Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Toen de uitspraak over de klimaatzaak Urgenda op tafel kwam, was Jerfi Uzman ‘enigszins verbaasd’ van het gemak waarmee de burgerlijke rechter het politieke karakter van de zaak van tafel veegde. ‘De Hoge Raad en het gerechtshof redeneerden dat deze zaak over recht gaat, en dat de rechter dan dús rechtsbescherming moet bieden, inclusief een stevig bevel aan de Staat om vergaande maatregelen te nemen. En omdat het recht was, was het géén politiek. Ik chargeer nu, maar daar kwam het wel zo’n beetje op neer.’

Die argumentatie kan en moet beter, zegt de nieuwe hoogleraar. ‘Ik vind zeker niet dat de rechter weg moet blijven van dit soort kwesties, of dat de toegang tot de rechter voor belangenorganisaties beperkt moet worden. Dit soort zaken vind ik een verrijking en geen bedreiging voor onze democratische rechtsstaat. Maar de rechter zal wél voorzichtiger moeten gaan opereren, en beter moeten gaan uitleggen waar de grenzen tussen recht en politiek precies liggen.

De rechter zal beter moeten gaan uitleggen waar de grenzen tussen recht en politiek precies liggen

Fascinatie voor de rol van de rechter

Jerfi Uzman is sinds 1 april hoogleraar Constitutioneel recht aan de UvA. Onderwerpen op het snijvlak van recht en politiek, maar ook populisme en veranderende democratische waarden hebben zijn warme belangstelling. ‘Ik ben gepromoveerd op de rol van de rechter, specifiek bij het beschermen van grondrechten. Dit is altijd een fascinatie gebleven. Veel debat gaat in ons vak om de vraag óf we de rechter bijvoorbeeld wetten aan de Grondwet willen laten toetsen. Ik vind het vooral interessant hoe we die toetsing verantwoord kunnen vormgeven. Hoe kunnen we recht doen aan het eigen karakter van democratische en politieke besluitvorming, en tegelijkertijd de rechter haar rol als beschermvrouwe van het recht waar laten maken?’

Zijn fascinatie voor de rol van de rechter wordt ook gevoed door internationale ontwikkelingen. ‘Rechterlijke toetsing van wetgeving en bestuurlijk optreden heeft wereldwijd een enorme vlucht genomen. Onze Nederlandse rechtspraak opereert steeds meer in een internationale context. Het recht van de Europese Unie en internationale organisaties als de Raad van Europa en de Verenigde Naties heeft bijna dagelijks consequenties voor ons nationale staatsrecht. Die wisselwerking tussen internationaal recht en nationaal staatsrecht is ook altijd een academische hobby van me gebleven. Op dat punt wordt er al jaren veel toonaangevend onderzoek gedaan aan de UvA, en dat is zeker een reden waarom ik blij ben met mijn komst naar Amsterdam.’

Nieuwe staatsrechtclub

De afgelopen jaren was Jerfi Uzman hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Bij de UvA volgt hij emeritus hoogleraar Leonard Besselink op. Uzman: ‘Dat is best een uitdaging, de Amsterdamse leerstoel Staatsrecht heeft een bijzondere geschiedenis. Ook gaan er bij de sectie Staatsrecht langzaam wat mensen met pensioen. Dat is een gemis, want het zijn stuk voor stuk bijzondere en kundige staatsrechtgeleerden, maar dat maakt ook dat we in Amsterdam hopelijk kunnen bouwen aan een heel nieuwe staatsrechtclub. Wat is er voor een hoogleraar nu mooier?’

De nieuwe hoogleraar denkt dat hij zich erg thuis gaat voelen aan de UvA. ‘Tussen het Utrechtse en het Amsterdamse staatsrecht zitten van oudsher wel wat verschillen, maar er zijn ook belangrijke overeenkomsten. Zowel in Utrecht als in Amsterdam is traditioneel veel aandacht voor de fundamentele beginselen waar ons staatsrecht op gebouwd is: mensenrechten bijvoorbeeld, maar ook democratie en het idee dat politici en ambtenaren verantwoording moeten afleggen.’  

Way of life

‘Het besef, dat ons staatsrecht méér is dan een set spelregels voor de overheid, dat het in wezen een way of life is, daarvan zagen we de noodzaak de afgelopen jaren telkens weer bevestigd. Bij de toeslagenaffaire en tijdens de coronacrisis, maar ook in de internationale context. De regels alleen kunnen een gezonde constitutionele cultuur niet garanderen. Denk aan het Verenigd Koninkrijk toen premier Boris Johnson het parlement gedurende de belangrijkste beslissing van de eeuw naar huis stuurde. Het Britse Hooggerechtshof moest eraan te pas komen om duidelijk te maken dat dat echt te ver ging. In mijn onderzoek ben ik me dan ook in toenemende mate aan het richten op wat dan wél zorgt voor zo’ n gezonde constitutionele cultuur. En Amsterdamse juristen opleiden die dat besef van die democratische en rechtsstatelijke principes in hun DNA hebben: daar draag ik graag aan bij.’