Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Wanneer Indonesië in musea wordt gepresenteerd, ligt de nadruk vaak op hindoe-boeddhistische kunst of op het erfgoed van de niet-islamitische bevolkingsgroepen. Wat de studie van islamitische kunst en cultuur betreft lijkt wel of Indonesië van de kaart is gevallen. Antropoloog Mirjam Shatanawi voert dit terug op de periode van de Nederlandse koloniale overheersing. Zij onderzocht de stiltes rond de Indonesische islam in musea in Nederland.

Mirjam Shatanawi bekeek hier hoe islamitische objecten werden verzameld, geclassificeerd en tentoongesteld en hoe de geschiedenis van Indonesische voorwerpen ook op de lange termijn effecten heeft in het heden. Ze richtte zich op objecten uit gebieden in Indonesië met een moslimmeerderheid die in de koloniale tijd zijn verzameld en nu deel uitmaken van de collecties van musea in Nederland. Qua locaties koos Shatanawi voor het collectiesysteem van het Nationaal Museum van Wereldculturen (dat de archieven van verschillende musea omvat die Indonesische voorwerpen beheren), het Rijksmuseum, Museum Bronbeek, Museon en het Rijksmuseum van Oudheden. 

Ze concludeert dat de museale framing van de islam, en de hiërarchieën die daarmee in stand worden gehouden, koloniale ongelijkheden reproduceren en de zelfverwerkelijking van moslims kunnen belemmeren. Aandacht voor de geschiedenissen en betekenissen van individuele objecten of groepen objecten moeten daarom gekoppeld worden aan de dekolonisatie van museumdisciplines en het heroverwegen van museale categoriseringen. Met haar onderzoek draagt Shatanawi bij aan het debat over de dekolonisatie van musea. Vrijdag 13 mei verdedigt ze haar proefschrift aan de universiteit van Amsterdam. Ga naar het proefschrift