Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Vanuit het bedrijfsleven klinkt de roep om kartelwetgeving te versoepelen, zodat bedrijven onderling makkelijker duurzaamheidsafspraken kunnen maken. Dat roept een vraag op voor beleidsmakers: is het zinvol en effectief om de mededingingsregels te versoepelen? Hoogleraar Maarten Pieter Schinkel van de Universiteit van Amsterdam speelt een sleutelrol in de discussie.

Hoe stimuleer je bedrijven om serieus werk te maken van duurzame oplossingen? Bedrijven en juristen stellen nogal eens dat ondernemingen klaarstaan om samen initiatieven te nemen, maar niet durven uit angst om voor een kartel te worden aangezien. Daarom verkende de Europese Commissie de afgelopen jaren de voor- en nadelen van een versoepeling van de mededingingsregels. In 2023 werd een hoofdstuk toegevoegd aan de Horizontal Guidelines, de richtlijnen van de Europese Commissie voor bedrijven over collusie, over de mogelijkheden voor samenwerkingsafspraken tussen bedrijven die duurzame initiatieven nemen.

Is versoepeling van Europese mededingingsregels een goed idee?

Rondom de update van de Horizontal Guidelines ontstond een uitgebreide discussie over de voorwaarden waaronder duurzaamheidsafspraken kunnen worden uitgezonderd van het Europese kartelverbod. Dat verbod is vastgelegd in artikel 101 van het Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) en geldt voor alle bedrijven in Europa.

Door het delen van wetenschappelijke inzichten en een onderbouwde stellingname vervult Maarten Pieter Schinkel een cruciale rol in de discussie over wat hij ‘green antitrust’ noemt. Schinkel is hoogleraar aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en gespecialiseerd in mededingingsbeleid en regulering. Als wetenschapper richt hij zich op de kernvragen in het beleidsdebat. Worden bedrijven echt actiever met verduurzaming als ze onderling afspraken mogen maken? Of gaat er van een concurrerende markt een sterkere impuls tot verduurzaming uit? Wat is het risico van cartel greenwashing, een situatie waarin bedrijven duurzaamheid misbruiken als excuus voor concurrentiebeperkend gedrag?

In publicaties, presentaties en interviews zet Schinkel de schijnwerpers op de maatschappelijke gevolgen van een versoepeling van de mededingingsregels. Zijn onderzoek laat zien dat afspraken tussen concurrenten de klimaattransitie juist kunnen tegenwerken, en dat mededingingsautoriteiten daarom beter terughoudend zijn met het toestaan ervan. Zijn inzet leidt tot beter onderbouwd beleid voor de Europese markt.

Wat is precies het probleem met soepelere regels voor groene overeenkomsten?

In de discussies rond de Horizontal Guidelines waarschuwde Schinkel dat een vrijstelling van het kartelverbod ondernemingen niet in beweging zou zetten op het gebied van duurzaamheid. In tegendeel: ‘Bij initiatieven voor groene overeenkomsten bestaat het risico dat duurzaamheid wordt misbruikt als rechtvaardiging voor concurrentiebeperkend gedrag. Cartel greenwashing ligt op de loer. Bedrijven profiteren dan van de voordelen van onderlinge afspraken, maar doen een minimale inspanning ter verbetering van de duurzaamheid van hun productieprocessen. De prijzen voor consumenten stijgen, zonder dat zij er aantoonbaar op vooruitgaan.’

De Nederlandse Autoriteit Consument en Markt (ACM) maakte zich in Europa juist hard voor soepelere richtlijnen voor duurzaamheidsafspraken. De toezichthouder verbood in 2015 nog een duurzame samenwerking tussen pluimveehouders rondom het initiatief De Kip van Morgen. ‘Het idee van de partijen achter De Kip van Morgen was dat zij collectief de plofkip zouden uitbannen. De ACM constateerde echter dat de duurzaamheidsvoordelen onvoldoende opwogen tegen de nadelen voor consumenten, zoals hogere prijzen. Dat was de juiste conclusie, maar de uitspraak leidde toch tot grote politieke druk. De ACM pleitte vervolgens in Brussel om dergelijke afspraken makkelijker toe te kunnen staan. De toezichthouder ontwierp eigen conceptrichtsnoeren, met meer ruimte voor duurzaamheidsafspraken. Zo'n verruiming wilde de ACM ook opgenomen zien in de herziening van de Europese Horizontal Guidelines.’

