For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Wat betekent het als een jongere het verschil tussen goed en kwaad lijkt te kennen, maar toch steeds weer over de schreef gaat? Voor professionals die werken met adolescenten met problematisch of grensoverschrijdend gedrag, zijn zulke tegenstrijdigheden vaak lastig te begrijpen en te beoordelen. Nieuw onderzoek van psycholoog Julia Tiemersma suggereert dat het geweten geen eenduidige, vaststaande eigenschap is, maar eerder een dynamisch systeem waarin verschillende psychologische vaardigheden moeten samenkomen. Tiemersma verdedigt haar proefschrift over dit onderwerp op vrijdag 11 september aan de Universiteit van Amsterdam.

Het geweten speelt een centrale rol in hoe we menselijk gedrag begrijpen, maar er is opvallend weinig overeenstemming over hoe je dat bij adolescenten systematisch kunt beoordelen. In de klinische praktijk moeten professionals vaak vertrouwen op hun ervaring en intuïtie.

Genuanceerder beeld

Tiemersma onderzocht of dit beter kan door een gedeelde, theoretisch onderbouwde manier te ontwikkelen om het geweten te beschrijven. Dit leidde tot de Clinical Assessment of Conscience (CAC), een gestructureerd instrument dat professionals helpt te beschrijven hoe het geweten van een jongere functioneert.

De CAC van Tiemersma biedt een gemeenschappelijk kader. In de CAC gebruiken zorgprofessionals gesprekken, observaties, informatie van anderen en bestaande dossiers om 12 aspecten te beoordelen die gaan over empathie, zelfbewuste emoties en moreel redeneren. Het resultaat is vervolgens niet één enkele score die aangeeft of iemand een geweten heeft, maar een veel genuanceerder beeld van hoe de verschillende onderdelen daarvan functioneren.

Meer dan alleen ‘goed’ of ‘fout’

‘Een geweten hebben is niet simpelweg een kwestie van weten wat goed of fout is’, vertelt Tiemersma. ‘Het gaat erom dat je anderen kunt begrijpen, emoties als schuld en schaamte kunt ervaren en moreel kunt redeneren en vooral dat er een goede wisselwerking is tussen deze vaardigheden.’

Het geweten stuurt niet alleen ons gedrag naar andere mensen; het helpt ook ons zelfbeeld te reguleren. Als ons zelfbeeld wordt bedreigd, kan dat emoties oproepen als schuld, schaamte of gêne. Schaamte kan je het gevoel geven dat je een slecht mens bent, terwijl schuld meer gaat over iets dat je hebt gedaan en je kan aanzetten om het goed te maken. Op die manier helpt het geweten om een samenhangend en positief beeld van jezelf te behouden.

Zwaardere trauma’s, zwakkere wisselwerking

Een van de meest opvallende bevindingen van Tiemersma komt uit een deelonderzoek onder 88 klinisch verwezen jongeren van 12 tot 23 jaar. De jongeren vulden vragenlijsten in over hun traumatische ervaringen in de kindertijd en werden beoordeeld met behulp van de CAC.

Het geweten zien als regulerende factor op het zelfgevoel biedt opening naar persoonlijkheidsgerichte behandelingen. Julia Tiemersma

De resultaten lieten zien dat zwaardere trauma’s samen lijken te gaan met een zwakkere wisselwerking tussen de drie onderdelen van het geweten. Jongeren met een hoge traumalast lieten meer inconsistentie zien tussen empathie, zelfbewuste emoties en moreel redeneren, wat wijst op een meer gefragmenteerd geweten.

Ook het soort trauma maakte uit. Emotionele verwaarlozing stond het sterkst in verband met een verstoorde integratie van het geweten, gevolgd door emotioneel en seksueel misbruik. Met andere woorden: verschillende vormen van ingrijpende ervaringen in de kindertijd kunnen het geweten op verschillende manieren beïnvloeden.

‘Een gefragmenteerd geweten betekent niet per se dat een jongere geen empathie, geen schuldgevoel of geen besef van goed en fout heeft’, aldus Tiemersma. ‘Het kan betekenen dat deze vaardigheden niet goed samenkomen. Dat is een heel andere manier om naar problematisch gedrag te kijken.’

Gerichtere behandeling

Voor Tiemersma zit de waarde van het onderzoek in het beter begrijpen van gedrag dat anders moeilijk te plaatsen is. De resultaten wijzen erop dat behandeling zich mogelijk niet alleen moet richten op het versterken van afzonderlijke vaardigheden zoals empathie of moreel redeneren, maar ook op een betere samenhang daartussen. Uiteindelijk kan dat bijdragen aan effectievere interventies voor jongeren met trauma, en mogelijk het risico op delinquent gedrag verkleinen.

Tiemersma: ‘Als we weten welke delen van het geweten van een jongere goed werken en welke delen moeite hebben om samen te komen, kunnen we de behandeling mogelijk veel gerichter op maat maken. Het doel is niet om een jongere simpelweg het etiket van een ‘tekortschietend’ geweten op te plakken, maar om te begrijpen wat er in hun ontwikkeling is gebeurd en waar ruimte voor verandering ligt.’

‘Het gedrag van jongeren zien tegen de achtergrond van hun identiteitsontwikkeling is belangrijk, zegt Tiemersma tot slot. ‘Hiermee voorkomen we dat we willen beperken en controleren. Het geweten zien als regulerende factor op het zelfgevoel biedt opening naar persoonlijkheidsgerichte behandelingen.