Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Archeologie

Opgravingen Noordwest Necropolis

Aan het einde van de negentiende eeuw werd de oudste begraafplaats van Satricum, gelegen ten noordwesten van de akropolis, gedeeltelijk opgegraven. De vondsten uit de graven werden naar het museum van de Villa Giulia in Rome gebracht of werden verkocht. Van het grafveld zelf dat enkele zeer rijke graven bevatte is niets bewaard gebleven: in de jaren zestig van de twintigste eeuw werd het volledig verploegd. Recente herinventarisatie van het materiaal en bestudering van de oude opgravingsnotities hebben geleid tot een reconstructie van een deel van deze necropolis. 

De oudste graven (laat 9e - 7e eeuw v.C.)

De oudste graven zijn laat-negende eeuwse crematiegraven bestaande uit een putgraf met een urn en enkele bijgiften. Vanaf de vroeg-achtste eeuw wordt inhumatie gebruikelijk, en worden de grafgiften groter in formaat en van grotere waarde. Rond het midden van de achtste eeuw wordt aan de grens van het latere stadsgebied een meervoudig grafcomplex aangelegd bestemd voor een extended family, een clan bestaande uit meerdere families. De graven in dit complex komen qua vorm overeen met gelijktijdige hutten uit de nederzetting. Hierin worden in eerste instantie crematies bijgezet. In de zevende eeuw worden diezelfde grafhutten gebruikt om de doden te begraven, waarbij de oude asurnen opzij worden gezet. Rond de centrale hutkamers waarin de belangrijkste doden lagen werden eenvoudige fossa-graven aangelegd omgeven door stenen cirkels. Deze bevatten de sociaal lager geplaatste personen uit de clan (crematies en inhumaties). Het grafcomplex raakt buiten gebruik aan het einde van de zevende eeuw, getuige de grote aarden heuvel (tumulus) waarmee het wordt afgedekt

Grafveld Prinsengraf (7e eeuw v.C.)

Uit de eerste helft van de zevende eeuw dateert het zogenaamde Prinsengraf, tombe II, een grafkamer in een tumulus waarin de mannelijke leden van een aristocratische familie gedurende een periode van circa 75 jaar werden bijgezet. Elke dode had een rijke symposion-set meegekregen van bronzen vaatwerk aangevuld met prestigieus geïmporteerd aardewerk uit Corinthe. Daarnaast bezat hij een volledige oorlogsuitrusting bestaande uit een schild, een zwaard en een serie lansen. Een andere bijzondere kamergraf uit het midden van de zevende eeuw, tombe VI, bevond zich in de buurt van het Prinsengraf. Deze graftombe, bestaande uit een grote kamer die oorspronkelijk afgedekt werd door een op vier houten zuilen steunend dak, herbergt de grootste collectie barnstenen objecten ooit gevonden. Onder de ca. 600 objecten die werden aangetroffen op het grafbed bevonden zich kleine beeldjes van staande naakte vrouwenfiguurtje en gehurkte aapjes die hun snuit met twee handen vasthouden. De beeldjes zijn geïnterpreteerd als symbolen voor vrouwelijke en mannelijke aspecten van vruchtbaarheid en sexualiteit. Samen met de andere barnstenen objecten versierden zij waarschijnlijk het kleed van de dode dat dienst deed als een ceremonieel gewaad. Mogelijk had de vrouw die in dit graf begraven was tijdens haar leven een functie als priesteres in het heiligdom van Mater Matuta op de akropolis van Satricum?

Tegen het eind van de 7de eeuw raakt het grafveld plotseling buiten gebruik, mogelijk als onderdeel van een algemene verandering in begrafenisgebruiken bij de Latijnen. Eenzelfde verandering is ook in de rest van het antieke Latium waarneembaar.