Copyright: uva
Het beeld werd gecreëerd dat het kartelverbod de duurzaamheidsinitiatieven van bedrijven in de weg zou staan. Maar het tegendeel is waar. Juist in onderlinge concurrentie maken bedrijven werk van CSR-inspanningen. Dat blijkt bijvoorbeeld in de plofkipzaak. Enkele jaren nadat de onderlinge afspraken van De Kip van Morgen zijn verboden, is gebleken dat kippenboeren de leefomstandigheden aanzienlijk meer hebben verbeterd dan ze van plan waren. Maarten Pieter Schinkel (Amsterdam Center for Digital Competition)

Wat is de impact van wetenschappers op de Europese regelgeving?

De gangbare interpretatie van artikel 101 van de TFEU is dat een kartelafspraak soms kan worden toegestaan, met name als de klanten van de betrokken bedrijven er niet op achteruit gaan. Via hun lobby pleit het bedrijfsleven voor een verruiming van dat zogenoemde consumer compensation criterion. Die verruiming willen zij bereiken door ook de voordelen van niet-klanten te laten meetellen. Schinkel: ‘Dat klinkt misschien redelijk, maar zo'n brede invulling van milieuwinst verlaagt de duurzaamheidsinspanningen juist nog verder. Neem een groen kartel dat de CO2-uitstoot vermindert en de productprijs verhoogt. Stel dat er een ton CO2-reductie nodig is om de klanten voor die prijsstijging te compenseren. Dan kan zo’n kartel met een fractie van die ton reductie volstaan als het mag opvoeren dat de hele wijde wereld daarvan profiteert.’

De lobby die pleit voor de verruiming van het consumer compensation criterion zit volgens Schinkel dan ook op een dwaalspoor. ‘Vanzelfsprekend gelden de positieve effecten van een duurzaam initiatief van een onderneming vaak niet alleen voor de directe klanten. Soms heeft de hele wereld er baat bij. Maar als je duurzaamheid serieus neemt, dan moet je een inspanningsverplichting opleggen voor een substantiële bijdrage, genoeg om tenminste je klanten te compenseren.’

‘Toen we als onderzoekers lieten zien dat duurzaamheidsafspraken tot minder duurzaamheid zouden leiden, in plaats van meer, dacht ik dat de discussie wel voorbij zou zijn. Maar er bleef een sterke lobby door bedrijven en juristen voor de ruime interpretatie van het compensatiecriterium.’

De Europese Commissie heeft uiteindelijk geluisterd naar de argumenten van wetenschappers die pleitten voor het striktere consumentenwelvaartscriterium als een noodzakelijke voorwaarde voor groene overeenkomsten. In de Horizontal Guidelines van 2023 is het consumer compensation criterion expliciet gehandhaafd. De vernieuwde Horizontal Guidelines zijn in werking getreden op 21 juli 2023, en zijn ook bindend voor de nationale toezichthouders. De ACM trok daarop de eerdere conceptrichtsnoeren in en publiceerde een nieuwe beleidsregel, Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken. De toezichthouder kondigde daarbij aan het kartelverbod niet te zullen handhaven tegen duurzaamheidsafspraken. ’Dat laatste vond ik eigenaardig, gezien hun aantoonbare ineffectiviteit. Maar het is goed dat de Europese Commissie niet is meegegaan in het beleid dat de ACM bepleitte.’  

