Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

​​​​​​​Computers en technologie spelen een steeds belangrijkere rol in de samenleving. Welke algoritmes bepalen wat ik op mijn Facebook-tijdlijn te zien krijg? Hoe erg is het dat er desinformatie wordt verspreid? En wie denken we dat eerlijkere beslissingen maakt, een mens of een kunstmatige intelligentie? Communicatiewetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam proberen de antwoorden op deze vragen te vinden in de nieuwe onderzoeks- en onderwijslijn Communication in the Digital Society.

Onderwerpen op het gebied van digital society zijn verre van nieuw voor UvA-communicatiewetenschappers. Een aantal van hen houdt zich al enkele jaren bezig met onderwerpen op het gebied van bijvoorbeeld algoritmes, automatische beslissingen door digitale systemen et cetera. ‘Onze afdeling Communicatiewetenschap liep al voorop op dit gebied, en met de nieuwe onderzoeks- en onderwijslijn wordt deze expertise verder geïntensiveerd, en zorgen we dat die kennis ook aan onze studenten wordt overgebracht in zowel de bachelor als in de master’, vertelt universitair hoofddocent Damian Trilling. Hij is samen met universitair hoofddocent Theo Araujo de trekker van het project Communication in the Digital Society. Dit initiatief kijkt naar de impact van digitalisering op de manier waarop we leren, werken, ontspannen en interacteren met anderen.

Copyright: nvt
Er ontbreekt nog heel veel kennis over hoe mensen met nieuwe technologieën interacteren

Waarom is het zo belangrijk dat communicatiewetenschappers zich zo specifiek richten op de digital society?

Araujo: ‘De nieuwe digitale ontwikkelingen brengen enorm veel maatschappelijke vragen en discussies teweeg. Zoals we nu bijvoorbeeld zien in de covid19-crisis, komen er een heleboel vragen naar voren over de impact van het intensiveren van het gebruik van communicatietechnologieën, het verspreiden van desinformatie, de rol van technologie-gedreven oplossingen, surveillance etc.  In dit soort discussies zie je vaak dat de focus op één aspect komt te liggen, denk bijvoorbeeld aan eerdere privacy-discussies rondom digitale assistenten als Google Assistant of Alexa. Maar er ontbreekt nog heel veel kennis over hoe mensen met deze technologieën interacteren bijvoorbeeld, voor welke informatie mensen deze gebruiken, of wat de antecedenten van het vertrouwen en adequaat gebruik zijn. ’
Trilling vult aan: ‘Er wordt ontzettend veel over geroepen en beweerd, maar de echte kennis erover ontbreekt. Aan ons de taak om die te genereren.’

Wat wordt er dan zoal geroepen?

Trilling: ‘Kijk bijvoorbeeld naar de filterbubbel – mensen zouden alleen nog maar media en nieuwsberichten, al dan niet nep, tot zich nemen die in hun eigen straatje passen, en ze zouden zich compleet afsluiten van andere berichtgeving. Dat blijkt allemaal reuze mee te vallen, zo hebben we vastgesteld. Ook heel linkse of juist heel rechtse mensen maken gebruik van redelijk neutrale media als nu.nl, waardoor het effect van de bubbel wordt afgevlakt. Toen ik daar twee jaar geleden in Pakhuis de Zwijger een lezing over gaf, zat er echter zo’n 100 man in de zaal die “zeker” wist dat het allemaal heel erg gesteld was met die bubbels. En voor je het weet, eisen politici van Facebook en Whatsapp dat ze actief nepnieuws tegengaan.’
Trilling: ‘Dit is hét moment om ervoor te zorgen dat keuzes worden gebaseerd op kennis.’

Copyright: afgekocht voor web
Dit is hét moment om ervoor te zorgen dat keuzes worden gebaseerd op kennis

Waarom is hier een heel nieuwe onderzoeks- en onderwijslijn voor nodig? Je kunt toch ook gewoon gebruikmaken van traditionele onderzoeksmethoden om de effecten van de digitale samenleving te onderzoeken?

Araujo: ‘Dit initiatief heeft als doel onderzoek en onderwijs naar de digitale samenleving te consolideren, uitbreiden en versnellen. We gaan dan ook verschillende fenomenen van de digitale samenleving goed in kaart brengen – in onderzoek en in onderwijs. Daarvoor zijn de traditionele methoden inderdaad heel erg belangrijk. Een voorbeeld: de vier innovatieve PhD-projecten die door dit initiatief gelanceerd worden, gaan gebruikmaken van vragenlijsten, interviews en experimenten. Deze methoden blijven voor theorievorming cruciaal, en worden met computationele methoden gecombineerd.’
Trilling vult aan: ‘Het is ook belangrijk dat communicatiewetenschappers meer weten over de techniek achter digitale media; hoe algoritmes werken bijvoorbeeld. Het is dan handig als je zelf ook een beetje kunt programmeren en als je begrijpt hoe een programmeur werkt en denkt. Je zou kunnen zeggen dat de communicatiewetenschapper zelf ook verder moet digitaliseren.’

In september starten vier communicatiewetenschap-promovendi met hun onderzoek naar de diverse aspecten van de digitale samenleving, zoals issue publics (groepen van gebruikers met een gedeelde belangstelling voor een specifiek onderwerp), virtuele assistenten en gezinnen, surveillance en algoritmische bias. Ook wordt er gewerkt aan een nieuwe minortrack in de bachelor Communication Science over de digitale samenleving, en aan nieuwe onderwijs- en onderzoeksinitiatieven.