Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Onderzoekers hebben de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) geëvalueerd. Marleen van Uchelen van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid onderzocht samen met collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen hoe doeltreffend de wet is tegen ondermaats bestuur.
Marleen van Uchelen

De wet trad in werking op 1 juli 2021 en moet slecht bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen voorkomen. Ook maakt de wet beter ingrijpen mogelijk als het misgaat. Uit de evaluatie blijkt dat de wet over het geheel genomen goed functioneert. Wel zijn er knelpunten die de aandacht van de wetgever verdienen.

De verzwaring van de regels van faillissementsaansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële verenigingen en stichtingen moet bijvoorbeeld worden teruggedraaid. Daarnaast zou de positie van de raad van commissarissen bij stichtingen versterkt moeten worden.

Winst te behalen

Marleen van Uchelen nam een belangrijk deel van het onderzoek naar de werking van governancebepalingen voor haar rekening. Samen met andere onderzoekers interviewde ze vertegenwoordigers van brancheorganisaties in verschillende sectoren, zoals zorg en onderwijs, goede doelen en cultuur.

‘Vooral kleinere organisaties kennen de wet nog niet goed,' zegt Van Uchelen. ‘Dat geldt bijvoorbeeld voor sommige goede doelen, culturele instellingen en sportverenigingen. Bestuurders en toezichthouders hebben meer kennis nodig over de wet’, zegt Van Uchelen.

Samenwerking

De onderzoekers publiceerden hun rapport op 27 oktober. Zij voerden het onderzoek uit in opdracht van het WODC. Naast Marleen van Uchelen, werkten Hylda Boschma, Loes Lennarts, Hanny Schutte-Veenstra, Robin de Vries, Jan Berend Wezeman en Yfke Ongena van de RUG aan de evaluatie.