in de VS. Er is daar geen federale privacywet of AI-wet zoals we die in Europa wel kennen. Veel geschillen worden uitgevochten voor de rechter. Maar omdat het niet makkelijk is om als burger te weten of je rechten gerespecteerd worden, is het niet eenvoudig om je recht te halen. Ook als we naar wetgeving kijken, is de handhaving vaak gebrekkig. Techbedrijven hebben ook in Europa nog te weinig last van regels in de zin dat die een echte tegenmacht vormen.'

Welke rol ziet u voor universiteiten, studenten en jonge beleidsmakers in het vormgeven van een rechtvaardige digitale toekomst?

'Universiteiten moeten slimmer IT inkopen en zelf scherper nadenken over de inzet van technologie. Robin Aisha Pocornie kaartte bijvoorbeeld aan dat zij als zwarte student tijdens Covid door de VU met technologie werd gemonitord, maar dat die technologie discrimineerde en haar gezicht niet herkende. Studenten mogen scherpe vragen stellen aan universiteiten en overheden over technologie, en kunnen op allerlei manieren zelf een betere toekomst bouwen.'

Wat zou u studenten aan de UvA die zich met technologie, politiek of beleid willen bezighouden willen meegeven?

'De ruimte die je als student hebt om jezelf beter te leren kennen, is een luxe die we toen – met minder studiedruk – meer hadden dan studenten vandaag. Sluit je aan bij een initiatief dat je aanspreekt; er is Bits of Freedom, er zijn politieke partijen, mensenrechtenorganisaties. Over het algemeen zou ik zeggen: ervaring opdoen is op zich al waardevol, zelfs als je niet meteen dolenthousiast bent. Studenten kunnen zichzelf soms veel druk opleggen, waardoor keuzes heel groot en stressvol worden, terwijl je ook kunt denken: ik ga eens ontdekken wat ik hiervan vind. Het hoeft niet meteen het perfecte schot in de roos te zijn.'