Faculteit der Rechtsgeleerdheid
11 mei 2026
Het Asser Instituut begon in 2020 met projecten in Oekraïne om de vaardigheden en kennis van juridische professionals te versterken. De huidige aandachtsgebieden zijn het recht op een eerlijk proces, vrijheid van meningsuiting en verantwoordingsplicht voor internationale misdaden. ‘Er is veel veranderd sinds de grootschalige invasie van Rusland in 2022’, zegt Gabriele Chlevickaite, coördinator van de Oekraïne-projecten bij Asser. ‘Vorig jaar is ons team – ik wil benadrukken dat we samen met veel andere collega’s aan deze projecten werken – 6 keer naar Oekraïne gereisd. Daar zijn risico’s aan verbonden, maar het is heel belangrijk om mensen ter plaatse te ontmoeten.’ Samen met Christophe Paulussen, die tussen 2020 en 2024 het eerste Oekraïne-project van het Asser Instituut coördineerde, blikt ze terug op de impact van de oorlog op hun werk.
Christophe: ‘Ons werk begon al vóór de grootschalige invasie, maar sindsdien is het belang van de vervolging van internationale misdrijven alleen maar groter geworden. Onze collega’s in Oekraïne zijn erg toegewijd. Ondanks de moeilijke omstandigheden komen ze nog steeds naar onze activiteiten. We proberen die zo nuttig mogelijk te maken en tegelijkertijd kritisch te blijven. Dit sluit perfect aan bij de aanpak van Asser: we zijn academici met een zeer praktische focus.’
Je ziet rechters overuren maken om zich bij te scholenGabriele Chlevickaite
Gabriele: ‘De oorlog heeft een diepe impact op onze partners in Oekraïne. ‘We werken met mensen die uitgeput zijn. Ze worden midden in de nacht gewekt door het luchtalarm en hebben geen ruimte om vrij te nemen. We moeten geduld hebben en niet verwachten dat iedereen super energiek is. Dat gezegd hebbende, is de betrokkenheid nog steeds groot. Sommige trainingen geven we alleen ’s avonds. Je ziet rechters overuren maken om zichzelf bij te scholen. Van onze kant moeten we soms anders plannen, ons aanpassen aan stroomtekorten en de conflictsituatie in Oekraïne.’
Christophe: ‘De mensen met wie we werken hebben het erg druk, dus onze trainingen moeten nuttig zijn. We werken al lange tijd met dezelfde mensen samen, dus ze weten dat ons werk de moeite waard is. Dit vertrouwen vormt een goede basis voor ons werk.’
Gabriele: ‘In Oekraïne worden momenteel veel vermeende oorlogsmisdaden gepleegd, terwijl juristen nog steeds al doende leren. We geven advies over wetgeving en de uitvoering daarvan. We schakelen ook experts in op het gebied van internationale misdrijven – sommigen van Asser, anderen van buitenaf – die ondersteuning bieden via trainingen en advies. Of zelfs via een zeer praktische app die we samen met Global Rights Compliance hebben ontwikkeld om aanklagers en onderzoekers te helpen de elementen van internationale misdrijven te begrijpen. De kennisuitwisseling werkt inmiddels twee kanten op: door de oorlog doet Oekraïne snel meer ervaring op met het vervolgen van internationale misdrijven.’
Oekraïne is in zekere zin een proeftuin voor het internationaal strafrecht gewordenChristophe Paulussen
Gabriele: ‘Door mijn werk in Oekraïne ben ik me er nog meer van bewust dat elk conflict nieuwe vragen oproept. In bezet gebied worden Oekraïners bijvoorbeeld gedwongen een Russisch paspoort aan te vragen om hun huis te behouden. Hoe pak je dit aan in het internationaal recht? Je kunt dit beschouwen als verraad. Maar je zou ook kunnen stellen dat deze mensen slachtoffers zijn van vervolging. En wat doe je als een 14-jarige uit eigen vrije wil een drone bestuurt? Is hij een strijder of een kindsoldaat? Ik had deze discussies niet kunnen bedenken door alleen maar over rechtstheorieën te lezen.’
Christophe: ‘Dit is de informatie die je niet uit boeken leert, maar door met mensen te praten. Omdat deze oorlog nieuwe juridische vragen oproept, is Oekraïne in zekere zin een proeftuin voor het internationaal strafrecht geworden.’
Het T.M.C. Asser Instituut verricht fundamenteel, onafhankelijk en beleidsgericht onderzoek. Het instituut organiseert kritische en constructieve reflectie op internationale en Europese juridische ontwikkelingen op het snijvlak van wetenschap, rechtspraktijk en bestuur. De Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA en het Asser Instituut werken sinds 2020 nauw samen.
Gabriele: ‘We zien nu al dat delen van onze training terugkomen in vonnissen. We weten dat er een jaar geleden nog geen discussie was over specifieke concepten die nu in de rechtbank worden genoemd. De vragen die tijdens de training worden gesteld, zijn ook veel geavanceerder dan een paar jaar geleden. We moeten iets aanbieden waar echt behoefte aan is. Ik zie de mensen in Oekraïne als onze collega’s.’
Christophe: ‘Het is belangrijk om het grotere geheel in het oog te houden. Ik begrijp dat je in een oorlogssituatie, waarin je je over veel dingen zorgen moet maken, gefocust kunt zijn op successen op korte termijn en snelle oplossingen. Maar we moeten het langetermijnperspectief niet vergeten. Je kunt iemand snel veroordelen voor een oorlogsmisdrijf, maar uiteindelijk gaat het ook over de kwaliteit van de vonnissen. Het is belangrijk dat die voldoen aan internationale juridische normen. Dat zal bepalend zijn voor de erfenis van Oekraïne buiten het slagveld. Ik denk dat Oekraïne daar steeds beter in slaagt.’
We moeten ervoor zorgen dat de vonnissen voldoen aan internationale juridische normen. Dat zal bepalend zijn voor de erfenis van Oekraïne buiten het slagveld.Christophe Paulussen
Gabriele: ‘We weten dat corruptie een enorm probleem is. Er is weinig vertrouwen in openbare instellingen in Oekraïne. We richten ons op mensen die hun werk zorgvuldig en onafhankelijk willen doen. Tegelijkertijd ondersteunen we de vrije pers in Oekraïne, zodat de media mensen ter verantwoording kunnen roepen. De komende jaren brengen we journalisten bij elkaar om sneller gezamenlijk te kunnen reageren als er problemen ontstaan. We zullen samenwerken met de rechtbanken om de rechten van journalisten beter te beschermen. Oekraïne verandert ook snel. Je ziet steeds meer jongeren aan de macht. Meer parlementsleden zijn begin 30 en ook rechters zijn vrij jong. Hoewel het een langdurig proces is, zie je het verschil.’
Christophe: ‘Dat is belangrijk. Het moet een mentaliteitsverandering zijn, niet alleen het afvinken van lijstjes om toegang tot de EU te krijgen. Onze belangrijkste doelgroep bestaat uit professionals, maar we hebben ook een programma gericht op studenten. Dat is cruciaal. Op die manier werken we niet alleen met de huidige machthebbers, maar ook met de volgende generatie leiders in de rechtspraak.’