For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Mensen zijn in wezen ‘muzikale dieren’ en ons vermogen voor muziek is geworteld in de biologie en niet alleen in onze cultuur. Dat is de conclusie van nieuw werk van UvA-hoogleraar Henkjan Honing getiteld The Biology of Musicality, gepubliceerd op 9 maart in het tijdschrift Current Biology. Honing beschrijft hoe twintig jaar onderzoek binnen de psychologie, neurowetenschappen, biologie, genetica en diercognitie het wetenschappelijke begrip van de oorsprong van muziek hebben veranderd. In plaats van muziek te bestuderen als een cultureel product, zouden onderzoekers zich moeten richten op muzikaliteit: het vermogen van de mens om gestructureerd geluid waar te nemen, te produceren en ervan te genieten.

‘Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw dachten mensen dat het bestuderen van de evolutie van muziek pure speculatie was,’ zegt Honing. ‘Omdat muziek niet terug te vinden is in het fossielenarchief, namen veel onderzoekers aan dat we het nooit wetenschappelijk zouden kunnen onderzoeken. Maar dat idee is inmiddels achterhaald.’

Baby’s tonen muzikaliteit vanaf de geboorte

Een van de sterkste bewijzen komt uit onderzoek bij baby’s. Studies laten zien dat pasgeborenen ritmische patronen kunnen herkennen, bepaalde melodische contouren de voorkeur geven en verwachtingen vormen over timing en toonhoogte - ruim voordat ze taal oppikken.

‘Deze vermogens ontstaan spontaan,’ zegt Honing. ‘Baby’s reageren op ritme en melodie zonder dat ze dat aangeleerd zijn. Dat wijst er sterk op dat we geboren worden met biologische aanleg voor muzikale structuur.’

In verschillende culturen laten kinderen een intuïtief begrip van muzikale organisatie zien, zelfs binnen zeer uiteenlopende muzikale tradities. Hoewel muziek wereldwijd sterk varieert, keren bepaalde patronen – zoals veelvoorkomende toonhoogterelaties en ritmische structuren – steeds terug.

‘Deze overeenkomsten zijn waarschijnlijk geen toeval,’ aldus Honing. ‘Ze wijzen op gedeelde cognitieve voorkeuren, manieren waarop onze hersenen geluid van nature ordenen.’

Verder kijken dan de mens

Om de evolutionaire oorsprong van muzikaliteit te achterhalen, bestuderen wetenschappers ook andere diersoorten. Deze vergelijkende methode helpt vast te stellen welke onderdelen oud zijn en welke mogelijk uniek menselijk.

‘Als een muzikaal kenmerk voorkomt bij zowel mensen als andere primaten, dan bestond het waarschijnlijk al bij onze gemeenschappelijke voorouder,’ legt Honing uit. ‘Als we vergelijkbare kenmerken zien bij ver verwante dieren zoals vogels, suggereert dat dat de evolutie onafhankelijk tot vergelijkbare oplossingen is gekomen.’

Copyright: UvA
Het besef dat muzikaliteit een kerncapaciteit van onze biologie is, verandert hoe we onszelf zien. Wij zijn van nature muzikale wezens. Prof. dr. Henkjan Honing

Onderzoek ondersteunt wat Honing de ‘multicomponent-hypothese’ noemt: muzikaliteit is geen enkelvoudige eigenschap, maar een mozaïek van componenten, waaronder maatgevoel, toonhoogteverwerking en emotionele respons, elk met een eigen evolutionaire geschiedenis.

Muziek is niet simpelweg vermomde taal

Decennialang gingen veel wetenschappers ervan uit dat muziek een bijproduct van taal is. Toenemend bewijs spreekt dat idee tegen. Hersenonderzoek laat zien dat muziek en spraak deels verschillende neurale netwerken gebruiken. Sommige patiënten met ernstige taalstoornissen behouden hun muzikale vermogens, terwijl anderen met een normale taalontwikkeling lijden aan aangeboren amuzikaliteit.

‘Muziek is niet simpelweg versierde taal,’ zegt Honing. ‘Het bewijs suggereert steeds sterker dat muzikaliteit een oud biologisch vermogen is, dat mogelijk zelfs ouder is dan taal.’

In plaats van vanuit het niets te zijn ontstaan, is muzikaliteit waarschijnlijk voortgekomen uit de integratie van oudere hersensystemen die betrokken zijn bij perceptie, beweging en emotie.

‘Muzikaliteit kan zijn ontstaan door perceptuele, motorische en emotionele bouwstenen op nieuwe manieren samen te brengen,’ aldus Honing.

Waarom dit belangrijk is

De implicaties reiken verder dan de vraag waarom we van muziek houden. Onderzoek naar muzikaliteit kan bijdragen aan behandelingen voor taalstoornissen, motorische beperkingen en problemen met emotieregulatie, en kan richting geven aan nieuwe benaderingen in onderwijs en welzijn.

‘De studie van muzikaliteit is verschoven van filosofisch debat naar empirische wetenschap,’ zegt Honing. ‘We kunnen nu gerichte vragen stellen over hoe specifieke componenten zich hebben ontwikkeld en hoe ze functioneren bij verschillende soorten.’

Het groeiende bewijs suggereert dat muziek niet slechts een cultureel fenomeen is, maar een fundamenteel onderdeel van de menselijke natuur.

‘Het besef dat muzikaliteit een kerncapaciteit van onze biologie is, verandert hoe we onszelf zien,’ concludeert Honing. ‘Wij zijn van nature muzikale wezens.’