Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Professor dr. F.C.L.M. Jacobs was hoogleraar Ethiek en haar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam van 1995 tot 2008. Hij overleed op 27 augustus 2025.

Frans Jacobs kwam uit Gilze-Rijen (Noord-Brabant) en studeerde Wijsbegeerte in Leuven. Hij promoveerde in 1985 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Ten overstaan van allen: universalisering in de ethiek bij professor Trudy van Asperen. Later volgde hij haar op, samen met Govert den Hartogh, als hoogleraar Ethiek en haar geschiedenis aan de UvA. Dat was hij van april 1995 tot zijn emeritaat per november 2008.

Met Govert den Hartogh had hij een uitstekende verstandhouding en een heldere taakverdeling, waarbij Frans Jacobs veel bestuurlijk werk op zich nam. Hij was vele jaren voorzitter van de Vereniging van Ethici Nederland (1992-2000), was voorzitter van het bestuur van de Internationale School voor Wijsbegeerte en redactievoorzitter van het Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte. Hij was bovendien decaan van de Faculteit der Wijsbegeerte voordat die opging in de Faculteit der Geesteswetenschappen. Samen met anderen verzette hij zich tegen die fusie, in navolging van Kants bezwaar tegen het verenigen van de wijsbegeerte met andere faculteiten: “Wijsbegeerte is slechts gehoorzaamheid verschuldigd aan de wetten der rede, niet aan die van de overheden.” (Immanuel Kant, Der Streit der Fakultäten, 1798). De wijsbegeerte, betoogde Frans in de NRC in 1996, moest kritisch kunnen zijn op alle andere wetenschapsgebieden, haar eigen profiel behouden en niet vastzitten aan 'literarische boeien'. Nadat deze fusie toch doorging, werd hij voorzitter van de afdeling Wijsbegeerte. Hij stond breed bekend als een uitstekend bestuurder: vriendelijk en eerlijk, hij kon met iedereen door één deur.

Dat aimabele kenmerkte hem ook als docent. Immer voorkomend en bevlogen vond hij het juiste midden tussen het overdragen van zijn grote kennis zonder daarmee te imponeren. Zijn colleges over bijvoorbeeld emoties, zorgethiek, en het kwaad bij Baudelaire en Dante trokken veel studenten, waren altijd levendig en bij vlagen hilarisch – iets wat niet veel filosofen hem kunnen nazeggen.

Als filosoof schreef en publiceerde hij, vooral in het Nederlands, over medische ethiek, vrijheid, democratie en rechtsfilosofie. Ook schreef hij over onderwerpen die niet altijd even courant waren in de filosofie: liefde, verveling, emoties en verlangens. Hiervoor legde hij veelvuldige verbanden met de literatuur en putte hij uit het werk van filosofen als Aristoteles, Spinoza, Hume, Schopenhauer, Mill, Habermas, Nozick en Nussbaum. Na zijn emeritaat begaf hij zich naar ‘de randgebieden van de filosofie’ en schreef over Dante, Montaigne en Proust.

Frans Jacobs hield van taal en beheerste er vele. De vakgroep Philosophy and Public Affairs bediscussieerde eens of werken altijd in hun oorspronkelijke taal moesten worden gelezen, iets dat Frans fel bepleitte. ‘Ja ja,’ zei een collega spottend, ‘dus als je Dostojevski leest doe je dat in het Russisch?’ Frans keek de collega recht aan. ‘Ja natuurlijk!’ zei hij - toevallig was hij daar net mee bezig. Zelf was hij een zorgvuldig stilist met een snedige pen. In zijn werk koos hij heldere zinnen zonder opsmuk; flauw gezegd, er was geen woord Frans bij (behalve wanneer hij Baudelaire citeerde). Hier en daar verluchtigde hij zijn tekst met een olijke uitsmijter. ‘Dank je de koekoek!’, schreef hij over Thomas Mertens’ keuze om Kants complexe zinsstructuren in vertaling te handhaven. En: ‘Dat valt me toch tegen van Arthur,’ over Schopenhauer die een passage uit Dantes Inferno negeerde en daarmee de menselijke wereld erger voorstelde dan de hel. Zo maakte hij het denken over de zwaarste thema’s vederlicht. Uit iedere tekst van zijn hand spreekt dat we kunnen genieten van de filosofie, dat we er plezier mee mogen hebben. Zelfs van Schopenhauer maakte hij ‘een vrolijk stemmende pessimist’.

Aan het slot van zijn boek over deze pessimist citeert hij Schopenhauer: ‘Net als de schone lichaamsvorm zich op zijn voordeligst toont bij de meest schaarse bekleding […], - zo zal ook elke schone en rijke geest zich altijd op de meest natuurlijke, meest onomwonden en eenvoudige wijze uitdrukken, en trachten wanneer het maar enigszins mogelijk is, zijn gedachten aan anderen mede te delen om zo de eenzaamheid te verlichten, die hij in een wereld als de onze moet ondervinden.’ Zo lang hij kon, heeft Frans Jacobs zijn gedachten op de meest onomwonden én opbeurende manier met ons gedeeld. Hij wordt gemist.

Namens de afdeling Filosofie UvA,
dr. E. (Eva) Groen-Reijman