Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Kunsthistorica Hanna Klarenbeek leidt onderzoeksproject naar ‘dark age’ van de Nederlandse beeldhouwkunst, een periode die tot nu toe onderbelicht bleef.

Hanna Klarenbeek
Hanna Klarenbeek (foto: Eduard Lampe)

Vaak wordt beweerd dat Nederland geen beeldhouwland is. Een gebrek aan beeldhouwmaterialen, een nauwelijks ontwikkeld mecenaat en de overheersing van de schilderkunst zouden hiervoor de redenen zijn. Toch staan er in de database van het RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis alleen al voor de periode 1800–1914 bijna vierhonderd beeldhouwers geregistreerd. Klarenbeek zal deze vergeten, 19de-eeuwse beeldhouwtraditie gaan onderzoeken.  

Tot nu toe bleef de 19de-eeuwse beeldhouwkunst onderbelicht. Toch omringt deze kunst ons dagelijks: op pleinen, in parken en op begraafplaatsen, in (semi)openbare gebouwen als kerken en aan gevels. Vanaf 1800 maakte zij een ontwikkeling door van een ambacht, vaak ondergeschikt aan de bouwkunst, tot een onafhankelijke discipline waarin nieuwe vormen en materialen werden toegepast en waarin kunstenaars hun ideeën tot uitdrukking brachten.  

Het onderzoeksproject wordt mogelijk gemaakt door het Museum Beelden aan Zee/Sculptuur Instituut en het RKD en financieel ondersteund door het Ekkart Fonds van de Vereniging Rembrandt. Het project maakt deel uit van een grootschalig onderzoek naar de geschiedenis van de moderne Nederlandse beeldhouwkunst dat vanuit Beelden aan Zee/Sculptuur Instituut en de Universiteit Leiden wordt uitgevoerd.