‘We leven in een succesmaatschappij. Heel resultaatgericht. Een kind is een project dat moet gaan slagen. Alles moet leuk zijn én we willen dat ons kind gelukkig wordt. Maar geen enkel kind is elk moment van de dag gelukkig. Bij opvoeden hoort de wisseling van stemmingen en emotie'
'Daarnaast hebben we levenshaast. We proppen de levens van kinderen vol sport, muziekles, clubjes. Wat we vervolgens etaleren op sociale media.'
'We overvragen onze kinderen. Ik pleit vooral voor het terugbrengen van de eenvoud.'
'Ik snap dat we als ouders heel graag willen aansluiten bij ons kroost. We zijn meer dan ooit in dialoog met ons kind.'
'Maar dat heeft een keerzijde. Ik zie dat we heel veel vragen aan kinderen: wat wil je eten, met wie wil je spelen. We willen kinderen continu laten meebepalen. Terwijl we steeds minder nee kunnen zeggen.'
'We willen ze autonomie geven. Tegelijkertijd vergen we te veel van ze. Vooral jonge kinderen, want die hebben vooral sturing nodig. En dat er keuzes vóór ze gemaakt worden.'
'Vóór 2000 waren ouders duidelijker naar hun kind, want er was ook minder mogelijk. Dingen lagen veel meer vast: dit is wat je te eten krijgt, hier kopen we kleding, dit is wat je cadeau krijgt.'
'Tegenwoordig vinden we het moeilijk om nee te zeggen. Terwijl: een kind heeft behoefte aan duidelijkheid. Een kader krijgen levert uiteindelijk veel meer geluk op.'
'Nu is een kinderfeestje een keuze uit dertig attracties. Er is overvloed aan alles. Vroeger was het koekhappen en zaklopen – vonden ze gewoon leuk. Was duidelijk.'
'Ik pleit voor het terugbrengen van de eenvoud. En grenzen stellen. Vaker nee zeggen. Dan worden kinderen alsnog gelukkiger – wat we zo graag willen!’