3 februari 2026
‘Het idee is om te netwerken en elkaar te leren kennen. De Deep Tech Day maakt dit mogelijk,’ zegt Alfons Hoekstra, hoogleraar aan de UvA FNWI en een van de organisatoren van het evenement. Het is de openingsplenaire van de Deep Tech Day op 28 januari in gebouw LAB42 van de FNWI. De collegezaal is gevuld met bedrijfsleiders, startup-oprichters, innovators en anderen die geïnteresseerd zijn in het diepgaande technologische onderzoek van de faculteit.
"Deep Tech" verwijst naar baanbrekende technologieën die geworteld zijn in fundamentele wetenschap en die de potentie hebben om industrieën te transformeren of nieuwe te creëren. Tijdens de Deep Tech Day kwamen het bedrijfsleven en de wetenschap samen om te onderzoeken hoe toonaangevend onderzoek aan de UvA FNWI kan worden vertaald naar concrete impact en samenwerking in de praktijk. De dag werd georganiseerd door Alfons Hoekstra, Wendela van Asbeck (Program Manager MMD TechHub en SustainaLab) en Abeer Hossain (Business Developer MMD TechHub).
Na een openingswoord van Susan te Pas, decaan van de UvA FNWI, werd de plenaire sessie vervolgd met een keynote van Tjerk Opmeer (directeur Innovatiebeleid, Ministerie van Economische Zaken). Hij besprak de bredere context van deep-tech onderzoek in Nederland en lichtte de Nationale Technologiestrategie (NTS) toe.
De NTS heeft tien belangrijke technologieën voor Nederland geïdentificeerd, waarvan vele overlappen met onderzoek aan de UvA FNWI. De presentatie van Opmeer leidde tot een levendige discussie over hoe startups in Nederland beter ondersteund kunnen worden en hoe voorkomen kan worden dat ze naar de VS verhuizen. Zijn tien focusgebieden te veel? Moeten we de beperkingen bij de financiering van onderzoek versoepelen om innovatie te stimuleren?
Een keynote van Gadi Rothenberg, hoogleraar Heterogeneous Catalysis and Sustainable Chemistry aan de UvA, bood een uitstekend voorbeeld van hoe academische kennis kan worden omgezet in maatschappelijke impact. In een energiek en humoristisch verhaal vertelde hij over zijn uitvinding, een apparat dat monsters neemt van bodemwater, en benadrukte hij het belang van het opstellen van een overeenkomst met partners voor de ontwikkeling van technologische innovaties. Zijn advies aan aspirant-ondernemers: 'Je zult vaak falen, maar falen is niet iets negatiefs'.
De focus van de Deep Tech Day lag op "show-and-tell", waarbij deelnemers diepgaand technologisch onderzoek in context konden bekijken en bespreken. Op de innovatiemarkt presenteerden onderzoekers van de FNWI uit verschillende disciplines hun diepgaande technologische innovaties. De markt was de hele dag door drukbezocht.
Bij interactieve labrondleidingen kregen de deelnemers ook een kijkje in de technologieën die wetenschappers gebruiken en ontwikkelen. Tijdens de rondleiding over 3D-printen kregen ze bijvoorbeeld een breed scala aan geavanceerde 3D-printers te zien die geometrieën produceren die anders onmogelijk te maken zouden zijn.
Aanstormend talent en oprichters van startups van de FNWI kregen de kans om hun ideeën te pitchen tijdens de parallele sessies. In totaal presenteerden tien UvA-startups hun ideeën, waaronder KeplerVision, dat AI-sensoren voor de gezondheidszorg ontwikkelt, en SolarFoil, dat zonlicht optimaliseert voor kassen.
De laatste plenaire sessie werd geopend met een korte pitch van Jonas Liekens van de Gemeente Amsterdam over de aankomende Amsterdam Deep Tech Day. Dit werd gevolgd door een paneldiscussie onder leiding van Renée van Amerongen, hoogleraar Stem Cell and Cancer Biology aan de UvA. De deelnemers van het panel waren Constantijn van Oranje (speciaal gezant bij TechLeap), prof. dr. Peter Paul Verbeek (rector van de UvA), dr. Emillia Olsson (groepsleider bij ARCNL en FNWI) en Renée Frissen (aiplan.nl).
Een belangrijk thema in de discussie was de kennis van en de houding ten opzichte van AI. Renée Frissen merkte op: ‘Ik zie een gebrek aan nieuwsgierigheid en vooroordelen ten aanzien van AI op universiteiten.’ Ze betoogde dat universiteiten hun benadering van leren zouden moeten herzien, in plaats van studenten de toegang tot AI te ontzeggen, en dat ze actief gebruik moeten maken van de AI-kennis van studenten.
De panelleden bespraken ook hoe zowel de universiteit als de maatschappij de kennisoverdracht naar het bedrijfsleven beter kunnen stimuleren, van meer ondernemerschapsonderwijs binnen universiteiten tot een betere infrastructuur voor startups. Dr. Emillia Olsson benadrukte het belang van onderzoekers die bruggen bouwen en samenwerken, en van het opleiden van studenten: ‘We moeten studenten opleiden om geletterd te zijn in de markt waarin ze zullen werken.’
Op de vraag welk advies ze de universiteit zouden geven, benadrukte Constantijn van Oranje het voordeel van gelokaliseerd zijn in “een geweldige stad als Amsterdam”, omdat die van nature mensen aantrekt. Hij benadrukte de noodzaak om de sterke punten van Amsterdam te laten zien en ondernemerschap te omarmen.