Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

Veel klassieke complottheorieën gaan erover dat er informatie voor ons wordt achtergehouden, maar in Centraal- en Oost-Europa is de achterdocht veel vaker gericht op invloeden van buitenaf. Dankzij een ERC Starting Grant – een persoonsgebonden subsidie van ongeveer anderhalf miljoen euro – gaat slavist en literatuurwetenschapper Boris Noordenbos de komende jaren onderzoeken hoe complottheorieën in Oost-Europa hun kracht ontlenen aan verwijzingen naar het socialistische verleden.

Boris Noordenbos
Boris Noordenbos (© Bob Bronshoff)

In de wetenschap is er steeds meer aandacht voor complottheorieën, vertelt Noordenbos, maar de focus ligt vooral op West-Europa en de Verenigde Staten. ‘In de wetenschappelijke literatuur gaat het nog heel vaak over 9/11 en de moord op Kennedy. Veel inzichten over complottheorieën zijn op dit soort westerse voorbeelden gebaseerd, maar in andere delen van de wereld is de complotcultuur heel anders.’

Ondermijnende invloeden van buitenaf

Complotverhalen staan namelijk niet op zichzelf, in het nu, maar zijn verbonden met ervaringen uit het verleden. In het postsocialistische Oost-Europa zitten complottheorieën daarom anders in elkaar dan in bijvoorbeeld de liberale VS, vertelt de onderzoeker.

‘In westerse landen richt de achterdocht zich vaak tegen overheden en elites. Veel klassieke complottheorieën gaan erover dat er informatie voor ons wordt achtergehouden, of dat onze vrijheden achter de schermen worden ingeperkt. Maar in Centraal- en Oost-Europa is de achterdocht veel vaker gericht op invloeden van buitenaf. Dat zie je bijvoorbeeld in Russische fictie en non-fictie-literatuur over Oekraïense ‘fascisten’ en Amerikaanse ‘imperialisten’ die in het geheim Ruslands invloed in de regio zouden ondermijnen. Je ziet het ook in een enorme hoeveelheid Poolse films en documentaires over een zogenaamd complot van de Russische veiligheidsdiensten tegen president Lech Kaczynski. Om de zeggingskracht en politieke impact van dat soort ideeën te begrijpen, moet je in kaart brengen hoe ze voortbouwen op culturele mythen en ervaringen uit het socialistische verleden.’

Complotverhalen in de populaire cultuur

In het project Conspiratorial Memory: Cultures of Suspicion in Post-Socialist Europe gaan Noordenbos en zijn team zich verdiepen in complottheorieën in Polen, Wit-Rusland, Oekraïne en Rusland. Daarbij kijken ze hoe complotverhalen vorm krijgen in culturele uitingen zoals literatuur, televisie en online platforms. Ze zoomen in op recente theorieën over drie gebeurtenissen: de kernramp in Tsjernobyl, de huidige oorlog in Oost-Oekraïne en de dood van de Poolse president Lech Kaczynski in een vliegtuigcrash in 2010.

Met zijn onderzoek wil Noordenbos een beter beeld krijgen van welke rol de populaire cultuur speelt in de verspreiding van complottheorieën in de regio. Ook gaat hij onderzoeken hoe complotverhalen in de loop van de tijd veranderen. ‘Complottheorieën zijn voortdurend in beweging: ze circuleren, worden opgepikt, aangepast en tegengesproken. Hoe dat precies werkt, proberen we met dit onderzoek beter te begrijpen.’

Boris Noordenbos is universitair docent Literary and Cultural Analysis en is verbonden aan de Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA). Eerder deed hij onder andere onderzoek naar de verbeelding van nationale identiteit in de literatuur van het hedendaagse Rusland en naar het politieke gebruik van nostalgie in de Russische populaire cultuur.

Noordenbos is een van de acht UvA-onderzoekers die een Starting Grant toegekend hebben gekregen van de European Research Council (ERC). Lees hier meer over de andere laureaten.

Dr. B. (Boris) Noordenbos

Faculteit der Geesteswetenschappen

Literatuurwetenschap