Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
De jury van de Faculteit der Geesteswetenschappen heeft Kai Tjong-Ayong (duale master Heritage and Memory Studies) uitgeroepen tot facultaire winnaar van de UvA-scriptieprijs. In zijn scriptie introduceert hij het concept ‘plantation-ecology’ om te onderzoeken hoe Chinese contractarbeiders in het 19e-eeuwse Suriname het plantageleven vormgaven en ervoeren. Als facultaire winnaar maakt hij kans op de prijs voor de beste masterscriptie die in het afgelopen studiejaar aan de UvA is geschreven.
Kai Tjong-Ayong

In zijn scriptie Imagining Surinamese Plantation Ecologies of Chinese Indenture introduceert Tjong-Ayong het concept 'plantation ecology': een analytisch en methodologisch kader om de verweven relaties tussen mensen — waaronder Chinese contractarbeiders, (voormalig) tot slaaf gemaakten en Nederlandse koloniale elites — en niet-menselijke actoren op Surinaamse plantages te begrijpen.

Via een lezing van het artikel Eene Surinaamsche plantage (1870) en Ingrid Chens roman De Zon in Andermans Land (2024) laat Tjong-Ayong zien hoe de plantage wordt voorgesteld, lichamelijk ervaren en bewerkt door de onderdrukten, en hoe binnen deze gewelddadige structuur toch vormen van gemeenschap en solidariteit ontstaan. Zo maakt de scriptie zichtbaar hoe koloniale machts- en ecologiestructuren historisch zijn gevormd, hoe de geschiedenis van Chinese contractarbeid in Suriname systematisch is gemarginaliseerd en hoe deze erfenissen doorwerken in de huidige en toekomstige Surinaamse samenleving. 

De facultaire jury, bestaande uit Monique Flecken, Luuk Huitink en Esther Mulders prijst de originaliteit, diepgang en relevantie van de scriptie die een nieuw vakgebied opent: 'Door de combinatie van zowel documentaire als literaire teksten laat Tjong-Ayong op schitterende wijze de breedte van de Geestweswetenschappen zien.'

Ik ben heel trots om de scriptieprijs in ontvangst te mogen nemen! Niet alleen als erkenning voor mijn eigen werk, maar ook omdat het mij helpt om de verhalen van mijn voorouders te delen. Het is enorm belangrijk dat de verstrengelde koloniale geschiedenis van Suriname, en specifiek die van de verschillende groepen onderdrukte mensen en hun relaties tot het land beter in beeld komen binnen de Nederlandse context. Ik ben super blij met de mogelijkheid om daaraan bij te kunnen dragen en het winnen van deze prijs helpt mij om de geschiedenis van Chinese contractarbeid in Suriname beter te belichten. Kai Tjong-Ayong

Drie facultaire winnaars

Dit jaar waren er maar liefst 33 inzendingen voor de facultaire scriptieprijs, afkomstig uit vrijwel alle geledingen van de faculteit. Om recht te doen aan de grote diversiteit aan indrukwekkende scripties kende de jury naast de winnaar ook een tweede en derde plaats toe, evenals enkele eervolle vermeldingen. Deze gingen naar:

  • Tweede plaats: Sara Verveer met Vuur aan zee. Een lange geschiedenis van milieuactivisme tegen Hoogovens, 1918-1983
    In deze scriptie beschrijft Verveer milieuactivisme tegen Hoogovens in de twintigste eeuw, daarbij gebruikmakend van een unieke combinatie aan bronnen, waaronder ook lokale bewegingen en geluiden vanaf de werkvloer. De scriptie is ontzettend goed geschreven en heeft een hele duidelijke opbouw in methode. De resultaten laten een interessante analogie met het heden zien, en de relevantie voor hedendaagse debatten wordt heel precies beschreven. Dit werk zou zo in een Nederlandse boekhandel kunnen liggen.
  • Derde plaats: Maxwell (‘Maz’) Jardon met ‘All That I've Learned is Everything Burns’: The Abject Spatialization of Post-Industrial Mining Regions in Horror Media
    Jardon analyseert in deze scriptie post-industriële mijnregio’s als culturele ruimtes waarin ecologische crisis, maatschappelijke uitsluiting en collectieve angst samenkomen. Het onderzoek beweegt zich op de onderzoeksvelden van literatuurwetenschap, cultuurtheorie, ecokritiek en media-analyse onder meer, en verbindt deze aan actuele vragen over gemeenschap, industrialisering en ecologische problemen. De scriptie combineert complexe theoretische kaders met close reading van literatuur, film en beeldende kunst, en weet daarbij een eigen, vernieuwend perspectief te ontwikkelen. Jardon laat hiermee zien hoe kunst en populaire cultuur kunnen bijdragen aan urgente maatschappelijke debatten over ongelijkheid, vervuiling en sociale marginalisering. Hiermee is deze scriptie een sterk voorbeeld van het interdisciplinaire en maatschappelijk betrokken onderzoek waar de FGW voor staat.

Eervolle vermeldingen

  • Foske van den Boogaard: Subversion in Spades: Power and Resistance among Local Field Labourers at Heinrich Schliemann’s Excavations in Hisarlık/Troy, 1870-1873 (Research Master Archaeology and Heritage)
  • Pouneh Kouch: Minding the bilingual gap: A systematic review and perspective on EEG-based diagnoses of dementia (Research Master Linguistics & Communication)
  • Julia Jasińska: Bridge Under Visual Construction: Generative AI, Photographic Functions, and the Digital Making of Urban Spatial Imaginaries (Media Studies - Cultural Data & AI)
  • Eric Boot: The Allure of Androgyny: Michelangelo’s teste divine and the Poetics of Ambiguous Art (Curating Art and Cultures – Arts of the Netherlands)

Onderbouwing van de jury

De facultaire jury was onder de indruk van de hoge kwaliteit én grote diversiteit aan onderwerpen: 'Het is verheugend om te zien hoe zowel meer "klassieke" vormen van geesteswetenschappelijk onderzoek – zoals close readings van literaire en filosofische teksten, filologische en historische bronnenstudie, en archiefonderzoek, waarbij bijvoorbeeld The Black Archives een prominente rol speelt – als thematisch georiënteerde studies rond dekolonisatie, gender en de positie van minderheden rijkelijk vertegenwoordigd zijn.'

De scripties bestrijken een indrukwekkende temporele reikwijdte, van opgravingen in Troje via middeleeuwse reizen (Willem van Rubroeck) en Renaissancekunst (Michelangelo) tot kunstinstallaties uit de tweede helft van de twintigste eeuw en recente avant-garde films, evenals een geografische spreiding die loopt van Suriname tot Japan en alles daartussenin.

Hoewel de scripties door hun grote diversiteit moeilijk één op één te vergelijken zijn, is de jury op basis van heldere criteria tot een zorgvuldige afweging gekomen. De inzendingen zijn beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteit, de bijdrage aan bredere maatschappelijke en academische debatten, en de originaliteit van vraagstelling en uitwerking.