Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Op 3 september nam hoogleraar Maarten Pieter Schinkel deel aan een rondetafelgesprek met de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat. De onderzoeker van de Amsterdam School of Economics (ASE) is hoogleraar mededingingseconomie en regulering. Hij was uitgenodigd om zijn visie te geven op een voorstel tot wijziging van de Nederlandse Postwet.
Prof. Maarten Pieter Schinkel
Prof. Maarten Pieter Schinkel

Het voorstel gaat over een herordening van de postmarkt, waar PostNL een monopoliepositie heeft en de overheid vraagt om Staatssteun.

Postmarkt onder druk

De Nederlandse postmarkt staat onder druk. Er worden steeds minder brieven, kaarten en zakelijke post verstuurd, terwijl de kosten voor dagelijkse bezorging juist oplopen. Modernisering van de Postwet uit 2009 is daarom hard nodig. De Kamercommissie besprak de voorgestelde wetswijzigingen met verschillende experts.

Schinkel is al langer kritisch over de manier waarop de Nederlandse overheid PostNL een monopoliepositie gaf door het in 2019 toe te staan om concurrent Sandd over te nemen. Volgens hem heeft dit geleid tot hogere prijzen en slechtere dienstverlening. PostNL heeft de universele postdienstplicht (UPD) om overal in Nederland dagelijks consumentenpost te bezorgen tegen een gereguleerd tarief. Het bedrijf stelt dat de UPD niet langer rendabel is en vraagt daarom om subsidie. De wetswijziging beoogt opnieuw een gezondere postmarkt te creëren. In het rondetafelgesprek werd de vraag gesteld of het daarin zou slagen, en kwamen de gevolgen voor concurrenten, klanten en werknemers aan bod.

‘Zeldzaam slecht’

Aan het rondetafelgesprek namen Kamerleden deel, evenals vertegenwoordigers van concurrenten, vakbonden en de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Schinkel was uitgesproken kritisch en noemde het voorstel ‘zeldzaam slecht’.

Hij licht toe: ‘Het ministerie wil de gereguleerde lage uittarieven voor regionale bezorgers afschaffen. Dat versterkt de marktmacht van PostNL verder.’ Kleinere, regionale postbedrijven nemen lokale postbezorging aan, maar daarin zitten vaak ook brieven met bestemmingen buiten de regio. In de huidige Postwet moet PostNL die dan landelijk voor hen bezorgen tegen een relatief lage, gereguleerde prijs. Dit is bedoeld om concurrentie mogelijk te maken. Het schrappen van dit afgiftetarief betekent dat regionale spelers hogere prijzen zullen moeten betalen, waardoor concurreren moeilijker wordt en PostNL’s positie sterker.

Daarnaast laat het wetsvoorstel de huidige maximum postzegelprijs los. Het voorstel is om PostNL toe te staan alle  tarieven te verhogen, zolang de winstgevendheid op het brievenbedrijf onder een bepaald maximum blijft. Schinkel bekritiseert deze zogenoemde ‘rate of return’-regulering als te soepel en wijst op risico’s van strategische kostenallocatie en inefficiënties. Ook waarschuwt hij dat een dominanter PostNL nog steeds en opnieuw om staatssteun zal vragen.

Alternatief model

Als alternatieve marktinrichting pleiten Schinkel en andere experts voor het nationaliseren van de postinfrastructuur van PostNL. Vervolgens zouden regelmatig gebruikslicenties kunnen worden geveild, samen met een sobere, democratisch vastgestelde universele dienstplicht (UPD).

Kort na het rondetafelgesprek wees het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een noodsubsidie voor PostNL af. Het bedrijf vroeg daarop om ontheffing van zijn postdienstplicht. De behandeling van de wetswijziging is uitgesteld.

Schinkel werd als onafhankelijke wetenschapper uitgenodigd vanwege zijn expertise op het gebied van marktordening en mededinging. Hij publiceerde veelvuldig over de Nederlandse postmarkt en droeg actief bij aan het publieke debat er over, onder meer in NOS Journaal, Financieel Dagblad, NRC, de Volkskrant en De Groene Amsterdammer.
Opnames van de hoorzitting van de Kamercommissie zijn hier beschikbaar, met de bijdrage van Schinkel vanaf 1:42.