Copyright: Bruegel.org
Mede dankzij het economische onderzoek van Maarten Pieter Schinkel en co-auteurs is het besef gegroeid dat de effectiviteit van sommige duurzaamheidsafspraken wel eens beperkt zou kunnen zijn – en soms zelfs negatief. Dit heeft bijgedragen aan de verheldering van het debat binnen het European Competition Network over de balans die in de horizontale richtsnoeren moest worden gevonden bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van dergelijke afspraken. Dit heeft ertoe geleid dat in de richtsnoeren relatief strenge voorwaarden zijn gehandhaafd, waaronder volledige compensatie voor de consument. Olivier Guersent (former Director-General for Competition at the European Commission)

Wat is de meerwaarde van wetenschap in het debat over mededinging en duurzaamheid?

Schinkel gaf op verschillende manieren input voor de debatten over duurzaamheidsafspraken in de Europese Unie. In 2017 was een publicatie van Schinkel en Yossi Spiegel een van de eerste wetenschappelijke onderzoeken over groene kartels. ‘Daar was veel belangstelling voor, onder andere bij beleidsmakers. Het onderzoek maakte duidelijk dat een uitzondering op het kartelverbod geen effectieve manier is om duurzaamheid te bevorderen. In het evenwicht met duurzaamheidsovereenkomsten zijn de investeringen in verduurzaming van de samenwerkende ondernemingen namelijk lager dan in het competitieve evenwicht.’ Samen met Leonard Treuren veralgemeniseerde Schinkel de inzichten en weerlegden daarmee aangevoerde tegenargumenten.

Vanwege zijn economische analyses werd Schinkel een veelgevraagd spreker over de risico's van groene kartels. Hij gaf presentaties bij de Europese Commissie, de OECD en de Verenigde Naties. Daarnaast deelde hij zijn inzichten via wetenschappelijke congressen, en tijdens bijeenkomsten van mededingingsautoriteiten in onder andere Zweden, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk, China en Japan. ‘Bepalend voor de positie van de Europese Commissie was de conferentie Competition Policy Contributing to the European Green Deal in februari 2021.’ Het online event trok meer dan 3.000 bezoekers en gaf input voor de conceptteksten van de Horizontal Guidelines. In 2023 reageerde Schinkel ook op de publieke consultatie over de concept-Horizontal Guidelines. Zijn belangrijkste advies, om het strikte consumer compensation criterion te handhaven, werd overgenomen.

Schinkel ziet de combinatie van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en toegepaste analyses van maatschappelijke issues als de succesfactor in de discussie over groene kartels. ‘Je bent als hoogleraar net zo goed auteur van een wetenschappelijke publicatie over algemeen belang als luis in de pels van lobbyisten met een eigenbelang. Ons UvA-onderzoek naar green antitrust wordt internationaal geciteerd, bijvoorbeeld door topeconomen zoals Jean Tirole en John Vickers. Daarnaast zie ik het als mijn rol als wetenschapper om het maatschappelijke debat verder te brengen. Daarvoor is het belangrijk om je open-minded en onafhankelijk op te stellen, en standpunten altijd te onderbouwen met wetenschappelijke inzichten. De mogelijkheid om dat te doen is het unieke aan de positie van een academicus.’

Meer weten?

The Impact Centre involved is: Amsterdam Center for Digital Competition

Publicaties

Corporate social responsibility by joint agreement, M.P. Schinkel and L. Treuren (2024, January). Journal of Environmental Economics and Management.

Response to the public consultation of the “draft revised Horizontal Guidelines” of 1 March 2022, in particular to Chapter 9 Sustainability Agreements. M.P. Schinkel (2022, May).

Can collusion promote sustainable consumption and production? M.P. Schinkel and Y. Spiegel (2017, July). International Journal of Industrial Organization.

Andere bronnen

Let’s talk competition - Navigating the new Horizontal Guidelines: sustainability & info exchange (2023, June). Competition Policy.

Maarten Pieter Schinkel presents ‘Green Cartel’ research at the European Commission. (10 February 2021). University of Amsterdam.